Reisverslag maart: Nepal

Sunauli, Pokhara, Annapurna Circuit Trekking

Een Euro is ongeveer 100 nepalese rupees.

Dag 389: maandag 21 maart (Sunauli)
Eindelijk weg uit India! We zijn blij dat we kunnen vertrekken en hebben zin in Nepal. Om 07.30 uur pakken we de staatsbus naar de grens. De goedkoopste manier om er te komen. Je kunt ook voor 250 rs met de toeristenbus mee maar onze ervaring in India leert ons dat deze ook niet luxe zijn en net zo goed volgepropt worden. Ook kun je vanaf Varanassi een busticket kopen rechtstreeks naar Pokhara. Een busticket inclusief hotel kost 500 rs. Maar dat betekent wel dat we nog een nacht aan de Indiase kant van de grens moeten slapen. Nee dank je! Het wordt een lange, vervelende busrit van bijna 11 uur. Weer starende blikken en drie uur voor we de grens naderen hebben we nog 1x zon typisch India moment. We bezetten met zijn tweetjes en twee grote rugzakken een driepersoonsbank. Er wil een Indir bij komen zitten maar daarvoor vind hij het nodig om in Anouks knie te knijpen. Anouk scheld hem de huid vol en hij gaat ergens anders zitten. Die vrouwen in sari raken ze nooit aan maar bij mij moeten ze altijd aan mijn lijf zitten. En die kerels in de bus geniepig lachen! Om half zes zijn we bij de grens en we hollen bijna de grens over, zo blij zijn we dat we weg kunnen. Wel probeert de Indiase fietsriksja ons nog even op te lichten door snel 20 rs pp te vragen terwijl we 10 rs afgesproken hadden op het busstation. We pakken een kamer in hotel Plaza en worden helemaal zenuwachtig van de eigenaar die ons van alles wil aansmeren waaronder een hotel in Pokhara waarbij we hem vooraf moeten betalen. Daar trappen we dus niet in! Het is opvallend hoe weinig buitenlanders er zijn. In Sunauli zien we nog twee Engelse jongens en verder geen toeristen. De koning heeft eigenhandig het toerisme om zeep geholpen met zijn acties. 

Bus Varanassi Sunauli: 160 rs pp.
Visum Nepal: 30 US$ in cash te voldoen
Hotel Plaza: 250 nrs (waardeloos hotel)

Dag 390: dinsdag 22 maart (Pokhara)
Voordat we in de bus naar Pokhara stappen krijgen we nog een voucher voor het hotel in Pokhara zonder dat we vooraf betalen. De busrit duurt maar liefst acht uur vanwege alle politieposten onderweg. Wij worden niet gecontroleerd maar alle lokale mensen moeten uitstappen en de bagage laten checken. De busrit is al een avontuur op zich. Het landschap is adembenemend mooi, 20 kilometer buiten Sunauli zijn we de bergen al ingereden. En ten opzichte van India is het land behoorlijk schoon! Geen afval, straten worden geveegd, schone berglucht. Heerlijk! De mensen zijn aardig en niet opdringerig of nieuwsgierig. Wel is de bus weer overvol, er stapt zelfs een man met drie geiten in. We proberen de geiten nog brood te voeren maar de Nepalese geiten zijn toch anders dan de kinderboerderijgeiten die wij in Nederland hebben. Om 16.00 uur zijn we in Pokhara waar de touts ons al op staan te wachten. Ons mannetje van het hotel staat er ook met een bordje Mr Marchel from Polland. Och, komt in de buurt! Vanwege de weinige toeristen vinden we een luxe hotelkamer met bad en tv voor nog geen drie euro per nacht. Met uitzicht over het meer. s Avonds wandelen we even door de stad. En voor het eerst sinds twee maanden eten we weer koe. Een heerlijke steak met een glas gin tonic. Hemel op aarde!

Hotel Gorakhali Dhee: 300 rs (geen aanrader, het personeel is stomvervelend).

Dag 391: woensdag 23 maart (Pokhara)
We willen vandaag eens lekker uitslapen maar zijn om 08.00 uur al wakker. We halen lekker vers brood bij de German Bakkery om de hoek en na het ontbijt wandelen we even door de hoofdstraat. Alles voor de toeristen is hier te koop, alleen: geen toeristen. We kijken even rond voor slaapzakken en nog wat spullen die we nodig hebben voor de trekking. Alles is te koop hier en nog veel goedkoper dan in Nederland. Een slaapzak kost 25 US$ terwijl die in Nederland al gauw 60 Euro kost. We eten s middags een ijsje sinds lange tijd. In India durfde we dat niet, ook het verpakt ijs was niet te vertrouwen met al die stroomstoringen.

Dag 392: donderdag 24 maart (Pokhara)
Al onze spullen zijn verloren gegaan tijdens de tsunami maar we hebben maar heel weinig vervangen in Nederland. Wij wisten dat dat veel dingen hier in Nepal verkrijgbaar zijn (en voor veel minder geld dan in Nederland). Vandaag gaan we dus shoppen. We kunnen een goede deal maken omdat er zo weinig toeristen zijn. We schaffen de volgende spullen aan (let ook even op de prijs):
Slaapzak                    1650 rs
Zaklamp                     400 rs
Thermo-ondergoed   350 rs
Handschoenen          100 rs
Zonnenhoed               50 rs

Stukken goedkoper dan thuis en de kwaliteit is bijna net zo goed. De situatie in Nepal maakt winkelen echter niet leuker. Veel mensen zijn zo wanhopig dat ze echt opdringerig zijn met verkopen. s Avonds gaan we uit eten, we zijn de enige klanten in het restaurant. 

Dag 393: vrijdag 25 maart (Pokhara)
Vandaag is het goede vrijdag in Nederland en Holy Day in India en Nepal. Dat wordt dus met verf en water gooien. Aangezien we hier niet echt gecharmeerd van zijn (de paar kleren die we hebben, hebben we net allemaal gewassen), wandelen we van winkel tot winkel zodat we niet gekleurd worden. We halen snel wat boodschappen en duiken weer ons hotel in. Een kind ziet nog kans wat spetters op onze t-shirts te gooien maar verder komen we droog aan. De rest van de dag blijven we veilig binnen en kijken vanaf het dakterras naar het spektakel.

Dag 394: zaterdag 26 maart (Pokhara)
We willen de Annapurna circuit trek gaan lopen (200 km in 18 21 dagen). Hiervoor heb je echter een permit nodig van het ACAP centrum. Om een of andere onverklaarbare reden is het ACAP centrum verhuist enkele maanden geleden. Voorheen zat het midden in het lakeside district, tegenwoordig is het gehuisvest in het gebouw 20 minuten lopen buiten Lakeside. Alvast een goede oefening misschien? Als we om 12.30 uur aankomen blijkt het kantoor op zaterdag om 12.00 uur gesloten te zijn. Dikke pech dus, we moeten morgen terugkomen. We pakken een taxi naar het centrum om contactlenzenvloeistof voor Anouk te kopen, een moeilijk opgave want dit is niet makkelijk verkrijgbaar in Pokhara. We vinden uiteindelijk een hele grote zware fles. Niet echt handig voor de trekking, maar er zit niks anders op. s Avonds willen we nog even onze SD kaarten leegmaken zodat we met lege kaarten kunnen gaan trekken en voldoende fotos kunnen maken. Helaas, alles zit vandaag tegen. De elektriciteit valt uit en we moeten dit uitstellen tot morgen.

Dag 395: zondag 27 maart (Pokhara)
Poging nummer 2. We vertrekken op tijd naar het ACAP centrum en na het invullen van twee formulieren en een vaag enquteformulier zijn we in het bezit van een permit. We zijn van plan morgen te vertrekken als alles mee zit (je weet het nooit in Nepal). s Middags begint het behoorlijk hard te regenen dus schuilen we in het internetcaf. Even de site updaten en fotos branden, hoort ook bij het reizen!

Annapurna Circuit Trekking

De Annapurna trekking rondom het Annapurna gebergte is een van de bekendste trekkings in Nepal. Het is een erg populaire trekking bij veel toeristen, mede door het feit dat het makkelijk individueel te doen is. Daarnaast zijn er onderweg zo veel guesthouses en hotels dat het niet noodzakelijk is om zelf voedsel of een tent mee te nemen. 

Wij hebben ervoor gekozen de Annapurna trekking zelfstandig te doen, dus zonder gids en drager. We hebben een kaart meegenomen van het gebied en onze rugzakken zelf gedragen. Het is mogelijk een drager mee te nemen voor 300/400 rs per dag. Een gids die tevens je spullen draagt komt op ongeveer 850 rupees per dag. Het is ook mogelijk om een compleet verzorgt pakket te nemen waarbij hotels eten betaald is, alleen drankjes komen dan voor eigen rekening. Dit komt op ongeveer 400 500 dollar per persoon voor het gehele circuit. Nadeel hiervan is wel dat je vaak zelf niet kunt kiezen waar je overnacht. 

Annapurna cijfermatig:

  • Totale lengte bijna 300 kilometer

  • 18 21 dagen.

  • Laagste punt: 780 meter (Besisahar)

  • Hoogste punt: 5416 meter (Thorung La)

  • 70.000 bezoekers per jaar.

  • ACAP permit: 2.000 rupees (20 Euro) per persoon.

  • Seizoen: september/oktober en februari/maart is de beste periode.

Dag 396: Maandag 28 maart (dag 1: Pokhara Khudi)
s Ochtends om 06.15 staan we al naast ons bed omdat de bus naar Besisahar om half acht vertrekt. We pakken een taxi naar het toeristenbusstation, volgens de medewerkers van het ACAP kunnen we daar de lokale bus naar Besisahar pakken. Maar helaas, geen lokale bus! Terwijl die volgens het ACAP toch echt vanaf dit busstation vertrekt. Volgens een van de mannen die het theehuis runt op het busstation moeten we tickets kopen voor de toeristenbus die om 08.00 uur vertrekt. We kopen een kaartje voor 210 rs en tot onze stomme verbazing komt de bus al om 07.30. We voelen ons pas echt belazerd als we vervolgens naar het lokale busstation rijden en daar nog een half uur op passagiers staan te wachten. Voor niks vroeg ons bed uitgekomen en Marcel is al geen ochtendmens! Om 08.30 rijden we eindelijk naar Besisahar waar we na ontelbare stops om 13.00 aankomen. We kunnen hier overnachten en dan morgen aan de trekking beginnen maar de stad is niet echt aantrekkelijk dus gaan we maar meteen aan de slag. Ook geen goed idee want het is bloedheet op dit tijdstip van de dag en een erg saai stuk om te lopen. Het eerste stuk wandel je alleen maar door de stad, over een geasfalteerde weg. We pakken een stuk de bus maar als die vervolgens met panne langs de weg komt te staan gaan we toch weer lopen. Al snel wordt de omgeving veel mooier. We passeren rijstvelden, rivieren en kleine dorpjes met nog geen tien inwoners. Het plan is om naar Bhulbhule te wandelen maar als we na twee uur wandelen Khudi bereiken begint het steeds harder te regenen. Als het ook nog begint te onweren besluiten we in Khudi te overnachten. De eerste wandeldag viel reuze mee, afgezien van de hitte. Beetje stijve benen maar dat komt ook door de ellenlange busrit. Morgen gaan we richting Ngadi lopen. Als alles mee zit halen we misschien Bahundada of Syange nog wel maar dan moet het weer ook een beetje meewerken!

Dag 397: Dinsdag 29 maart (dag 2: Khudi Bahundanda)
Om 07.00 uur staan we op en na een stevig ontbijt beginnen we om 08.30 met wandelen. Na drie kwartier zijn we in Bhulbhule. Volgens onze kaart zou daar een ACAP checkpost moeten zijn maar dat blijkt gesloten te zijn. We wandelen verder langs rivieren, over hangbruggen (waarop Anouk zich al snel zeeziek voelt) en smalle paadjes tot aan Ngadi. Onderweg komen we veel dragers tegen. Omdat er vanaf Khudi geen weg meer is moet alles naar boven worden gedragen. Eten, drinken, medicijnen maar ook bijvoorbeeld watertanks of bouwmaterialen. We komen zelfs dragers tegen met een rek vol kippen op hun rug. Ook worden er ezels gebruikt als lastdier, al kunnen die minder dragen dan een man. Wel een erg leuk gezicht als zon hele groep van de berg af komt op een pad dat nog geen halve meter breed is. Dan is het voor ons snel zoeken naar een veilig plekje want die beesten lopen gewoon door! In Ngadi nemen we even een rustpauze, het is inmiddels zo warm dat we even de schaduw moeten opzoeken. Vanaf Ngadi wandelen we naar Bahundanda. Geen pretje want dit dorp ligt 400 meter hoger, een behoorlijke steile klim. Over rotspaadjes hijsen we ons omhoog en na twee uur alleen maar omhoog te hebben gewandeld zijn we om 14.00 uur in Bahundanda. Onderweg moesten we regelmatig stoppen om water te drinken. We maken een stop in Bahundanda om te lunchen en willen eigenlijk nog verder wandelen naar Syanje maar in de verte zien we het al donker worden. We besluiten een hotel te zoeken in Bahundanda en hier te overnachten. Niet echt optimaal want we moeten morgen eerst een stuk naar beneden wandelen en als het warmer wordt halverwege de dag moeten we omhoog gaan klimmen.

Dag 398: Woensdag 30 maart (dag 3: Bahundanda Jagat)
We vertrekken s ochtends om 08.00 uur om de ergste hitte vandaag voor te zijn. Het eerste stuk naar Syange zou 2,5 uur moeten duren maar wij lopen er bijna 3,5 uur over. Het pad ligt vol met rotsen en loopt behoorlijk steil naar beneden. Ook maken we veel fotos onderweg en filmen we, wat ook voor oponthoud zorgt. De meutes pakezels die we onderweg tegenkomen zorgen er ook voor dat we niet veel opschieten. Vanuit Syange moeten we weer omhoog richting Jagat. Bijna 300 meter omhoog en opnieuw een behoorlijk steil rotspad. We zijn bekaf als we in Jagat aankomen. In het eerste restaurant wat we tegenkomen eten we wat. Het is bovenop een heuvel waar het hard waait en we moeten zelfs onze fleecejassen aantrekken voor de kou. We wandelen na de korte lunchstop weer verder. Het eigenlijke dorp blijkt nog 15 minuten verderop te liggen. Gelukkig is dit een redelijk recht pad. Om 14.00 uur zijn we in Jagat. We willen verder lopen naar Gadde Khola, een half uur verderop maar dat loopt even anders. Als we Jagat inlopen komt er iemand naar Marcel toe en duwt hem een briefje in zijn handen. Net vers uit India, gewend aan de bedelende kinderen in Pokhara die geld willen hebben voor voetbalshirtjes, lopen we door en zeggen nee. Plotseling verspreid hij de weg, houdt beide armen op zodat we niet verder kunnen lopen en begint over geld te zeuren. Pas dan valt bij ons het kwartje, dit zijn de beruchte Maosten. Als je de Annapurna trekking gaat lopen is er een dikke kans dat je ze tegen het lijf loopt. Je moet dan een Maosten paspoort kopen zodat je ongehinderd door het hele gebied kunt lopen. Zon paspoort kost ongeveer 100 rs per dag maar is altijd onderhandelbaar. Omdat wij natuurlijk niet zo goed van start zijn gegaan met de Maosten willen ze van ons de volle mep hebben, 50 Euro maar liefst. We hebben ook niet de allerliefste Maost getroffen want hij begint allerlei dreigende taal uit te slaan. We zeggen dat we geen geld hebben om de Maosten te betalen en dat we zullen moeten omdraaien, terug naar Besihahar. We nemen een kamer in een hotel in Jagat, maar goed ook, want Anouk is inmiddels ziek geworden van de lunch van vanmiddag. Alles komt er weer uit, waarschijnlijk het water niet echt goed gekookt en daar kunnen Europese magen nou eenmaal niet goed tegen. De rest van de middag brengen we door op het terras van ons hotel. We zien hoe de Maosten onder een hoedje samenwerken met de plaatselijke bevolking. We zien ze veel geld geven aan een van de vrouwen die een lokale shop runt, zonder dat daar boodschappen voor in de plaats komen. Marcel loopt later nog even door het dorp en een van de Maosten begint over geld te zeiken. Marcel zegt opnieuw dat we niet genoeg geld bij hebben en dat we anders de trek niet af kunnen maken. De Maost begint te dreigen dat we moeten betalen en dat er anders morgen hele erge dingen gebeuren. We besluiten morgen voor zes uur te vertrekken, de meeste mensen vertrekken tussen zeven en acht uur s ochtends dus misschien komen we op deze manier weg.

Dag 399: Donderdag 31 maart (dag 4: Jagat - Dharopani)
Om 05.00 uur loopt de wekker af, we pakken onze spullen in en om 05.30 beginnen we met lopen. We hebben ervoor gezorgd dat we voldoende geld in onze broekzak hebben mochten we de Maosten weer tegen het lijf lopen maar het lukt ons om uit het dorp te ontsnappen zonder die eikels nog eens tegen te komen. Het zijn ook eigenlijk maar luie mensen! We wisten vooraf dat we ze tegen zouden komen maar de manier waarop zorgt er voor ons voor dat we geen zin hebben om die lui te betalen. Het is heerlijk om s ochtends zo vroeg te vertrekken. Het is koel en we komen weinig mensen tegen. Daardoor schiet het lekker op en voor achten bereiken we Chamgye. Een leuk, relaxt plaatsje maar we besluiten niet te stoppen hier. We hebben wat eten meegenomen voor het ontbijt en eten dat onderweg op. Vanuit Chamgye lopen we naar Tal. Het is een verschrikkelijke, hete klim omhoog en ook de lokale mensen stoppen regelmatig om op adem te komen. Maar als je bovenaan de berg bent is het uitzicht wel heel mooi. Tal ligt pal aan de rivier (die ijsblauw gekleurd is door al het gesmolten gletsjerijs). We besluiten hier te stoppen voor een lange lunch voordat we verder wandelen. Die lunch duurt echter maar een uurtje want er beginnen zich donkere wolken samen te pakken boven de bergen. We willen vandaag Dharapani bereiken maar dat lijkt niet te gaan lukken. Hoe dichter we Dharapani naderen des te meer gaat het regenen en tevens wordt het een stuk kouder. Uiteindelijk bereiken we pas om half vier Dharapani omdat we onderweg twee keer moeten schuilen voor de regen. We pakken het eerste guesthouse wat we zien omdat we allebei moe zijn en zere voeten hebben. Anouk heeft vandaag al de eerste blaren gecreerd, Marcel heeft nog nergens last van. De in Nederland aangeschafte wandelsokken zijn dus ook geen uitkomst, gewone tennissokken lopen nog beter dan dit. We zitten nu inmiddels op 1800 meter en het is s avonds behoorlijk koud. Ook aan de menukaart is te merken dat we verder de bergen ingaan. Een dhal bat kost hier al 200 rs, een paar dorpen terug nog 130. Een colaatje kost inmiddels 70 rs per flesje terwijl die in Pokhara voor 30 rs op het menu staan. Dit komt omdat alles door dragers de bergen in moet worden gedragen. 

Dag 400: Vrijdag 1 april (dag 5: Dharopani - Chame)
Dag 5 van de trekking en we besluiten het vandaag rustig aan te doen. We hebben gisteren meer gelopen dan normaal is dus willen we vandaag rond 12.00 uur stoppen. Op die manier kunnen we vanmiddag even bijkomen en onze kleren uitwassen. We hebben niet veel kleren bij en de kleren die we aanhebben zijn echt vuil nu. Het plan is om naar Lata Marang te lopen en daar de nacht door te brengen. Omdat dit niet zo ver lopen is, vertrekken we laat, pas om 08.30 uur. De omgeving veranderd langzaamaan. In het begin passeerden we rijstvelden en zelfs velden met mariuahana. Sinds gisterenmiddag lopen we door naaldbomenbos. Gelukkig vandaag minder rotspartijen en een zachte ondergrond waardoor het lopen veel makkelijker wordt. Wel is het frustrerend dat je soms eerst 50 meter omhoog moet lopen om vervolgens weer naar beneden te wandelen. We lopen op ons gemak, denken genoeg tijd te hebben en we nemen onderweg een uitgebreide lunch in Danagyu. Om 14.00 uur zijn we in Lata Marang maar dat valt vies tegen. Er zitten twee mooie restaurants maar de hotels (twee in totaal) is 10x niks. Er zit niks anders op, we moeten verder wandelen. De volgende twee plaatsen op onze kaarten bieden ook geen oplossing. In Thanchok is het hotel gesloten en in Koto Qupar is maar een van de drie hotels open en die heeft ook nog een koude douche! We melden ons bij het ACAP checkpostkantoor en besluiten door te lopen naar Chame. We zijn vandaag de laatste in de rij, nummer 51 en 52 bij het ACAP. Om 17.00 uur bereiken we eindelijk Chame. Niet helemaal de bedoeling en daarom een fikse tegenvaller (alhoewel we nu wel weer mooi op schema liggen). We hadden het op het laatst ook echt gehad met wandelen en nadat we ook de politiepost van Chame (waar we weer allerlei formulieren moeten invullen, het begint hier een beetje op India te lijken) gepasseerd zijn duiken we het eerste guesthouse in wat we zien. Het is inmiddels koud en we willen eten en een warme douche. We zijn vandaag van 1800 meter naar 2600 meter geklommen terwijl we dat niet zo gevoeld hebben. Gisteren hadden we namelijk een stuk waar we flink omhoog moesten klauteren maar vandaag ging het gestaag omhoog (en soms weer omlaag). Morgen willen we naar Lower Pisang wandelen. 

Dag 401: Zaterdag 2 april (dag 6: Chame - Lower Pisang)
Omdat de was nog niet helemaal droog is vertrekken we pas om 10.00 uur uit Chame. We wandelen eerst naar het drinkwaterstation om onze flessen met water te laten vullen (goedkoper en beter voor het milieu dan de plastic flessen). We doen het rustig aan, maken onderweg wat foto's en drinken een kop thee bij een van de vele theehuizen op de route. We stijgen bijna 300 meter en de route is soms vlak en soms heuvelachtig. We begeven ons nog steeds in dennenwoud al komt de sneeuwgrens wel dichterbij. We zijn nog behoorlijk moe van de lange ongeplande tocht van gisteren en we merken goed dat we nu rond de 3000 meter zitten. Het tempo ligt lager en het ademhalen wordt moeilijker. Omdat we laat vertrokken zijn komen we vandaag opnieuw geen toeristen tegen. Aan het eind van de tocht begint het een stuk kouder te worden en we moeten onze lange broeken en fleece truien aantrekken om onszelf tegen de kou te beschermen. Vooral het laatste stuk naar Lower Pisang is erg koud. Het is een open vlakte en de zon is inmiddels verdwenen. In zes dagen tijd van enorme zwetende hitte naar een koude wind. Om 16.00 uur zijn we eindelijk in Pisang. Vooral het laatste stuk valt tegen. Vaak is er een half uur voor het dorp al een guesthouse4 waarop de naam van het dorp staat, maar dan moet je dus nog een half uurtje verder lopen. Onderweg staat ook nergens aangegeven hoe ver het nog is (misschien maar goed ook trouwens). In Lower Pisang vinden we een hotel met een gloeiend hete douche. Goed voor de spieren en de kou. We douchen snel en gaan gauw boven rond de kachel zitten om vooral warm te blijven. Het is namelijk echt koud hierboven. Ben benieuwd hoe dat hier in de winter is. 

Dag 402: Zondag 3 april (dag 7: Lower Pisang - Manang)
We zijn vroeg wakker omdat in ons guesthouse een groep trekkers zitten die om 06.00 uur opstaan. Veel van de guesthouses op deze route hebben houten vloeren, dus je hoort alles. Om 08.00 uur beginnen we met wandelen. Vanuit Lower Pisang kun je op twee manieren naar Manang lopen. Via het Lower Circuit. Dit duurt ongeveer 4,5 uur en is een bijna vlak pad. Ook bestaat er een Upper Circuit. Hierbij klim je vanuit Pisang 500 meter omhoog de bergen in en loop je in zeven uur naar Manang. Bij de laatste route heb je een mooi uitzicht over de bergen. Wij kiezen voor de makkelijke route, het lower circuit. We zijn nog moe van de afgelopen dagen en willen wel eens een makkelijke route. We merken dat we vroeg uit bed zijn want tegelijk met ons vertrekken er nog meer toeristen uit Pisang. We laten ze even allemaal passeren zodat we de omgeving voor ons zelf hebben. We klimmen een klein stukje omhoog en wandelen vervolgens over een vlak pad. Onderweg komen we voor het eerst sneeuw tegen. Het is behoorlijk koud, het eerste uur lopen we in ons thermoshirt met fleecetrui. Ook de korte broek is sinds vandaag in de ban gedaan. Na twee uur wandelen bereiken we Humde. Een van de twee plaatsen op het Annapurna circuit die een vliegveld hebben (de andere plaats is Jomosom). Humde zelf stelt niks voor, twee hotels en een German Bakkery. We stoppen voor een kopje thee en rusten even uit. Het vliegveld is niet spectaculair, een landingsbaan en een klein gebouw waar welgeteld een agent op wacht staat. Er zijn hier ook maar enkele vluchten per week. Om 14.00 uur bereiken we Manang. Het is eigenlijk maar 4,5 uur lopen maar we hebben het rustig aan gedaan, veel foto's gemaakt en gefilmd. Manang is een redelijke grote stad en je vind hier dan ook wat luxere hotels, een artsenpost en zelfs een soort bioscoop. Verder is het geen aantrekkelijke stad. Manang ligt op 3500 meter hoogte, boven de boomgrens. Het is een kale, winderige vlakte. De route van vandaag was ook niet zo mooi maar het uitzicht is fantastisch. Bij het Annapurna circuit loop je als het ware om het Annapurna gebergte heen. En dat zijn enorme reuzen van 8000 meter hoog. Dan voel je je als mens heel klein en nietig! Morgen nemen we een rustdag hier in Manang (om te acclimatiseren) en dan gaan we langzaam aan naar de pas op 5416 meter, de hoogste pas ter wereld. 

Dag 403: Maandag 4 april (dag 8: Manang)
Een rustdag, uitslapen dus! Om 09.00 uur zijn we pas uit bed en gaan we eens op ons gemak ontbijten. Vanuit Manang kun je verschillende wandelingen maken naar hogergelegen gebieden maar dat is niet echt noodzakelijk om te acclimatiseren. Wij hebben rust nodig en houden dus gewoon een dag rust. We wandelen een keer door Manang, wat op zich niet zo heel groot is. Manang ligt in een soort vallei van waaruit je uitzicht hebt op het Annapurna gebergte. Onvoorstelbaar dat de mensen hier zo kunnen leven. Het is een winderige vlakte waar bijna niks groeit, alleen kool en aardappelen. En die mensen wonen hier al eeuwen! Komt nog bij dat de winters ongeveer zes maanden duren en kouder zijn dan de gemiddelde Nederlandse winter. Van oudsher hebben deze mensen zich ontwikkelt als handelaren waardoor ze redelijk welvarend zijn. En van het toerisme wat hier sinds de jaren '80 komt weten ze ook goed te profiteren. Ten opzichte van soortgelijke bevolkingsgroepen in verlaten streken van Nepal doen de mensen van Manang het economisch heel goed. Om 15.00 uur begeven we ons naar de artsenpost waar elke dag een presentatie is over hoogteziekte. Deze bijeenkomst is gratis dus als rechtgeaarde Hollander zijn wij er als de kippen bij. Het Nepal Himalaya Rescue Team geeft uitleg over de diverse soorten hoogteziektes en hoe je die kunt voorkomen. Veel water drinken en langzaamaan stijgen, niet meer dan 500 meter per dag. Bij de bijeenkomst komen we ook de Ieren weer tegen die we onderweg ook al diverse keren hebben gesproken. Ze zijn op huwelijksreis in Nepal en doen hetzelfde circuit als wij. We hadden ze al een paar dagen niet gezien maar nu blijkt dat Shavon ziek is geweest in Pisang. De rest van de dag rustig aan gedaan, een echte rustdag! 

Dag 404: Dinsdag 5 april (dag 9: Manang - Letdar)
Manang is een stopplaats voor vele trekkingsgroepen die 's ochtends tussen 07.00 en 08.00 uur vertrekken. Wij hebben geen zin om in militaire colonne de bergen in te gaan en staan pas om 07.00 uur op. We nemen een stevig ontbijt met ondermeer vers gebakken appelsloffen. We kopen de appelsloffen eigenlijk voor onderweg maar omdat ze nog warm zijn als we ze kopen eten we ze in de kamer maar op. Om 09.00 uur vertrekken we uit Manang. Het eerste uur is een vervelende klim omhoog. Niet dat het zo steil is maar we merken goed dat we richting de 4000 meter gaan. Onze hartslag ligt hoger en de ademhaling is korter en sneller. Vooral Marcel heeft vandaag erg veel moeite met lopen en loopt achterop (terwijl dit normaal andersom is). Anouk heeft minder last van de hoogte en de rustdag heeft haar goed gedaan. Onderweg weer vele Tibetaanse vlaggen, gebedsstenen, tempel en gebedsrollen. Op het eerste gedeelte van de Annapurna trek vind je nog wel Hindoestanen maar hoe verder je de bergen in gaat, des te meer boedisten loop je tegen het lijf. Sinds de 11de eeuw wonen hier al Tibetanen die het geloof verspreid hebben. Het is wel opvallend dat juist hier het boedhisme overheerst terwijl elders in Nepal het Hindoesme de belangrijkste godsdienst is. Na het eerste uur klimmen wordt de weg gelijk wat vlakker en gaat het lopen beter. Op deze hoogte groeien alleen nog wat struiken, verder is het een grote kale vlakte. Het lijkt wel een maanlandschap. Ook is er niet meer zo veel 'verkeer' op de weg. Er zijn nog maar een paar dorpen tot aan de pas en die hebben niet veel vracht meer nodig. Na twee uur lopen bereiken we Gunsang. Het dorp bestaat uit twee hotels en verder niks. We drinken een kopje thee, genieten van de warme zon en het uitzicht. We wandelen verder naar Yak Kharka. Eigenlijk zou dit onze stopplaats zijn voor vandaag maar als we het dorp in zicht krijgen zien we honderd meter hoger op de berg Letdar liggen. In Yak komen we het Franse stel weer tegen die samen met twee Isralische mannen olv een gids aan het trekken zijn. We sluiten ons bij hen aan op het terras en bestellen lunch. Een uurtje later wandelen we naar Letdar. Een redelijk makkelijke wandeling. Om 15.00 uur arriveren we in Letdar. Wel even afzien na Manang, een schamel kamertje, toilet weer buiten en de haard is het restaurant bestaat ook niet meer. Dit zal de komende dagen nog zo zijn voordat we de pas over zijn. 

Dag 405: Woensdag 6 april (dag 10: Letdar High Camp)
Om 08.45 uur vertrekken we uit Letdar naar Thorong Pedi. Het is een steil smal pad, vlak naast de rivier, die zon 200 meter lager ligt. Het pad ligt vol met keien en rotsen. Niet echt een fijn paadje. Verder wordt het een ademloze dag! Zowel qua uitzicht als ademhaling. We lopen op een slakkengangetje naar boven en om de honderd meter moeten we een keer stoppen om op adem te komen. We zijn niet de enigen, iedereen heeft er moeite mee om boven te komen. Vooral Marcel heeft een zware dag en heeft last van de hoogte. Een uur voor Thorong Pedi bereiken we het theehuis boven op de berg. We rusten even uit, kijken naar de yaks in het kale landschap. Ongelooflijk dat die beesten kunnen overleven hier. Ze leven tot op een hoogte van 6000 meter en door hun dikke vacht kan deze koe gewoon in de sneeuw slapen. De lokale mensen maken warme mutsen van het yakhaar. Na drie uur lopen bereiken we Thorong Pedi. Veel mensen blijven hier overnachten (het is ook luxer dan het guesthouse in High Camp) maar wij blijven alleen even lunchen voordat we naar High Camp klimmen. Om 13.00 uur lopen we naar High Camp. Het is een zware steile klim naar het op 4800 meter hooggelegen High Camp. Als we halverwege zijn is er geen pad meer zichtbaar en moeten we via een rivier lopen. Lekker nat en modderig. We denken even dat we het verkeerde pad hebben maar als we verder lopen zien we in de verte het High Camp liggen. Om 15.00 uur arriveren we in High Camp. Er ligt hier al volop sneeuw en het is erg koud. Morgen vroeg op, vanuit hier is het nog vier/vijf uur lopen naar de pas en dan weer naar beneden. De warmte en douche tegemoet.

Dag 406: Donderdag 7 april (dag 11: High Camp Muktinath)
I was on top of the world! Nou ja, bijna dan, de hoogste pas ter wereld komt in de buurt. Om 05.00 uur vertrekken we vanuit het High Camp naar de Thorong La pas op 5416 meter. We gaan van 4800 meter naar 5416 meter om daarna weer 1600 meter naar beneden te gaan, naar Muktinath. We hebben beide slecht geslapen vannacht, veel mensen zijn ziek, hetzij door het eenvoudige eten met weinig voedingsstoffen, de hoogte of alle inspanning van de laatste dagen. Regelmatig gaat er s nachts een kamerdeur open en staat er iemand te kotsen. Ook Marcel wordt midden in de nacht ziek. Anouk heeft nergens last van, gaat alleen maar 5x naar de wc s nachts om te plassen. Lekker buiten door de vrieskou. Door de hoogte en de hoogtepillen werken je nieren veel meer en moet je veel meer plassen. Een hoop mensen zijn s ochtends als ze wakker worden nog ziek maar besluiten toch te gaan wandelen. Wij zijn om 04.00 uur op en om 05.00 uur beginnen we met het laatste stuk naar de pas. Tegelijk met ons vertrekken er nog meer mensen dus in het begin is het file lopen naar de pas. Als we 200 meter gelopen hebben wordt iemand vooraan in de rij ziek. Het is een smal pad en we kunnen niet passeren en het is bitterkoud. Daar staan we dan! We dragen ieder vier lagen kleren, handschoenen en een dikke muts. Als je wandelt is het niet echt koud maar als je stilstaat voel je goed dat het hier -10 graden is. We besluiten een stukje verderop even te wachten en iedereen te laten passeren zodat we wat meer ruimte hebben. Het klimmen gaat sowieso niet zo snel, we zijn snel buiten adem en Marcel voelt zich goed beroerd. Vanuit High Camp is het nog een steile klim naar de top, dwars door de sneeuw. Maar het is superhelder weer, geen wolkje aan de lucht en het uitzicht is fantastisch. Om half tien bereiken we de pas. We zijn tussendoor nog een keer gestopt bij een theehuis en op ons gemak naar boven gelopen. Het is onbeschrijfelijk hoe je je voelt als je de top bereikt. Hier heb je tien dagen naar toe gewerkt, door de bloedhete zon gelopen, ijskoude nachten doorstaan, blaren gelopen en de laatste twee dagen niet gedoucht omdat er geen stromend water is. En dan plotseling ben je op de top, de hoogste pas ter wereld! Het uitzicht op de besneeuwde bergtoppen is fantastisch. Je vergeet even alles, de blaren, het gebrek aan lucht, de bittere kou! Het is een zware klim naar boven, iets wat je maar 1x in je leven doet. En dan hebben die lolbroeken een bord neergezet: See you again! We drinken een kopje thee in het enige theehuis wat de pas rijk is, nemen wat fotos als bewijsmateriaal, we rusten nog even uit en gaan vervolgens naar beneden, op weg naar Muktinath. Dit stuk is nog zwaarder dan de klim naar de top. Het is behoorlijk steil en door de hoeveelheid sneeuw op veel plaatsen erg glad. Het naar beneden lopen is een zware belasting voor je knien. We wandelen nog ruim drie uur door de sneeuw voordat we de sneeuwgrens eindelijk achter ons laten. Het weer is inmiddels omgeslagen, het is bewolkt en het sneeuwt een beetje. Het uitzicht is ineens een stuk minder. Om 15.00 uur bereiken we het eerste en enige theehuis voor Muktinath. We eten wat soep en wandelen naar Muktinath waar we pas om 17.00 uur aankomen. Marcel zit er helemaal doorheen en heeft veel last van zijn knien. We trakteren onszelf op een kamer met eigen, warme douche. Na drie dagen eindelijk een hete douche. De laatste douche was in Manang. In vergelijking met de basic kamers die we de afgelopen dagen hadden, hebben we nu een luxe kamer. Op dit gedeelte van het Annapurna Circuit zijn de kamers en de voorzieningen ook beter dan op het eerste stuk. Muktinath ligt op dezelfde hoogte als Manang maar de omgeving hier is veel groener en er zijn hier zelfs rijstvelden. Morgen gaan we naar Kagbeni, 2,5 uur verderop en 1000 meter lager. Het schijnt een mooie plaats te zijn en na een lange dag als vandaag hebben we dan morgen even de tijd om uit te rusten.

Dag 407: Vrijdag 8 april (dag 12: Muktinath - Kagbeni)
Omdat we gisteren twaalf uur onderweg zijn geweest pakken we vandaag een korte route. We gaan naar Kagbeni. Eerst slapen we uit tot 08.00 uur, nemen een stevig ontbijt en om 10.00 uur gaan we op pad. Het weer is nu helemaal omgeslagen, het sneeuwt flink en het is maar goed dat we gisteren de pas zijn overgestoken. Vandaag zou dat bijna onmogelijk zijn geweest. Het eerste stuk naar Kagbeni is steil naar beneden maar het is een breed pad. Als we tien minuten hebben gelopen stopt de sneeuw en kan de regenjas weer uit. We zitten nu in het Mustang district. We zien nog steeds veel Tibetaanse invloeden in deze regio, maar komen ook weer hindoestanen tegen onderweg. Deze kant van het Annapurna Circuit is meer verwesterd dan de andere kant. Hotels zijn luxer, de menukaart is meer uitgebreid. Overal zie je wel een German Bakery. De omgeving is veel mooier en groener en de bouwstijl weer heel anders. We passeren Jarhkot (waar inmiddels de zon schijnt) en wandelen verder. Het landschap wordt weer wat kaler, het lijkt een beetje op Fish River Canyon in Namibi. Verbazingwekkend hoe het landschap in een dag wandelen kan veranderen. Inmiddels steekt er een flinke wind op en we besluiten maar thee te gaan drinken. Als we net zitten komen we de Israliers en de Fransen weer tegen. Ze komen ook thee drinken want het is inmiddels gaan regenen. We wachten even en na een half uur klaart het weer op. We gaan weer aan de wandel. Het loopt een stuk gezelliger nu want in tegenstelling tot de laatste drie dagen komen we veel mensen tegen en de pakezels zijn ook weer van de partij. Rond 14.00 uur zien we in de verte Kagbeni al liggen. Maar het is nog een steile klim naar beneden en inmiddels regent het behoorlijk hard. Om 15.00 uur komen we aan in Kagbeni. We kruipen met zijn allen meteen rond de tafel waar een lekker vuurtje op kolen onder brand. Om zes uur is het buiten droog en wandelen we even het dorp in. Ze hebben hier een internetcaf (20 rs per minuut), een Yak MacDonalds en zelfs een Dutch Bakery (al weten we niet wat we ons daar bij voor moeten stellen). Vanuit Kagbeni begint de Mustang trek. Niet veel mensen lopen deze trek, het permit kost namelijk 700 dollar pp. Daarnaast moet je zelf eten en een tent meenemen omdat er geen voorzieningen zijn. We duiken vroeg ons bed in, nog moe van de lange wandeling van gisteren. Bovendien hebben we voor het eerst beiden behoorlijk last van spierpijn.

Dag 408: Zaterdag 9 april (dag 13: Kagbeni - Jomosom)
Om 06.00 uur zijn we alweer wakker, de zon schijnt door de dunne gordijnen naar binnen. Maar als we uit het raam kijken zien we nog iets anders, het heeft vannacht gesneeuwd. Daarnaast waait het nu behoorlijk hard. We ontbijten en om half negen wandelen we richting Jomosom. Normaal moet je vroeger vertrekken omdat het rond 10.00 uur in Jomosom begint te waaien, er zet dan een stevige wind op. Aangezien het nu in Kagbeni al waait heeft het geen zin vroeg te vertrekken. We lopen door een soort kloof, uitgesleten door de rivier naar Jomosom. Het is een kaal, winderig landschap en opnieuw vragen we ons af hoe mensen hier kunnen wonen. Als we Jomosom naderen begint het nog harder te waaien en we worden gezandstraald door al het zand dat onze kant opwaait. We wandelen twee minuten, omdraaien, wachten tot het ergste zand voorbij is en dan weer verder lopen om twee minuten later weer om te draaien. Het zand doet gewoon pijn aan ons benen. Om 11.00 uur bereiken Jomosom. Het is maar een saai dorp en ons plan is om door te lopen naar Marpha, een uur verderop. Het loopt echter anders. Het is al de hele ochtend bewolkt en als we in Jomosom aankomen en de twee checkposten (van de politie en het ACAP) zijn gepasseerd begint het harder te regenen en zelfs te hagelen. We besluiten te gaan schuilen in hotel Mona Lisa waar ook de Fransen en Israliers zitten te lunchen. De twee Isralische mannen zouden morgen vanuit Jomosom naar Pokhara vliegen maar door de harde wind rondom Jomosom is er al drie dagen geen vliegverkeer meer mogelijk. Na een uurtje binnen te hebben gezeten en naar het slechte weer te hebben gekeken, besluiten we in Jomosom te blijven. We hebben toch tijd zat en bovendien is het buiten het circuit niet makkelijk reizen op dit moment. Er zijn stakingen afgekondigd, er rijden geen bussen en de Maosten hebben een bom laten ontploffen in het centrum van Pokhara. We hebben al bijna twee weken geen krant gelezen of televisie gezien en zijn afhankelijk van berichten die we horen via de porters en gidsen van andere trekkers. s Avonds zien we voor het eerst sinds bijna twee weken weer televisie. We vinden de BBC World Service  en kijken naar het huwelijk van prins Charles en Camilla Parker Bowles. De Paus blijkt inmiddels gestorven en begraven te zijn maar wij hebben daar helemaal niks van meegekregen.

Dag 409: Zondag 10 april (dag 14: Jomosom - Tukuche)
Om 07.00 uur zijn we al uit bed. We zien een vliegtuig overkomen maar door de harde wind kan het niet landen en even verderop zien we het vliegtuig weer omdraaien, terug naar Pokhara. Na een ontbijt van verse appeltaart (het begint een verslaving te worden) wandelen we naar Marpha. Het waait hard, zo rond windkracht 8 en we hebben moeite om vooruit te komen. Na 1,5 uur lopen bereiken we Marpha. Het is een leukere plaats dan Jomosom, begrijpelijk dat veel mensen hier overnachten ipv in Jomosom. In de verte zien we alweer een donkere lucht aankomen. We lopen snel door naar Tukuche. De wind is hier nog harder en we hebben echt moeite om vooruit te komen. We komen bij een rivier van anderhalve meter breed met daarover twee boomstammen als brug. Marcel probeert over te steken maar waait na een stap al van de brug. Hij kan nog net op het droge springen maar het is duidelijk dat we deze brug met deze wind niet overkomen. We wandelen langs de rivier totdat we een smaller stuk vinden, gooien er wat extra stenen bij en eerst springt Marcel naar de overkant. Vervolgens gooit Anouk de bagage over, voordat zij zelf naar de overkant springt. We komen droog naar de andere kant en lopen verder naar Tukuche. Het landschap wordt langzaamaan groener en in de verte zien we weer naaldbomen. We zitten nu op een hoogte van 2600 meter en zonder deze wind zou het zelfs warm zijn. Het eerste hotel wat we zien in Tukuche heeft een bordje Dutch Bakery. Nieuwsgierig als we zijn gaan we een kijkje nemen en wat blijkt, het hotel plus restaurant wordt gerund door een Nederlander (Hotel Highland Inn). Friet met mayonaise, aardappelkroket, Nasi Goreng en wortelenstamp staan op het menu. We gaan naar binnen en bestellen een friet speciaal met Douwe Egberts koffie. Hemel op aarde in the middle of nowhere! Het waait nog steeds hard en we nemen maar een kamer hier. Morgen wandelen we wel weer verder. Na een lekker warme douche wandelen we even door het dorp. De lokale distellerij (apple brandy, orange brandy) is helaas dicht. We bekijken wat tempels en keren terug naar onze warme, waterdichte kamertje.

Voor degene die gentreseerd zijn, Patrick, de eigenaar van hotel Highland Inn, organiseert ook expedities naar de Dhampus piek (6012 meter). Ervaring als bergbeklimmer is niet noodzakelijk omdat het een gletsjervrije klim is. Meer info: patrickpurna@hotmail.com.

Dag 410: Maandag 11 april (dag 15: Tukuche - Kalopani)
Na een ontbijt van brood met pindakaas en appeltaart starten we om half tien met lopen. De wind is iets minder maar nog steeds sterk. Het heeft heel de nacht gewaaid, het leek wel een ouderwetse Hollandse winter. Het kost ons een half uur om het dorp uit te komen. Niet dat Tukuche zo groot is maar we maken veel fotos onderweg van de tempels en de kinderen op straat. Als we het dorp uitlopen hebben we de wind weer op kop. We wandelen door de rivierbedden richting Khobang en Larjung. Het is een stuk gezelliger lopen als je af en toe een dorp passeert. Het uitzicht is beter omdat het minder bewolkt is vandaag. In Kokhethanti stoppen we even om wat te drinken. Sinds we de pas over zijn komen we steeds vaker andere wandelaars tegen. Veel mensen vliegen op Jomosom en wandelen vanuit Jomosom naar Pokhara. Of andersom, naar boven wandelen en dan terugvliegen naar Pokhara. Rond 13.00 uur bereiken we Kalopani. We willen in Lete overnachten, een dorp verderop maar als we daar naar toe lopen zien we alleen maar een paar vervallen guesthouses. We draaien dus weer om en keren terug naar Kalopani waar wat betere hotels zitten. Door de wind van de laatste dagen is er nergens elektriciteit. Waarschijnlijk is er ergens een kabel geknapt. Alle elektriciteit moet uit Pokhara komen. Datzelfde geld voor de kippen. Die worden ingevlogen vanuit Pokhara naar Jomosom en aangezien er al een aantal dagen geen vluchten zijn geland, is er ook geen kip meer. Deze twee verwende toeristen zitten dus zonder elektriciteit en zonder kip in de bergen. In het guesthouse raken we aan de praat met het personeel. Er zijn weinig toeristen op dit moment en het zijn voornamelijk Isralirs, niet de meest favoriete gasten. Ze willen een gratis kamer of korting op de kamer en dan eten ze in het restaurant van het hotel (omdat eten het meest kostbare goed is hier in de bergen). Vervolgens gaan ze maaltijden delen of vragen ze om gekookt water om hun eigen soep te maken van een zelf meegebracht pakje. Wij proberen ook wel eens een gratis kamer te krijgen maar op een of andere manier krijgen wij dit nooit voor elkaar met onze Hollandse koppen. 

Dag 411: Dinsdag 12 april (dag 16: Kalopani Dana)
Vandaag willen we naar Rukse Chhahara lopen, ongeveer 5,5 uur lopen vanaf Kalopani. De wind is gaan liggen en het is onbewolkt. Ook in Jomosom is het weer een stuk beter want als we zitten te ontbijten komen er diverse vliegtuigen overgevlogen richting Jomosom. Een raar gezicht want we zitten inmiddels al twee weken in de bergen en hebben sindsdien geen luchtverkeer gezien of gehoord. Om 09.00 uur gaan we aan de wandel maar het kost ons een half uur om het dorp uit te komen. Alle kinderen willen weer op de foto. De afgelopen dagen hadden we redelijk vlak terrein maar vandaag gaan we de daling inzetten, bijna 1000 meter omlaag. En dat is goed te merken. We kunnen weer in ons t-shirt lopen, wat een verschil met de afgelopen dagen. Het wandelpad is geen pretje, een steil rotspad naar beneden vol losse steentjes. Maar de omgeving maakt het alles goed. Enorm groen en diep beneden ons de rivier (die aan deze kant van het Annapurna gebergte niet zo blauw is). Na twee uur lopen bereiken we Ghasa. We hebben de tijd en vinden een gezellig terrasje in het zonnetje. We bestellen een kopje thee en appeltaart. De thee is zo klaar maar de appeltaart duurt een stuk langer. Even later blijkt waarom, het wordt vers gebakken voor ons. Na een lange stop in Ghasa gaan we weer verder, weer een daling over een rotspad. In Kopchepani rusten we nog wat uit met een flesje cola wat nu tenminste weer te betalen is met 50 rs voor een flesje. Na een half uur lopen zijn we in Rukse. Het is een gat van jewelste, niks bijzonders. Bovendien zien we een grote groep uit het beloofde land een hotel binnenwandelen en aangezien we even genoeg hebben van hasjrokende, hebreeuwse liederen zingende mensen, besluiten we door te lopen naar Dana. Het is nog steeds licht en Dana is een uur verderop. In Dana vinden we een aardig guesthouse voor 60 rs, de goedkoopste overnachting van het hele circuit. Warme douche is er niet maar een bucket shower is snel geregeld. Dana ligt op een hoogte van 1400 meter, dat betekent dat we s avonds lekker buiten kunnen zitten omdat het aangenaam weer is. Morgen gaan we naar Tatopani, maar 1,5 uur verderop. Daar is een hotspring waar we even een rustmoment inlassen voordat we naar Beni wandelen. Vandaag hebben we er ruim 15 kilometer op zitten en zijn we 1100 meter gezakt. 15 kilometer lijkt misschien niet veel op een dag maar Nepal is niet zo vlak als Nederland.

Dag 412: Woensdag 13 april (dag 17: Dana - Tatopani)
Een korte wandeling van maar twee uurtjes. We vertrekken om 10.00 uur en wandelen via allerlei rotspaadjes naar beneden. Dana is best een leuk dorp om te zien, opnieuw weer heel anders dan we tot nu toe gezien hebben. Om 12.00 uur zijn we in Tatopani, we blijven hier een middagje rusten voordat we morgen naar Beni gaan, onze laatste stop op het Annapurna Circuit. s Middags vermaken we ons rondom de hotspring. Tatopani is voor veel mensen een tussenstop en zodoende komen we weer heel veel bekenden tegen. Het begint aardig op een renie te lijken bij de hotspring.

Dag 413: Donderdag 14 april (dag 18: Tatopani Pokhara)
Op tijd uit bed om de ergste hitte voor te blijven vandaag. We willen naar Tiplyang/Beg Khola lopen om vanuit daar een jeeptaxi naar Beni te pakken. We lopen via een smal rotsachtig pad heuveltje op, heuveltje af. Voor de Nepalezen is dit een vlak stuk, voor ons lijken het enorme bergen. Om 10.00 uur bereiken we Beg Khola waar een enorme mensenmassa op de been is. Het is vandaag Nepalees Nieuwjaar (2062 ipv 2005) en na de staking wil iedereen op reis. Niemand kan ons vertellen hoe laat de volgende jeep komt en nadat we een colaatje hebben gedronken besluiten we het laatste stuk ook maar te gaan lopen. Het is maar drie uur lopen tenslotte. Het pad is niet echt leuk, een stoffig breed zandpad, maar er zit niks anders op. Na twee uur stevig doorwandelen bereiken we Galeswor waar we een oeroude Toyota taxi (waar nog water bij moet voordat we instappen en wegrijden) naar Beni pakken. In Beni moeten we hollen voor de laatste bus naar Pokhara maar we halen het. We belanden boven op de bus want de bus zit stampvol. Geen pretje bovenop de bus, elektriciteitskabels hangen hier erg laag en de weg is behoorlijk stoffig. Maar na bijna vijf uur rijden over 75 kilometer en ontelbaar veel stops zijn we in Pokhara. Na een warme douche in ons hotel is onze eerste stop het Everest Steakhouse voor een goede biefstuk!

Annapurna feiten & fictie:

  • Een drager verdient 200 300 rupees per dag. 1x het circuit lopen betekent dat hij voor een half jaar geld voor zijn familie heeft verdient.

  • Een drager kan gemiddeld 70 tot 80 kilo dragen. Ze wegen zelf slechts 60 kilo!

  • Een typisch geval van oorzaak en gevolg. Een Canadees vond het leuk om de laatste pakezel die hem passeerde een klap op zijn kont te geven. De ezel vond het minder leuk en gaf een trap naar achteren. Gevolg: een gebroken knieschijf. De Canadees moest met een helikopter van de berg worden gehaald (en hij was nog niet eens de pas over). Een waarschuwing voor toekomstige wandelaars, de ezel loopt nog steeds los rond. 

  • Gemiddeld worden er per jaar 10 tot 15 personen per helikopter afgevoerd.

  • De rijkste man van het Annapurna circuit woont in Manang. Geboren in Manang maar op jonge leeftijd naar Thailand getrokken om op het strand beeldjes en andere prullaria aan toeristen te verkopen. Hij zag in Thailand wat toeristen graag willen en toen eind jaren 70 het Annapurna circuit open werd gesteld voor toeristen, besloot hij een hotel in Manang te beginnen. Nu bezit hij diverse hotels tussen Manang en de Thorung pas. 

  • De opstartkosten voor het eerste internetcaf in Manang (3800 meter) bedroegen 38.000 us$ in 1998. Niet gek dus dat een uurtje internet in Manang ruim 15 Euro kost.

  • Alles wordt de bergen ingedragen door ezels en dragers (niet op de rug maar met behulp van een band om het hoofd). Ook de 200 liter watertanks, de satellietschotels of de Westerse toiletpotten zijn op deze manier omhoog gedragen. 

  • Meest voorkomende problemen op de Annapurna trekking: blaren, diarree en voedselvergiftiging. 

  • Het Engelse woord Trekking is afkomstig uit de Nederlandse taal. Toen de boeren in Zuid-Afrika van de kust de binnenlanden introkken is dit woord ontstaan. Ook wel bekend onder de naam Trekboeren liepen zij dagenlang de binnenlanden in om zich daar opnieuw te vestigen.

  • Voor zover wij weten is de oudste persoon die het circuit heeft gelopen een echtpaar van 70 jaar (2004).

  • Twee goede redenen om in Tukuche te stoppen: De plaatselijke distellerij maakt de beste appel cider van het hele circuit. Hotel Highlands Inn & Dutch Bakery verkoopt Douwe Egberts koffie. 

  • Over pakweg 20 jaar bestaat het Annapurna Circuit zoals we dat nu kennen waarschijnlijk niet meer. Tot een aantal jaren geleden begon je in Pokhara, tegenwoordig kun je al met de bus tot Besisahar komen. Vanaf Beg Khola tot aan Beni rijden er nu jeeps en in de omgeving van Jomosom kom je ook al gemotoriseerd verkeer tegen (tractors en motors). Kortom, hoe langer je wacht, hoe korter het circuit wordt.

Annapurna circuit in het kort!

Hoogtepunt

Letterlijk een hoogtepunt dit keer, de hoogste pas ter wereld: de Thorung La pas. Het gevoel wat je hebt als je na tien dagen lopen eindelijk daar staat is onbeschrijfelijk.

Dieptepunt

Onze aanvaring met de Maosten. We hadden al geen symphatieke ideen over deze mensen maar nadat we ze ontmoet hebben vinden we ze nog veel minder symphatiek!

Internet

Op twee plaatsen vind je internet. In Manang (voor 15 Euro per uur) en in Jomosom is sinds een half jaar een internetcafe geopend. Deze laatste is iets goedkoper, 15 rs per minuut (dat komt op ongeveer 9 Euro per uur).

Telefoon

Op vele plaatsen kun je bellen, in Manang en nog enkele plaatsen ervoor en vanaf Jomosom naar beneden kun je ook internationaal bellen.

Hotel

100 250 rs voor een tweepersoonskamer. De hotels tot aan de Thorung La pas zijn erg basic. Na de pas vind je betere kamers, sommige zelfs met Westers toilet.

Coca Cola

35 180 rs per flesje. Thorung Phedi en High Camp zijn de duurste plaatsen.

Bier

160 230 rs per fles.

Bankzaken

Op diverse plaatsen kun je geld wisselen. Chame en Jomosom hebben tevens een bank maar vaak willen hotels ook wel cash geld wisselen. Wij hebben per persoon ongeveer 1.000 rs per dag uitgegeven. Zorg er ook voor dat je extra geld bij hebt om eventueel de vlucht van Jomosom naar Pokhara te betalen.

Taxi

Vanaf Beg Khola rijden er jeeps naar Beni. In diverse plaatsen zijn ook lokale taxis verkrijgbaar: een paard. Je kunt voor 500 rs per persoon/paard naar de volgende plaats gaan. 

Bus

Busticket naar Besisahar kost 210 rs. Vanuit Beni ben je voor 120 rs in Pokhara.

Eten

Tot aan de pas is het eten vaak erg basic, fried noodles, fried macaroni en dal bhat. Voor degene die uitgehongerd zijn is de dal bhat een goede keus, er kan altijd nog bijgeschept worden. Na de pas wordt het eten een stuk beter. Omdat alles omhoog moet worden gedragen wordt het eten steeds duurder, hoe hoger je komt, des te duurder het eten. Het is een aanrader om vitaminepillen mee te nemen, het eenvoudige eten en de intensieve wandelingen gaan je op een gegeven moment opbreken. Na de zomer is er overigens meer keuze omdat de oogst dan net binnen is.

Algemeen

De Annapurna trekking is een van de leukste dingen die we gedaan hebben tijdens onze wereldreis. Wij vonden het een verademing om zelfstandig rond te wandelen, dus zonder gids. Al konden we die tassen soms wel in de rivier gooien, ieder bijna tien kilo op je rug valt niet altijd mee. Maar als we het over zouden moeten doen, zouden we het weer op dezelfde manier doen.

Terug naar Reisverslagen                             Verder naar Nepal