|
Op
dit moment is een Euro ongeveer 56 rupees.
Dag
345 : Zaterdag 5 februari (Amsterdam)
Na de tsunami hebben we toch besloten onze reis voort te zetten en
vertrekken we vandaag weer richting Schiphol (het begint voortaan een
gewoonte te worden). Zonder noemenswaardige problemen bereiken we
Schiphol, al maakt Marcel nog wel even een omweg via lang parkeren. We
hebben een e-ticket en moeten via een pilaar inchecken, helemaal nieuw
voor ons en we staan er dan ook als twee analfabeten bij. We drinken nog
even met de familie koffie voordat we richting de gate vertrekken voor
onze vlucht naar Londen. Keurig om 17.00 uur stappen we in en na twee
uur wachten op Londen Heathrow stappen we over in een toestel van Gulf
Air naar Muscat, Oman. Het toestel van Gulf Air is stukken beter dan dat
van KLM, we hebben meer beenruimte dan bij welke andere
luchtvaartmaatschappij dan ook, twee stoelen bij het raam dus we hoeven
over niemand heen te klimmen als we naar de wc willen en we zitten nog
niet eens business class. Superrelaxed dus!
Dag
346: Zondag 6 februari (Delhi)
We
hebben in Muscat een overstaptijd van maar liefst vier uur maar nu heeft
onze vlucht ook nog eens twee uur vertraging. In totaal moeten we dus
zes uur wachten in Oman en er is op de luchthaven echt helemaal niks te
beleven. Vooral veel Indiërs op het vliegveld en nauwelijks theedoeken
te bekennen zoals tijdens onze vorige overstap in het Midden-Oosten. De
Indiërs werken vaak hier in het Midden-Oosten, ze doen hier de
smerigste baantjes en vertrekken na een paar jaar weer terug naar India.
Ze verdienen hier meer dan ze in hun eigen land zouden verdienen. Om
19.00 uur plaatselijke tijd komen we eindelijk aan in Delhi. Er zijn
drie kantoren die prepaid taxi’s verzorgen en zoals altijd pakken wij
het kantoor waar men het minst hard schreeuwt. We moeten de verkoper nog
wel even wakker schudden en ondertussen schiet er een muis uit zijn
typemachine, welkom in India! De taxi brengt ons naar de Main Bazaar in
Delhi, vlakbij het New Delhi treinstation. Het gebied is te vergelijken
met Koh San Road, alles voor de backpacker is aanwezig, internetcafe’s,
hotels en vooral veel winkels. Maar het heeft nog wel een zekere charme
gehouden, hier wonen ook nog steeds mensen en ook de lokale bevolking
komt hier gewoon zijn boodschappen halen. Voor de eerste nacht in Delhi
overnachten we in hotel Sai Palace. Het hotel van onze keuze was vol dus
brengen ze ons voor een nacht ergens anders onder.
Airport
taxi: 220 rs (incl. bagage)
Hotel Sai Palace: 300 rs (erg basic, geen aanrader)
Dag
347: Maandag 7 februari (Delhi)
Om
10.00 uur wisselen we van hotel, we hebben nu een kamer in hotel
Starview, een veel betere keus dan het hotel wat we afgelopen nacht
hadden. Door de Tsunami zijn wij al onze bagage kwijt geraakt maar we
hebben besloten niet alles in Nederland te vervangen, een hoop dingen
zijn namelijk ook hier in India te koop en vaak veel goedkoper dan in
Nederland. We begeven ons dus naar Connaught Place, het winkelgebied van
Delhi. Helaas is Delhi op dit moment een grote bouwput vanwege de aanleg
van de metro. Het metrosysteem is in 2010 klaar maar dat zal wel langer
gaan duren, alles in India heeft zijn tijd nodig. We kopen nieuwe
contactlenzen en een nieuwe zonnebril voor Marcel. Als we terugkeren
naar ons hotel besluiten we een keer door de Main Bazaar te wandelen.
Het is maar een vies straatje maar alles is makkelijk bij de hand, dus
voor ons ideaal. Er zijn alleen geen echte uitgaansgelegenheden zoals je
die bijvoorbeeld in Thailand vind, eigenlijk hebben we die tot op heden
nergens in India gevonden. 23.00 uur is het maximum en dan wordt de tent
gesloten. Bier is wel verkrijgbaar maar wordt vaak onder de tafel gezet
zodat het uit het zicht staat. Het barst in de straat ook van de (heilige)
koeien en regelmatig hebben we een bijna frontale botsing. Het weer
werkt ook niet mee, het regent pijpenstelen en regelmatig staan we tot
ons enkels in de drek. Noord-India is echt veel smeriger dan Zuid-India.
Starview
Hotel: 400 rs (een aanrader, nette kamer, vriendelijk personeel)
Riksja: 40 rs maar wel stevig onderhandelen.
Voor het eten zijn we in Delhi ongeveer 100 rs pp kwijt, nog geen 2 Euro
dus.
Dag
348: Dinsdag 8 februari (Delhi)
Na
het shoppen van gisteren is het vandaag tijd voor wat culturele
bezigheden, we kunnen tenslotte niet elke dag gaan shoppen (al is het
wel spotgoedkoop hier). We vertrekken naar het Rode Fort in Delhi waar
weer ontelbaar veel mensen op ons staan te wachten en ons proberen te
overtuigen dat wij een gids nodig hebben. Onze ervaring leert ons dat
negen van de tien gidsen niet meer kunnen vertellen dan wij zelf kunnen
zien, dus wij lopen lekker eigenwijs zelf het gebouw binnen. Het Rode
Fort is gebouwd in 1648 door Shah Jahan. Het is best een indrukwekkend
gebouw en ook goed onderhouden, dat is op zich al een meevaller want
vaak zie je de prachtigste gebouwen die zo slecht onderhouden zijn dat
het niet leuk is om er in rond te dwalen. Vanuit het fort besluiten we
een fietstaxi te pakken naar de Jama Masjid Moskee te pakken. Het is op
loopafstand maar aangezien we met dure cameraspullen niet door deze wijk
willen slenteren besluiten we een fietstaxi te nemen. Natuurlijk flink
onderhandelen en uiteindelijk wil het kleinste en magerste mannetje ons
wel voor 15 rs wegbrengen. De weg loopt een beetje omhoog en achterin
twee van die zwaargewichten, hij moet zich te pletter werken voor zijn
geld. Uiteindelijk vinden we het zo sneu voor hem dat we hem40 rs geven
waarbij hij ons vreemd aankijkt. Eerst afdingen en dan 3x zo veel
betalen, geen wonder dat ze hier niks van die toeristen snappen. De Jama
Masjid Moskee is door dezelfde Shah Jahan gebouwd (degene die ook het
fort gebouwd heeft). Het is opnieuw een indrukwekkend gebouw, destijds
wisten ze wel hoe ze iets moesten maken, of had het meer te maken met de
slavenarbeid? Op de binnenplaats van de moskee kunnen wel 25.000 mensen
staan. Als we naar buiten lopen worden we ‘betrapt’. Ze vragen hier
namelijk belachelijk veel geld voor foto- en videocamera’s dus de
halve tijd zeggen we gewoon dat we niks bij hebben. Er komt een Indiër
naar ons toe die maar liefst 300 rs (= 6 Euro) wil vangen voor het
gebruik van een fotocamera. Daar trappen we dus niet in, we zeggen dat
we een ticket hebben gekocht en doen net of we het kwijt zijn.
Vervolgens gaan we met zijn tweetjes ruzie staan te maken wie nu
eigenlijk het ticket heeft. Dit tot grote hilariteit van de Indiase
bevolking want die gaat massaal staan te kijken. De Indiër geeft het
maar op en loopt weg, op zoek naar een nieuw slachtoffer. Wij maken dat
we snel weg komen hier!
Entree
Red Fort: 100 rs pp
Dag
349: Woensdag 9 februari (Delhi)
Vandaag
slapen we lang uit want Anouk voelt zich ziek. Ze heeft last van een
flinke verkoudheid en zit tegen een griep aan. Tel daarbij op de
duizenden uitlaatgassen van een stad als Delhi, dat is natuurlijk ook
niet echt bevorderlijk. ‘s Middags maken we een tour door New Delhi.
Het verschil met Old Delhi valt meteen op. De straten zijn breder
opgezet, het is een stuk schoner en er zijn zelfs parken. Maar
tegelijkertijd is het ook een stuk saaier dan Old Delhi, waar op elke
straathoek wel iets te beleven valt en waar je van de ene verbazing in
de andere valt. Onze eerste stop is het Indira Gandhi museum (inderdaad,
dochter van de wereldberoemde Gandhi). Ze is een tijdlang president
geweest in India en was mateloos populair, maar in 1984 is ze vermoord
door haar eigen lijfwachten. Het museum is behoorlijk indrukwekkend
vooral omdat Indira zelf altijd gevoeld heeft dat ze niet lang zou leven
en dit ook in vele brieven en dagboeken heeft geschreven. We bezoeken
nog wat andere monumenten in New Delhi o.a. de India Gate en de
parlementsgebouwen. Natuurlijk brengt onze chauffeur ons weer naar een
van de commissiewinkeltjes waar Anouk heel de boel weer even op zijn kop
zet. Alle sjaaltjes uit het rek halen, alle beelden verplaatsen en als
de puinhoop groot genoeg is weer vertrekken. Als we instappen bij de
riksja chauffeur wil hij weten of we nog iets gekocht hebben. Och nee,
we hebben een mooi beeldje gezien voor 10.000 rs (waar hij dus een
percentage commissie van krijgt) maar we gaan morgen wel even op ons
gemak terug. Die chauffeur ligt dus de komende dagen constant voor ons
hotel. De oplichter opgelicht! Na afloop geven we 250 rs (voor een
afstand van zo’n
50 km
lijkt ons dat ruim voldoende) maar hij vind het weer eens niet genoeg.
Die Indiers zijn ook nooit tevreden.
Dag
350: Donderdag 10 februari (Delhi)
We slapen weer uit want Anouk voelt zich nog steeds ziek en is nog
steeds flink aan het snotteren en aan het hoesten. We lassen dus even
een rustdag in waarin we niet veel doen. We gaan naar Connaught Place om
nog wat boodschappen te halen zoals medicijnen maar zijn al snel weer
weg. Het stikt er van de bedelaars en de touts en vandaag is dat even
allemaal te veel. We wandelen naar het treinstation waar we een kaartje
kopen voor de trein naar Jaipur. Dit gaat ook niet zonder slag of stoot
want buiten het station stikt het van de touts die ons naar een
toeristenbureau willen loodsen om daar een veel duurder treinkaartje te
kopen. Uiteindelijk belanden we in het treinstation op een kantoortje
waar de kaartjes voor toeristen worden verkocht. Er zitten twee mensen
achter een bureau kaartjes te verkopen, een bureau verderop zitten twee
dames mooi te wezen en er zit ook nog een supervisor met zijn voeten op
het bureau. Het is maar goed dat arbeid niet duur is in India. We worden
op een aantal banken en stoelen neergezet die in een u-vorm staan en
elke keer als er iemand aan de beurt is staan alle toeristen gelijk op
en kunnen we weer een of twee stoelen doorschuiven. Grappig systeem en
maar goed dat wij zo’n volgzame types zijn, bij die Indiërs zou het
niet werken. Alles wordt ook dubbel genoteerd hier in India. Onze namen
worden in de computer gezet op een soort passagierslijst maar ook wordt
het nog eens apart in een boek genoteerd. Achter het bureau liggen
duizenden van deze boeken waar waarschijnlijk geen hond meer naar kijkt,
maar wat maakt het uit. Het houdt het personeel lekker van de straat.
‘s Avonds komen we Toon en Talitha tegen van www.papelard.nl.
We gaan met zijn vieren een biertje drinken met servetten om het glas
dat men maar vooral niet ziet dat wij aan het bier zitten.
Treinticket
Jaipur: 350 rs
Dag
351: Vrijdag 11 februari (Jaipur)
Om
15.00 uur vertrekt de trein naar Jaipur, er is ook een trein ‘s
ochtends maar die is maar liefst 3x zo duur. We kiezen dus voor de
goedkope opties en komen dus pas ‘s avonds in Jaipur aan. Het wordt
een gezellige maar lange treinrit want we hebben weer eens onnoemelijke
vertragingen onderweg en komen dus pas twee uur later op onze
reisbestemming aan. Alle buitenlanders worden vaak bij elkaar gezet op
een bank dus we zitten gezellig tussen de Japanners en een Amerikaan.
Hij beklaagt zich over de traagheid en bureaucratie in India en een tijd
later begint hij over de kernbommen die India heeft. Och, zeggen wij,
zou me daar maar niet te druk over maken. Eer ze hier klaar zijn met
alle formulieren invullen en goedkeurig hebben van alle supervisors is
die oorlog al lang voorbij. Het landschap wat we onderweg voorbij zien
komen is niet echt bijzonder, het is niet echt groen en vooral smerig,
India is de grootste afvalberg van de wereld. Om 22.00 uur zijn we
eindelijk in Jaipur waar we door maar liefst 20 touts achtervolgd worden.
Een man is al naar ons toegekomen toen we uit de trein stapten en neemt
ons mee naar zijn riksja, dat wordt natuurlijk vechten met de anderen
want hij heeft niet op zijn beurt gewacht. Anouk stapt er even tussen en
stuurt ons mannetje naar zijn riksja terug en de rest naar binnen. En
die luisteren ook nog, ondanks het feit dat vrouwen in India
eigenlijk niks te vertellen hebben, maar Anouk maakt schijnbaar zo’n
indruk dat ze allemaal wegstuiven. We hebben pech met het vinden van een
kamer in Jaipur, er zijn namelijk drie Hindoestaanse bruiloften aan de
gang, alle hotels zitten dus bomvol. Uiteindelijk belanden we in hotel
Kartikey waar we voor veel te veel geld een redelijke kamer vinden. We
gaan wat eten in het restaurant/bar van het hotel waar alweer een
verkoper annex riksja chauffeur tegen ons begint te praten. Zodra hij
zijn verhaaltje begint over familie op een dorp en geld sturen en
toertjes begint Anouk met feiten te strooien: Weet jij hoeveel mensen er
in Nederland wonen? Welk land in het grootste op aarde? Wat is de
hoogste berg? Na tien minuten houdt hij het voor gezien en vertrekt hij
eindelijk. Nee zeggen in India is niet voldoende, kwaad worden helpt
niet, negeren of kletspraat verkopen werkt vaak nog het beste.
Hotel
Kartikey: 500 rs (waardeloos hotel)
Dag
352: Zaterdag 12 februari (Jaipur)
We
hebben slecht geslapen vannacht, de kamer naast ons zat vol met Israëliërs
die keihard muziek aan het draaien waren. We hebben zelf een keer
aangeklopt maar uiteindelijk maar naar de receptie gebeld en een klacht
ingediend. Uiteindelijk waren ze om 03.00 uur ‘s nachts eindelijk stil,
staat ‘s ochtends het hotelpersoneel om 08.00 uur te kloppen, of we
misschien ontbijt willen? Wat denk je nou zelf, ‘s nachts nauwelijks
geslapen en nu al ontbijten? Om 09.00 uur kloppen ze weer op de deur, of
we misschien nog wasgoed hebben? Dit is de druppel, we pakken snel onze
tas in en vertrekken, zonder ontbijt en zonder wasgoed achter te laten.
We verkassen naar hotel Pearl Palace, dit hotel zit ook bomvol maar ze
hebben nog een bezemkast met een tweepersoonsbed vrij. We besluiten dit
maar te nemen omdat er niks anders op zit. ‘s Middags bezoeken we de
Old City of Pink City. Jaren geleden zijn hier leden van het Engels
koninklijk huis op bezoek geweest en toen hadden ze besloten heel de
stad roze te schilderen voor het hoogstaand bezoek. Maar goed dat
Wilhelmina of Juliana hier nooit geweest is in Rajastan, anders hadden
we nu vast en zeker ook een oranje stad gehad. In de Old City is net een
parade aan de gang met kamelen, olifanten en paarden. Het doel van de
optocht wordt ons niet helemaal duidelijk maar prachtig is het wel.
India is heel kleurrijk, vooral Rajastan staat bekend om zijn vele
kleuren. De vrouwen in prachtige gekleurde sari’s, de olifanten
helemaal beschilderd en behangen met diverse kleuren en dan op de
achtergrond die roze stad. In een woord, prachtig!
Hotel
Pearl Palace : 250 rs (zonder badkamer).
Dit hotel is echt een aanrader, het eten is supergoed, vriendelijk
personeel en het dakterras is heerlijk relax. Oh ja, ze zijn zo trots op
hun brandschone keuken dat ze die aan iedereen laten zien. Ook apart
hoor, een rondleiding door een schone Indiase keuken.
Dag
353: Zondag 13 februari (Jaipur)
We
vertrekken weer naar de Old city met een Riksja, die ons nog even dubbel
wil laten betalen als we uitstappen. Bovendien zet hij ons nog af bij
het City Palace terwijl wij naar het Wind Palace willen. Een
straatjochie wijst ons de weg en uiteindelijk belanden we bij Hal Mahal,
het windpaleis. Supermooi gebouw van buiten maar van binnen zijn ze het
aan het restaureren. En dat gaat op de Indiase manier, met heel veel
potten witte verf en vooral niet binnen de lijntjes kleuren. Het is wel
leuk om even uit de kleine raampjes te kijken waar vroeger de vrouwen
zaten om naar buiten te kijken. Zij mochten zich namelijk niet op straat
vertonen en keken dus vanuit de kleine raampjes in het paleis naar het
leven buiten op straat. Met de lokale bus gaan we naar het Amer Fort,
ongeveer tien minuten rijden buiten Jaipur. De bus zit overvol en Anouk
zit met een kind op schoot terwijl de baby bij de vrouw naast haar via
via wordt door gegeven aan de zus van de vrouw. De Indiase bevolking is
wat dat betreft een van de makkelijkste in de wereld, overvolle bussen
geen probleem, kinderen van een ander doorschuiven in de bus, doen we
gewoon even. Bij het Amer Fort hebben we weer zo’n typisch Indiase
moment, dat gebeurt ongeveer 1x per dag. Ook al zijn er slechte dagen
waar het soms 2 tot 3x kan gebeuren, maar er gaat nooit geen dag voorbij
in India zonder zo’n typisch moment. Zo’n moment dat het allemaal te
veel wordt, dat je die hele Indiase bevolking wel even met de koppen
tegen elkaar wil slaan en wil zeggen: grote oetlummel dat je daar staat!
Zo’n moment dat je helemaal uit je vel springt en zij met een
gladgestreken gezicht tegenover je staan, allemaal op een rij, allemaal
met hun kopje staan te schudden. Mensen die door India hebben gereisd
herkennen dit soort momenten. We lopen het Amer fort binnen waar een
trap naar boven loopt, een behoorlijke steile en hoge trap, dus wel even
klimmen. Bovenaan de trap zit iemand kaartjes te controleren en vraagt
ons om een ticket. Dat blijken we dus beneden te moeten kopen, daar
beneden waar geen bordje staat, waar je een hoek om moet en vervolgens
een raampje vind om een kaartje te kopen. Ok, geen probleem, ze zijn ook
niet slimmer dus wij weer naar beneden om een kaartje te kopen. Als we
vervolgens weer naar boven lopen blijken we het verkeerde ticket te
hebben gekregen. We hebben betaald voor een ticket voor buitenlanders
maar hebben een Indiase ticket meegekregen. Of we nog even naar beneden
willen lopen om het ticket te wisselen. Marcel weet Anouk er nog net er
van te weerhouden dat die man wordt gewurgd en nadat Anouk even heel
haar longinhoud op deze aap heeft leeggebruld rent een ander aapje snel
naar beneden om het ticket te wisselen. Eind goed, al goed. Maar het
blijven stomme apen! De rest van de middag kijken we rond in het Amer
fort, mogen weer met verschillende Indiërs op de foto en keren met een
iets minder volle bus terug naar het hotel waar we lekker neerzakken op
ons dakterras. Heerlijk, even rust, geen riksja, geen touts, en geen
stomme ticketverkopers die je twee keer naar beneden willen sturen.
Entree
Hal Mahal (Wind Palace) : 5 rs
Entree Amer Fort: 75 rs (incl. Camera)
Bus Old City – Amer Fort : 5 rs pp
Riksja Jaipur: 30 – 40 rs (veel toeristen, onderhandelen is moeilijk)
Dag
354: Maandag 14 februari (Bikaner)
We
hebben inmiddels de belangrijkste dingen wel gezien in Jaipur en
aangezien Jaipur net als een Delhi een grote, drukke stad is, besluiten
we naar Bikaner te vertrekken. We gaan vol goede moed naar het
treinstation om een kaartje te kopen, sluiten rustig aan in de rij en
boem, luik dicht. Lunchpauze! Wij zouden iemand anders op die plek
zetten maar nee hoor, hier moeten we gewoon twintig minuten wachten
totdat het mannetje klaar is met zijn lunchpakketje te veroberen. We
besluiten het toeristenloket voor gezien te houden en gewoon binnen een
kaartje te kopen, dit kan gemakkelijk omdat we dezelfde dag nog willen
vertrekken dus er is geen sprake van reservering. Gewapend met een
treinkaartje gaan we terug naar het hotel, pakken onze spullen in en
stappen in een riksja naar het treinstation. Deze denkt slim te zijn en
zet ons 100 meter voor het station af, de rest kunnen we wel lopen. Kan
ik even 20 rs vangen? Weer zo’n typisch moment in India en dus trekt
Anouk weer even haar mond open en worden we toch nog dichterbij het
station afgezet. De treinrit verloopt zonder problemen en om 22.30 uur
komen we aan in Bikaner. We hadden al een kamer vooruit geboekt en dus
worden we opgehaald van het station, wel net zo relax.
Treinticket
Jaipur – Bikaner: 105 rs pp
Hotel Harwer Haveli: 300 rs
Riksja Bikaner: 15 – 20 rs
Dag
355: Dindag 15 februari (Bikaner)
Een
beetje een verloren dag vandaag. We zijn laat uit bed doordat we nogal
moe zijn van de treinreis van gisteren. En als we uit het raam kijken
belooft het ook al niet veel goeds. Er is een zandstorm aan de gang,
Bikaner ligt midden in de woestijn, en het zicht is niet meer dan 50
meter. We gaan nog wel even de stad in maar daar is niks te beleven.
Indiase steden zijn druk, vuil en vol met smog, tel daarbij een
zandstorm op en je snapt waarom wij ons de rest van de dag in het hotel
hebben opgesloten. Het hotel is helemaal een ramp, de service is
waardeloos. Maar wel 5x per dag vragen of we op kamelensafari willen.
Het gebouw waarin onze kamer zich bevind is pas een maand geleden
opgeleverd en van de drie ramen in onze kamer sluit er geen eentje. En
dat is zo typisch India en tegelijk ook weer zo grappig!
Dag
356: Woensdag 16 februari (Bikaner)
Jaren
geleden hebben we eens een keer een aflevering van Lonely Planet op tv
gezien over Rajastan (India). Daarbij lieten ze ook de rattentempel in
Bikaner zien en sindsdien hebben we altijd gezegd dat we dat zelf een
keer met eigen ogen willen aanschouwen. De tempel Karni Mata (zie ook de
website www.karnimata.com)
bevind zich in Deshnok, 30 kilometer buiten Bikaner. Het verhaal gaat
dat de ratten incarnaties zijn van personen en dat is dus de reden voor
de lokale bevolking om ze volop te voeren. Met als gevolg dat er dus
duizenden ratten rondlopen. Helaas als wij er komen zijn de ratten het
beu, er zijn er niet zoveel als dat je zou verwachten en de paar ratten
die er zitten, zitten volgevreten in een hoekje naar ons te kijken. Als
iemand ze eten voor de neus houdt eten ze het niet eens op. Men gelooft
hier ook dat het eten van voedsel waar de ratten hun behoefte op hebben
gedaan erg goed is. Wij nemen dit klakkeloos aan en proberen het maar
niet zelf uit. We keren terug naar Bikaner waar we trachten in het
restaurant bij ons hotel wat te eten te krijgen maar als we naar boven
lopen, loopt het personeel net het restaurant uit en komt niet meer
terug. We zijn het zo beu, heel de dag zeuren over een kameelsafari maar
een simpel colaatje serveren kunnen ze nog niet, dat we besluiten naar
Jaisalmer te vertrekken de volgende dag. Als we bij het
reserveringskantoortje aankomen, blijkt echter dat de bus voor
morgenvroeg vol zit en we besluiten nog meteen dezelfde avond te
vertrekken. Om de tijd te doden gaan we nog even bij het fort in de stad
kijken wat best indrukwekkend is en goed onderhouden. Maar na drie forts
beginnen die ook je neus wel uit te komen! Er hangt in het fort een
overzicht van het aantal bezoekers per jaar. In 2002 zie je dat het
aantal buitenlanders sterk is teruggelopen ivm de aanslag van 11
september. Wel zie je hier duidelijk dat de Indiase bevolking in eigen
land steeds meer op vakantie gaat.
Bus
Deshnok: 8 rs pp
Entree fort: 100 rs/50 rs voor studenten
Prive
bus naar Jaisalmer : 110 rs
Dag
357: Donderdag 17 februari
Na een onrustig busrit met heel weinig slaap arriveren we om half zes 's
ochtends in Jaisalmer. Meteen staan er vier riksja chauffeurs om ons
heen te springen maar als we zeggen dat we al een reservering hebben
gemaakt (leugentje om bestwil) zijn er meteen drie verdwenen. Jaislamer
staat bekend om de vele touts die hier op de toeristen liggen te wachten
en ze kunnen behoorlijk hardnekkig zijn, maar we hebben er meteen drie
uitgeschakeld. Bij hotel Paradise (in het fort zelf) hebben ze om 09.00
uur wel een kamer vrij voor ons en we krijgen zolang een bezemkast
aangewezen met een bed erin. Het lukt ons toch nog om even te slapen en
om 09.00 uur wisselen we van kamer. De eigenaar van het hotel verkoopt
ook kamelensafari's en hij mag van ons 1x zijn verhaal vertellen en
daarna moet hij niet meer zeuren. Wij beslissen wel wanneer we op
kamelensafari gaan. 's Middags wandelen we door het fort en kopen wat
nieuwe kleren. Al onze spullen zijn verloren gegaan tijdens de tsunami
en we hebben vanuit Nederland het minimale meegebracht, de rest kopen we
hier in India wel. Dat is stukken goedkoper dan in Nederland. In de
winkel vinden ze ons niet echt aardig. Hun verkooptechniek is om zoveel
mogelijk uit de kast te halen en alles uit te spreiden in de winkel,
veel mensen zijn dan geneigd toch maar iets te kopen. Wij wandelen de
deur uit met maar twee t-shirts en een broek. Waarover we ook nog eens
flink onderhandeld hebben. De verkoper klaagt dat hij alles op moet
ruimen maar een simpele opmerking van onze kant dat dat nu eenmaal zijn
werk is laat hem inzien dat hij hier met een heel ander soort toerist te
maken heeft dan hij gewend is. De meeste toeristen die hier komen zijn
onderdeel van een groepsreis en hebben maar liefst tien minuten om iets
te kopen voordat de bus vertrekt, terwijl wij gerust de hele middag uit
kunnen trekken voor het kopen van twee simpele t-shirts. 's Avonds eten
we bij The Refreshing Point, het restaurant recht tegenover ons hotel.
Een echte aanrader want het eten is heerlijk en de kaart behoorlijk
uitgebreid. We ontmoeten Donna en Jeff hier, een Engels stel dat zes
maanden door India trekt op zoek naar vogels. India is een van de beste
plekken ter wereld om vogels te kijken maar dat dit niet zonder slag of
stoot gaat mag duidelijk zijn. Elke keer als ze een mooi vogeltje
spotten komt er weer zo'n Indiër tussendoor: Riksja, schoolpen, rupee,
country, etc. Ook stenen gooien naar vogels om ze uit de boom te lokken
of het aan de andere kant in de telescoop kijken zijn inmiddels bekende
taferelen voor hen. Wij lachen ermee maar zij kunnen er vaak behoorlijk
van balen.
Hotel
Paradise: 350 rs (incl. bad).
Enkele dagen na onze aankomst begon het Dessert Festival, de prijzen van
de hotelkamers waren dus al iets hoger al was Hotel Paradise een van de
weinige hotels in het fort die de prijzen niet verdubbelden.
Dag
358: vrijdag 18 februari (Jaisalmer)
Na een stevig ontbijt wandelen we naar de Gadi Sagar watertank. Deze
tank (een hele grote vijver) voorzag vroeger de hele stad van water, nu
ligt er vooral veel vuil in. India lijkt soms een grote vuilnisbelt.
Maar het is een heerlijk rustpunt. Er zijn weinig lokale mensen, een
paar tempels en (nog wel het meest belangrijke) geen toeterend verkeer.
We genieten van het uitzicht, wandelen even rond en keren terug naar het
fort. Via allerlei smalle straatjes met bedelende mensen,
straatverkopers en de nodige koeien lopen we terug naar het fort.
Onderweg maken we foto's van straattaferelen zoals de fruitstalletjes
langs de kant van de weg en de koeien. Dat levert hilarische taferelen
op want als Marcel staat te filmen staan er maar liefst vier Indiërs
achter hem om te kijken wat hij wel niet aan het filmen is. Zij snappen
niet dat wij foto's van een koe maken maar voor ons is dit gewoon heel
bijzonder en zo typisch India. Een ander bekend gezicht in Jaisalmer is
de vele militairen, Jaisalmer ligt op ongeveer 50 kilometer van de
Pakistaanse grens en is een van de grootste legerbasissen in deze regio.
Voordeel hiervan is wel dat de wegen hier erg goed zijn want ze worden
namelijk onderhouden door het leger. Geen potholes of hobbelige wegen te
bekennen hier, terwijl we midden in de woestijn zitten.
Dag
359: zaterdag 19 februari ( Jaisalmer)
De safari (die we uiteindelijk geboekt hebben bij Hotel Paradise omdat
die man niet meer heeft gezeurd) begint echt op een Indiase manier. We
vertrekken maar liefst een uur te laat, als we in de woestijn arriveren
zijn de kamelen er nog niet en na goed twee uur rijden lassen we een
lunch pauze in van maar liefst vier uur. Maar dat mag de pret niet
drukken, het kameel rijden is makkelijk, afgezien van het op- en
afstappen, maar erg saai. Het woestijnlandschap is niet echt
spectaculair, of zijn we te verwend? De woestijn in Namibië en Peru is
mooier en indrukwekkender. Gelukkig valt het mee met het afval, als je
de Lonely Planet moet geloven ligt de woestijn bezaait van de
kamelensafari maar het valt tot nu toe reuze mee. Het is ook wel lekker
om even een rustmoment te hebben van die hectische, drukke, Indiase
steden. Als we ons kamp voor de nacht opslaan hebben we alle acht (twee
Duitsers, twee Australiërs en twee verschrikkelijke Amerikanen) een
houten kont van het kameel rijden. 200 meter vanaf het kamp bevind zich
een lokaal dorpje waar men koud bier verkoopt, midden in de woestijn.
Soms zijn die Indiërs toch wel slim, alhoewel je er ook zat ontmoet die
absoluut niet zakelijk zijn. 's Nachts worden we wakker van de kou,
alhoewel we allebei opmerkelijk warme voeten hebben. Het is zelfs zo
warm bij onze voeten dat we op onderzoek uitgaan. Er blijken zich twee
kleine puppies op onze voeten genesteld te hebben. Zij prefereren de
warme dekens die op ons liggen en wij laten ze maar liggen, lekker toch,
warme voeten in een ijskoude woestijnnacht.
Kamelensafari:
850 rs pp (2 dagen/1 nacht)
Dag
360: zondag 20 februari (Kamelensafari Jaisalmer)
Om 07.00 uur worden we alweer gewekt door onze kamelendrijvers. Ze
hebben ontbijt klaar gemaakt en willen daarna meteen vertrekken.
Plotseling hebben ze haast terwijl ze gisteren alle tijd hadden om te
vertrekken en te pauzeren. Al het afval van het ontbijt laten ze gewoon
in de woestijn slingeren terwijl het kookvuur nog brand, wij besluiten
met een aantal even het heft in eigen handen te nemen en het afval te
verbranden. Vandaag gaan we rennen met de kamelen en Anouk heeft geen
sportbeha aan en ook het eten is niet zo goed gevallen met het gevolg
buikkrampen. Geen pretje dus, het kameelrijden op deze manier. Daarnaast
zijn kamelen niet onze favoriete beesten, ze stinken, laten constant
winden en ze hebben wel een heel opmerkelijke manier om aandacht van
vrouwtjeskamelen te trekken. De binnenkant van de wang en de tong komt
naar buiten en daarbij maken ze een soort lebberend geluid, hoogt
onaantrekkelijk maar die vrouwenkamelen schijnen er voor te vallen. We
zijn allebei het kameelrijden helemaal beu en we zijn blij met een lange
lunchpauze en een uur eerder stoppen. Anouk heeft geen kont meer over en
Marcel vind er geen ruk aan omdat hij niet los mag rijden. Ze hebben hem
namelijk een agressieve kameel gegeven die niet los kan lopen. Als de
jeep ons op komt halen geven we ze een fooi, 100 rs voor de groep lijkt
ons redelijk, ook gezien het feit dat we niet tevreden waren over een
aantal zaken zoals bijvoorbeeld het eten. De Duitsers zijn wel tevreden
en geven 200 rs fooi maar die achterlijke Amerikanen verzieken de boel
weer en geven maar liefst 600 rs fooi. Terwijl ze ook niet echt te
spreken waren over de gang van zaken. Ze snappen niet dat ze op deze
manier het toerisme wel grotendeels verpesten voor anderen. Als we in de
jeep stappen en nog willen zwaaien zitten die kamelendrijvers dan ook al
geld te tellen, tja, helemaal ongelijk kunnen we natuurlijk ook niet
geven met zo'n dagomzet. 's Avonds gaan we weer lekker eten bij The
Refreshing Point, eindelijk fatsoenlijk eten. Ook moeten we onze kleren
nodig wassen, echt alles stinkt naar kameel, tot aan onze rugzakken toe.
Leuk hoor, zo'n kamelensafari. Het was voor ons een 'Once in a lifetime'
experience en dit doen we dus nooit meer!
Dag
361: maandag 21 februari (Desert Festival Jaisalmer)
Vandaag begint het Desert Festival, wat meer een toeristische attractie
blijkt te zijn dan iets echt authentieks. Om 12.00 uur begint er bij het
fort een parade van kamelen (zucht, niet nog meer kamelen, paarden en
diverse rijtuigen. Het is een hele kleurrijke optocht met dansers,
muziek en heel veel mensen die op de been zijn om dit alles te bekijken.
Het hele dorp lijkt uit gelopen te zijn voor deze parade. Er is ook een
schoonheidswedstrijd met maar liefst twintig dames en deze kar trekt de
meeste aandacht van de plaatselijke mannen. Ze rennen er als hongerige
honden achteraan en als de wagen stilstaat staan ze met zijn alle te
staren. In een land waar ondermeer Kama Sutra is uitgevonden kun je je
soms verbazen over de seksuele gedragingen van sommige Indiase mannen.
Het lijkt wel of ze allemaal zwaar gefrustreerd zijn hier. De optocht
gaat naar het stadion waar in de loop van de dag allerlei wedstrijden
plaats vinden, denk hierbij aan een wedstrijd tulband binden,
schoonheidswedstrijden, grootste snor van Rajastan, etc. Als we het
stadion binnenlopen lijkt het net of iedereen op kleur gerangschikt is.
Er is een tribune heel kleurrijk terwijl een andere tribune erg grauw en
saai uitziet. Als we dichterbij komen zien we waarom, er zijn aparte
tribunes voor mannen en vrouwen. De vrouwen zitten in hun kleurrijke
sari's allemaal bij elkaar en in tegenstelling tot de vrouwen zijn de
Indiase mannen altijd saai en onopvallend gekleed. Vaak alleen een
pantalon en een shirt in een onopvallend kleur. Wij hebben altijd het
idee dat de mannen hier allemaal een tulband dragen maar ook dat is
flauwekul, alleen de sikhs dragen een tulband en dat is maar een klein
percentage van de Indiase bevolking. Tijdens het festival zijn de
toeristen apart gezet van de lokale bevolking, geen vragen dus over
country, alleen heel veel starende blikken vanaf de andere tribunes. Er
zijn ook allerlei dranghekken opgezet maar de Indiërs klimmen daar weer
gewoon overheen. Want luisteren, daar hebben ze hier nog nooit van
gehoord. De politie slaat er flink op los met stokken en drijft ze terug
achter de hekken. De paar toeristen die ook tussen de hekken door
klimmen worden wel met rust gelaten, dat moet op die Indiase bevolking
toch ook vreemd over komen. Om 16.00 uur houden we het voor gezien,
Indiase schoonheidswedstrijden gaan er toch wel even iets anders aan toe
dan thuis. Een beetje saai, men loopt naar voren, de naam wordt
afgeroepen en men wandelt weer terug. Geen oproep voor wereldvrede, geen
badpakcompetitie of niks. Terug in het fort vervallen we weer in onze
dagelijkse routine sinds we in Jaisalmer zijn aangekomen, een rondje
wandelen en uit eten met Jeff en Donna, de vogelverkenners.
Dag
362: dinsdag 22 februari (Desert Festival Jaisalmer)
We begeven ons vandaag weer naar het Desert Festival, helaas zijn we te
laat voor het touwtrekken. Voor degene die geïnteresseerd zijn in de
uitslag, de toeristen hebben gewonnen van de lokalen, alhoewel de mannen
het erg moeilijk hadden. Och, het is ook een kwestie van techniek
natuurlijk. De daaropvolgende kamelenrace is hilarisch. Een kameel is
namelijk een heel eigenwijs beest, dat zie je al aan de manier waarop ze
met hun kin in de lucht staan rond te kijken. Echt met zo'n blik van,
niemand doet mij wat. Er verschijnen zeven kamelen bij de start, vijf
gaan er rechtdoor, twee gaan er recht het publiek in, helemaal de
verkeerde kant op dus. Bij de daarop volgende race heeft een kameel geen
zin, gaat zitten en rolt op zijn zij zodat zijn begeleider eraf valt.
Grote hilariteit bij het publiek. Het kamelenpolo is al niet veel beter.
Het spel is op zich heel simpel, men neemt twee teams, tien kamelen en
twee doelen. Maar ja, dan houden ze geen rekening met het karakter van
die kamelen. Een kameel heeft er na vijf minuten spelen al geen zin meer
in en gaat gewoon op zijn kont zitten. Mr Moustache (de man met de
grootste snor in Rajastan, maar liefst twee meter) komt nog even een
auto trekken en ook is er nog een politieagent die hele flauwe kunstjes
doet op zijn motor. De Indiërs vinden het prachtig, de toeristen zijn
er niet weg van. Maar kan me voorstellen als je al de hele dag kamelen
ziet dat je wel eens wat anders wilt zien. 's Middags proberen we nog
wat te shoppen in Jaisalmer maar ze hebben niet echt bijzondere spullen
en zijn verschrikkelijk duur. We proberen ook nog even te internetten
maar ook dat is hier in Jaisalmer geen succes, ze werken met ISDN en dat
is ontzettend traag. Wel krijgen we diverse berichten binnen via onze
site en de e-mail dat Nepal weer toegankelijk is voor toeristen. Gunstig
nieuws dus want we zijn van plan in maart/april naar Nepal te trekken.
Dag
363: woensdag 23 februari (Jaisalmer)
Vandaag is de laatste dag van het festival met o.a. een cricketwedstrijd.
Aangezien cricket niet echt onze sport is besluiten we dit maar over te
slaan en wat door de stad te slenteren. Misschien klinkt dit saai maar
in een stad in India is op elke straathoek wel wat te beleven, wij
vinden dit ook van de leukste dingen in India ook al wordt je soms moe
van al het lawaai en alle vuiligheid. We brengen een bezoek aan de Jain
tempel in het fort maar die is alleen 's ochtends open en wordt dan zo
druk bezocht door alle toeristenbussen dat er bijna geen doorkomen meer
aan is. Na vele omzwervingen komen we bij een handlezeres terecht en we
besluiten een kijkje in onze toekomst te nemen. We krijgen beide drie
kinderen, moeten op een oneven dag in een oneven jaar op een oneven
leeftijd trouwen, met de gezondheid komt alles goed en we worden beide
oud. Anouks kleur is rood (zou dat komen omdat ze op dat moment een rode
fleece trui aan heeft?!) en ze moet ook een rode vlag in de auto hangen
om veilig te rijden. En Marcel wordt een rijk man die wel weet te
genieten van zijn geld. En of er bij Anouk in de familie nog tweelingen
voorkwamen want Anouk had kans op een tweeling, tuurlijk, mijn oma is er
eentje van een tweeling. Die kans zit er dus wel in. 's Avonds gaan we
met de twee Australische meiden van de kamelensafari bij een ander
restaurant eten want ons favoriete restaurant is gesloten. Het personeel
is naar het vuurwerk kijken van het Desert Festival. We belanden dus bij
een ander restaurant en de eigenaar is een brahma (afsplitsing van het
Hindoestaans geloof). Sommige geloven hier in India hebben vreemde
gewoontes. Om te tonen dat hij een brahma is draagt deze man een lange
ketting bestaat uit zes kleine kettingen om zijn nek. Als hij naar de wc
gaat wikkelt hij de ketting om zijn rechteroor zodat hij meer druk kan
uitoefenen op zijn oor en daardoor beter naar de wc kan. Och, het is
maar net waar je in gelooft natuurlijk!
Dag
364: donderdag 24 februari (Jodphur)
Om 10.00 uur stappen we in de bus naar Jodphur, een week Jaisalmer is
meer dan genoeg. Het is op zich een kleine stad maar door het festival
en de kamelensafari zijn we er nog best lang blijven hangen. Na 45
minuten wachten gaat de bus eindelijk rijden. Geen probleem, we vermaken
ons ondertussen wel. In de tijd dat wij staan te wachten komen er
diverse bussen aan met daarin reizigers en de touts vliegen er als
haaien op af. De politie moet ze op een afstand houden. De busrit is
ontzettend vervelend want om de haverklap wordt er gestopt. En de bus
wordt natuurlijk vol met mensen gepropt, zelfs bovenop het dak zitten
mensen. De verkopers en bedelaars zijn ook erg agressief. Als Anouk het
raam van de bus open heeft staan slaat er zelfs een met een fles water
op haar arm om aandacht te trekken. Om 16.00 uur zijn we eindelijk in
Jodphur, de blauwe stad. Vanwege hun geloof hebben veel mensen hun
huizen blauw geverfd, vandaar deze naam.
Busticket
Jodphur: 120 rs pp
Hotel Shivam Guesthouse: 275 rs
Dag
365: vrijdag 25 februari (Jodphur)
De hele dag besteden we aan het slenteren door de vele kleine straatjes
van Jodphur. Jodphur heeft duizenden kleine winkeltjes waar van alles te
koop is tegen redelijke prijzen. Jodphur is ook niet zo toeristisch als
bijvoorbeeld Udaipur of Jaisalmer. We kijken weer onze ogen uit naar
alle kleuren en geuren van de Indiase straten. Deze stad hadden ze beter
het blauwe doolhof kunnen noemen want we verdwalen gigantisch in alle
kleine steegjes, gelukkig is iedereen erg hulpvaardig om ons de weg te
wijzen. 's Avonds eten we in het hotel maar het eten is niet echt lekker
dus we besluiten morgen eens ergens anders te gaan eten.
Dag
366: zaterdag 26 februari (Jodphur)
Midden in Jodphur ligt een metershoge berg met daarop een fort. Het is
hemelsbreed niet zo'n grote afstand maar het is een behoorlijke klim
naar boven. We kopen twee entreetickets en willen ons audiotape op gaan
halen bij de counter maar lopen daar tegen een probleem aan. De
audiotape is een gewone walkman met daarin een bandje met uitleg over
het fort. Helaas hebben we geen creditcard of paspoort bij ons om in
onderpand te geven. We proberen nog geld in onderpand te geven maar
hebben hiervoor niet voldoende bij. We moeten maar terug naar beneden
lopen en een paspoort gaan halen is het antwoord. Een korting op de
behoorlijk heftige entreeprijs is ook niet mogelijk en echt veel
medewerking willen ze ook niet verlenen. Weet je wat wij doen, wij geven
ons entreebewijzen terug, vragen ons geld terug en wandelen weer naar
beneden. Als het allemaal zo moeilijk is dan stoppen ze dat fort maar in
hun kont. We besluiten naar het postkantoor te gaan want Marcel heeft
een grote hoeveelheid wierook gekocht voor zijn vader en die moet naar
huis gestuurd worden. Het inpakken bij het postkantoor (in katoen laken
en wel twintig waxstempels) gaat nog voorspoedig. Ook het versturen gaat
vrij simpel door de medewerking van een vriendelijk postbeambte die ons
meeneemt achter het loket waardoor we niet in de rij hoeven te staan.
Maar dan beginnen de problemen. We moeten namelijk ook een enveloppe
kopen om CD-ROM’s met foto’s naar huis te sturen en daar vragen ze
het achterlijke bedrag van maar liefst 25 Eurocent voor. Volgens de
vriendelijke postbeambte is dat veel te veel en moet een enveloppe
hooguit drie rupees kosten en geen vijftien rupees. We vragen een
Indiase man die net uit het postkantoor komt waar hij zijn enveloppe
koopt en hij gaat altijd naar de boekenhandel. Het is ons dus inmiddels
duidelijk dat de man met het inpakkraampje ons wil afzetten. We gaan op
zoek naar een kantoorboekhandel mar kunnen niks vinden en slenteren
doelloos door de straat, totdat er plotseling een motor stopt. Het is de
man die uit het postkantoor kwam gewandeld en wij hebben hem gevraagd
waar enveloppe te koop zijn. Hij is voor ons naar een winkel gereden en
heeft enveloppen gekocht. En zo zit er tussen al die zeurende,
vervelende, opdringerige Indiërs af en toe nog eens een vriendelijke
persoon. Maar door het gedrag van de meerderheid raak je vaak afgestompt
voor dit soort mensen. Dat blijkt vijf minuten later wel weer als we bij
het postkantoor in de rij staan. Er wil er weer eentje voordringen en
als Anouk er iets van zegt gaat hij luidkeels zijn keel op staan te
halen en doet hij net alsof hij wil tuffen. Anouk reageert hierop door
met haar tong uitgebreid over haar linker (en dus onreine) hand te
likken. Het hele postkantoor staat haar aan te staren met een blik van
gadverdamme, maar je neus ophalen, nee, dat is niet smerig hoor. Als we
terug wandelen naar het hotel komen we langs National Handloom
Corporation. Een soort warenhuis met kleding en huishoudartikelen en
spotgoedkoop, ze hebben zelfs souvenirs tegen belachelijk lage prijzen
dus we slaan even flink in. Ook kopen we allebei een Indiase pak, leuk
voor de carnaval als we weer thuis zijn. Marcel wil diverse pakken
passen maar op den duur willen ze het niet meer uit de verpakking halen
voor hem. Even later blijkt waarom, de lokale mensen wandelen binnen,
houden het voor zich, bekijken het twee seconden en besluiten tot koop
over te gaan. Wij zijn maar lastige klanten voor hen, terwijl wij gewoon
op zijn Nederlands winkelen. In het hotel ontmoeten we een Nederlands
stel, Annette en Menno, zij hebben vijf maanden in Nepal
vrijwilligerswerk gedaan en kunnen ons dus alles over Nepal vertellen.
We besluiten met zijn vieren bij restaurant On the Rocks te gaan eten.
Het is een bijna Onindiaas tafereel, de tafel wordt gedekt, er is een
speeltuintje en de bediening is perfect. Het lijkt even alsof we in een
andere wereld beland zijn.
Entree
fort Jodphur: 250 rs pp
Riksja Jodphur: 20 rs
Dag
367: zondag 27 februari (Jodphur)
Vandaag is het precies een jaar geleden dat we op het vliegtuig stapten
naar Brazilië, een jaar geleden dus dat we aan onze reis begonnen. Het
is niet helemaal zonder horten of stoten gegaan het afgelopen jaar maar
dat heeft ons er niet van weerhouden toch weer verder te reizen. Vanavond
om 22.00 uur stappen we in de bus naar Udaipur. We checken al om 11.00
uur uit en brengen de middag in de stad door. We brengen voor de laatste
keer een bezoek aan de wereldberoemde omeletshop. Deze man maakt voor 12
rs een omelet met brood en is hiermee een bekende geworden in heel
Jodphur, hij verkoopt wel 1000 eieren per dag en heeft daarmee zelfs de
lokale kranten gehaald. Ook krijgt hij post vanuit de hele wereld met
foto's van hemzelf en allerlei mensen die hij ontmoet heeft. Als we
terugkeren naar het hotel lopen we Toon en Talitha tegen het lijf. We
hebben hen drie weken geleden in Delhi ontmoet en hebben dus heel wat
bij te kletsen, voordat we het weten is het alweer tijd om te vertrekken
richting Udaipur. We hebben een sleeperbus geboekt en krijgen dus een
kamertje in het bagagerek (ik weet niet hoe ik het anders moet
omschrijven). Relax is het wel, we kunnen het afsluiten en het is nog
behoorlijk ruim ook. Helaas slapen we opnieuw weinig, de weg lijkt wel
een knollenveld.
Busticket
sleeper Udaipur: 150 rs pp
|