Reisverslag juli: Namibië

Fish River Canyon, Luderitz, Kolmanskop, Sossusvlei, Swakopmund, Skeleton Coast,
Opuwo, Etosha, Katima Mulilo

Genoemde prijzen zijn in Namibische dollars, die overigens gelijk staat aan de Zuid-Afrikaanse Rand. De Rand is ook te gebruiken in Namibië maar de Namibische dollar is buiten Namibië niks waard. Op moment van schrijven staat de N$ 7,5 voor een Euro.

Dag 131: woensdag 7 juli (Fish River Canyon)

We staan vroeg op want we willen proberen vandaag Namibië te bereiken. Na een overvol Engels ontbijt compleet met sausage en bonen gaan we eerst naar de garage. We hebben in Kaapstad een steen tegen de ruit gehad en dit moeten we laten repareren anders scheurt het verder. Om 09.00 uur kunnen we eindelijk uit Malmesbury vertrekken. We rijden in een ruk door naar Springbok met een korte stop in Citrusdal om wat verse sinasappels te kopen langs de kant van de weg (zo’n kraam langs de weg noemen ze hier een padstal). In Springbok doen we nog wat laatste boodschappen bij de supermarkt en ruim een uur later zijn we bij de grens. De douaneafhandeling gaat snel maar we willen nog een VAT-refund hebben (op alle aankopen die je in Zuid-Afrika doet krijg je 14% VAT terug bij de grens). Dit duurt echter weer wat langer. Het is al bijna donker als we in Fish River Canyon aankomen. We overnachten op de camping (Ai Ais) en zitten nog tot laat buiten want in vergelijking met Kaapstad is het hier heerlijk weer.

Reparatie autoruit: 50 ZAR
Camping Fish River Canyon: 140 N$
Entrée Fish River Canyon: 60 N$ (incl. Auto)

Dag 132: donderdag 8 juli (Luderitz)

Voordat we vandaag richting Luderitz vertrekken gaan we eerst nog even naar het viewpoint om natuurlijk de Fish River Canyon te zien. Vanuit camping Ai Ais kun je dit namelijk niet zien. Het is een schitterende gezicht zoals die Canyon daar voor je licht. Je kunt er ook in vijf dagen doorheen wandelen maar helaas hebben wij daar geen tijd voor. We rijden door naar Luderitz maar onderweg hebben we wat oponthoud op de dirtroad. Drie Oostenrijkers zijn met hun jeep 3x door het water gereden en nu wil de jeep niet meer starten. Maar ja, ze hadden wel mooie foto’s van de jeep in het water. Marcel helpt ze weer op weg en we rijden weer verder. Door dit oponthoud arriveren we pas na zessen in Luderitz. Het is al donker en de camping is net zo duur als het hostel dus we kiezen voor het hostel dit keer. 

Hostel Luderitz: 70 N$ (dormitory pp)
Entrée Kolmanskop: 50 N$

Dag 133: vrijdag 9 juli (Kolmanskop)

Opnieuw staan we vroeg op. We moeten wel, de zon is vroeg op ‘s ochtends en ‘s avonds rond 18.00 uur is het al donker. We rijden eerst naar het schiereiland bij Luderitz. Hier zitten flamingo’s, pinguïns en zeeleeuwen. We zien van alles behalve pinguïns, die zijn waarschijnlijk net op vakantie. Het schiereiland is niet echt bijzonder, het is een grote, droge vlakte zoals we al eerder in Namibië hebben gezien. We besluiten door te rijden naar Kolmanskop. Om 10.00 en 11.00 uur zijn er toers, maar wij komen pas om 11.30 aangescheten. We gaan zelf maar rondkijken. Kolmanskop was vroeger de diamantenstad van Namibië (tijdens de Duitse kolonisatie). Het was een rijke stad maar na WOI kwam de klad in de diamantindustrie en dus ook in Kolmanskop. Met als gevolg dat de ooit luxe gebouwen nu onder het woestijnzand liggen. Een heel macaber gezicht, alsof je in het wilde westen rondloopt. Er is een ziekenhuis, casino en natuurlijk een oerduitse turnvereniging. Want turnen, daar waren die Duitsers gek op. Om 13.00 uur zijn we klaar en we besluiten richting Sossusvlei te rijden. Dit is een behoorlijk stuk rijden over dirtroad maar onderweg zijn er diverse campings waar we kunnen overnachten. Rond 17.00 uur zijn we in Helmeringhausen. De enige echt grote plaats langs deze weg. Niet echt groot met twee winkels, een hotel, benzinepomp en camping. Maar meer hebben we ook niet nodig. We tanken benzine en zetten onze tent op. ‘s Avonds hebben we onze eerste braai (= barbeque).

Camping Helmeringhausen: 70 N$

Dag 134: zaterdag 10 juli (Sossusvlei)

Om 06.30 uur zijn we uit de veren maar het duurt nog tot 09.30 uur voordat we vertrekken. Gisteren is er tijdens het rijden een steen tegen de onderkant van de auto aangekomen en de auto maakt nu zo’n herrie dat we toch maar even de uitlaatpijp na laten kijken. Daar zit inderdaad een gat in wat ze ter plaatse tijdelijk kunnen repareren. We moeten dit dan in Swakopmund goed laten repareren. We rijden via een slechte dirtroad naar Sossusvlei waar we om 13.00 uur aankomen. Onze bedoeling is om hier te kamperen maar helaas, de camping is vol. We kunnen wel naar de zogenaamde overflow area maar daar zijn geen faciliteiten en we mogen hetzelfde betalen. Aangezien de dame achter de balie ook niet echt hulpvaardig is besluiten we Sossusvlei vanmiddag nog te bekijken en dan onderweg ergens te kamperen. Ook nog eens stukken goedkoper. De entree van Sossusvlei ligt in Sesriem, vanuit daar is het nog een uur rijden over een slecht geasfalteerde weg naar de bekende rode zandduinen. Aangekomen bij de zandduinen is het nog 5 km lopen of met een shuttle mee (waar je uiteraard extra voor moet betalen). Met een 4WD mag je overigens wel naar binnen rijden. Wij kiezen voor de shuttle omdat het al laat op de dag is. Sossusvlei is heel bijzonder. Een grote woestijn met rood zand, een heel bijzonder gezicht. We wandelen naar de Dead Valley. Een kalkvlakte met dode bomen (bekend uit de film The Cell met Jeniffer Lopez). Vanaf de plaats waar de shuttle stopt is het nog ruim een kilometer lopen door rul zand. Nadat we Dead Valley bezocht hebben wandelen we naar de zandduin Sossusvlei, een van de grootste zandduinen hier. De shuttle pikt ons keurig op tijd op en we stappen weer in de auto, om richting Solitaire te rijden. Dit is 80 km boven Sossusvlei maar onderweg komen we al een aardige camping tegen, Weltevreden. We kunnen overnachten voor 40N$ (ter vergelijking, bij Sossusvlei betaal je 210 $N). Als we net klaar zijn met de tent opzetten begint de ellende. Het begint hard te waaien en het houdt niet meer op voor de rest van de nacht. We doen ‘s nachts bijna geen oog dicht van de herrie.

Entree Sossusvlei: 40 N$ pp
Shuttle Sossusvlei: 80 N$ pp

Camping Weltevreden: 40 N$ (30 km ten noorden van Sossusvlei, prijs na onderhandeling)

Dag 135: zondag 11 juli (Swakopmund)

We rijden vandaag naar Swakopmund na eerst een heerlijke warme douche te hebben gehad bij Camping Weltevreden. Wij zijn erg tevreden over deze camping, goedkoper en persoonlijker dan Sossusvlei. Via Solitaire (tanken, niet onbelangrijk) rijden we naar Swakopmund. Het is minder Duits dan we hadden verwacht. Ludertiz was wat dat betreft veel Duitser dan dit. Wel worden we overal in het Duits aangesproken en er zijn heel veel Duitsers op vakantie (het lijkt Renesse wel). Camping Mile 4 heeft heel veel wind en geen kamers meer beschikbaar en we belanden bij hostel Desert Sky. We kunnen in de tuin kamperen en de auto staat veilig achter een electrisch hek. ‘s Avonds weer braaien voordat we de tent induiken.

Hostel Desert Sky: 50 N$ pp (tent)

Dag 136: maandag 12 juli (Swakopmund)

De garages in Namibië zijn hetzelfde als in Nederland. Je gaat voor een probleem (in ons geval de condenspijp die in Helmeringhausen gedicht is maar hier goed gerepareerd moet worden) en ze vinden altijd iets anders. De schokbrekers van de auto zijn niet goed en moeten vervangen worden. Nieuwe schokbrekers en een nieuwe condenspijp kost ons uiteindelijk bijna 100 Euro. Hierbij zit maar liefst negen Euro arbeidsloon bij. Met twee mensen hebben ze er ruim een uur aan staan te werken dus kun je nagaan wat die mensen verdienen. Bitter weinig in dit geval! ‘s Middags wandelen we wat door Swakopmund. Anouk moet een nieuw lampje hebben voor haar Mac Light en volgens haar zit er een reservelamp achterin. Maar Ing. Marcel kan niks vinden, de verkoper bij de lampenzaak gelukkig wel. We gaan nog even internetten maar dat valt in het water, de stroom valt namelijk uit. Het blijft Afrika. Na het avondeten willen we nog wat televisie kijken maar de eigenaresse zet om 23.00 uur de sateliet uit. En bedankt!

Internet Swakopmund: 20 N$ per uur|

Dag 137: dinsdag 13 juli (Skeleton Coast)

Nu de auto weer is gerepareerd kunnen we weg uit Swakopmund. 60 km boven Swakopmund ligt Cape Cross, de grootste zeeleeuwenkolonie ter wereld, met naar schatting zo’n 25.000 zeeleeuwen. Precies weten we het niet, we hebben niet de moeite genomen om ze te tellen. 

We rijden verder naar het noorden, via Skeleton Coast, in plaats van via Sesfontein. De route via Sesfontein wordt vaak gedaan door overlandtours. Skeleton Coast is genoemd naar de scheepswrakken die hier vroeger aanspoelden en waar de bemanning het niet van overleefden omdat er helemaal niks groeit. De omgeving is niet echt bijzonder, een grote kale vlakte. Er zouden olifanten moeten zitten maar daarvoor is het gewoon te droog in de winter. Als we Skeleton Coast achter ons laten en naar het oosten rijden wordt de omgeving veel mooier. We willen naar Opuwo (bekend van de Himba’s) maar dat is nog een behoorlijk eind rijden. 300 km voor Opuwo stoppen we en overnachten we in de plaats Kamanjab, bij het Kamanjab Restcamp. Een mooie camping met restaurant, bar en warme douche. Dat laatste is niet onbelangrijk in Namibië want het land is zo stoffig en droog dat een douche op zijn tijd heel welkom is. 

Entree Cape Cross: 60 N$ (twee personen inclusief auto)
Entree Skeleton Coast: 60 N$ (twee personen inclusief auto)
Camping Kamanjab: 80 N$

Dag 138: woensdag 14 juli (Opuwo)

Vandaag een dag vol ellende. Soms zit het mee, soms zit het tegen. Maar het zit vandaag wel heel erg tegen. Het mannetje wat het vuur warm moet houden is waarschijnlijk vannacht in slaap gevallen want de douche is ijskoud. We besluiten die douche maar over te slaan en na het ontbijt gaan we tanken. Zonder vantevoren te checken hoeveel geld we nog in de portemonnee hebben. Geen slimme actie want dit betekent dat Anouk bij de benzinepomp uit de rugzak geld moet halen. Anouk haalt 200 N$ uit de portemonnee en meteen staan er twee vrouwen achter haar hakken. Meteen de deur dicht en op slot, want dit is wel heel toevallig. Ze vragen een lift maar we hebben geen plek en we vertrouwen ze ook voor geen meter. We rijden snel naar Opuwo. Na twee uur rijden komen we bij de zgn. Red Line. Dit is een scheidingslijn voor MKZ (aan de ene kant zit het National Park Etosha, aan de andere kant laat de lokale bevolking de kalveren los rondlopen). Er is een strikte politiecontrole. Wij stoppen netjes en terwijl de agent Marcels rijbewijs en paspoort controleert ziet hij iets onder de auto. Wat blijkt, de benzineleiding blijkt los te zijn en we hebben bijna 25 liter benzine verloren. Het is nog 180 km naar Opuwo maar er is langs deze weg geen benzinepomp. We hebben ook nog geen extra benzine bij omdat je in Namibië toch wel om de 400 km kunt tanken. Het gaat goed totdat we vlakbij Opuwo zijn, 20 km voor Opuwo om precies te zijn. Een ongeluk komt nooit alleen en dat klopt, we moeten de heuvels in en de auto houdt ermee op. Geen benzine meer. Gelukkig is het een doorgaande weg en komt er veel verkeer langs. Anouk krijgt een lift van een Namibisch gezin in een 4WD. Bij de benzinepomp koopt Anouk een jerrycan en benzine en dan is het wachten op een lift terug naar Marcel. Dit valt nog niet mee want iedereen gaat een andere kant op. Uiteindelijk stopt er een auto met twee Engelse jongens. Zij hoeven wel niet deze kant op maar zijn bereid toch een lift te geven. Langs deze weg: Ian en Orlando (die ook nog eens in Amsterdam blijkt te wonen), nogmaals heel erg bedankt! Twee uur nadat we zonder benzine zijn komen te staan is Anouk terug en kunnen we weer gaan rijden. Maar dan wacht ons de volgende stap, Opuwo. We gaan eerst de tank volgooien en daar wil al iemand bij ons in de auto stappen om ons naar het Himba dorp te brengen. We laten hem staan en rijden er zelf naar toe maar als we onderweg een Himba tegenkomen kan ze ons niet vertellen waar het dorp is (achteraf blijkt ze er recht voor te staan). Bij het toeristenbureau vragen ze 100 N$ per persoon voor een rondleiding. We keren terug naar de stad en daar zien we wat Himba’s bij elkaar zitten. Deze mensen smeren zich helemaal in met rode klei, zelfs hun haar is gewikkeld in de klei. Een schitterend gezicht, maar nog steeds geen dorp. We mogen wat foto’s maken van ze en geven ze cadeautjes (pakken suiker). Dit is niet voldoende, ze willen ook nog geld en nog meer geld. Bedelen kunnen ze als de beste. Terwijl wij daar staan met ons fototoestel lopen er diverse figuren langs de auto en iedereen kijkt in de auto. Sommige gaan gewoon uitgebreid in de auto staan te staren. Als de Himba’s nog meer gaan zeuren en er steeds meer mensen om ons heen staan met souvenirs en zich als gids aan willen bieden besluiten we te vertrekken. We voelen ons hier absoluut niet veilig en draaien om. We rijden terug naar Kamanjab en overnachten daar weer. Achteraf vertelt de eigenaresse ons dat Opuwo inderdaad niet zo veilig is. Je moet je auto ergens bij een hotel parkeren achter het hek en dan naar het dorp gaan met een lokale gids. We zijn blij dat we veilig weg zijn gekomen!

Eten camping Kamanjab: 55 N$ pp

Dag 139: donderdag 15 juli (Etosha)

Om 08.00 uur rijden we naar Etosha. Het National Park ligt vlak boven Kamanjab maar de ingang daar is alleen maar toegankelijk voor safaritrips. We moeten dus naar de Anderson gate rijden, 200 km verderop. Om 10.30 rijden we het park binnen en we besluiten eerst de westkant van het park te bezichtigen. Er staat echter bijna geen water en afgezien van een paar zebra’s en giraffes zien we niks. We rijden terug en besluiten richting de camping te rijden, daar moeten we sowieso voor zonsondergang (17.30 uur) zijn want je mag ‘s avonds niet meer door het park rijden. Plotseling zien we iets oversteken, zo’n 50 meter verderop. Het blijkt een neushoorn te zijn, een van de Big Five en niet zo makkelijk te spotten. Het beest steekt op zijn gemak de weg over en blijft rustig staan zodat wij foto’s kunnen maken. Als hij wegloopt valt hij niet meer op in het dichte struikgewas. We rijden naar camping Halali zonder onderweg nog noemenswaardige dieren tegen te komen. Op de camping vraagt Anouk de eerste de beste of we de site kunnen delen zodat we de kosten kunnen splitsen. Geen probleem zeggen de Duitsers en in het kantoor krijgen we meteen een kopie van de rekening. Dit scheelt ons wel even 15 Euro! Je mag een site namelijk met acht personen gebruiken en de site zijn groot genoeg voor twee of drie tenten. We wandelen naar de drinkplaats vlakbij de camping en net na zonsondergang zien we een moederneushoorn met kind de plaats op waggelen. Een leuk gezicht, vooral die kleine neushoorn die zijn moeder omver probeert te duwen. We maken een braai en duiken om 22.00 uur ons bed in, morgen vroeg op, de beste tijd om wild te spotten is ‘s ochtends vroeg of tegen zonsondergang. Helaas vandaag geen olifanten of leeuwen gezien, maar die schijnen hier wel heel veel te zitten. Het park zelf is niet zo heel mooi, erg droog met weinig begroeiing. Maar daardoor kun je het wild wel beter zien.

Camping Etosha: 210 N$ per site (105 N$ voor ons)
Entree Etosha: 80 N$ (inclusief auto, overnight)

Dag 140: vrijdag 16 juli (Etosha)

Na een snel ontbijt en een vers kopje koffie van de buren rijden we net na zevenen de camping weer af. Maar 15 kilometer buiten de camping horen we een vreemd geluid. Je mag echter niet zomaar uitstappen dus we parkeren de auto op een drukke kruising waar veel auto’s langs komen en wat blijkt, de schokbreker is los gekomen. We rijden terug naar de camping en de man bij de benzinepomp haalt de schokbreker er voor ons uit. Deze blijkt afgebroken te zijn, na vier dagen. Volgens hem is het ook geen nieuwe schokbreker want hij is zo beschadigd. Hij kan de schokbreker lassen en dan moeten we hem Tsumeb laten vervangen, dat is bijna 100 km buiten het park en zover moeten we het wel kunnen halen. Uiteindelijk zijn we weer drie uur verder als we kunnen vertrekken. Maar we kunnen tenminste weer rijden. ‘s Middags zien we bij een waterplaats een hele kudde olifanten. Ze zijn echter klaar met drinken en lopen vlak langs onze auto weg. Mooi gezicht zoals die kudde wegschommelt. Later op de middag zien we nog een kudde olifanten bij een waterplaats. Het valt op dat de kuddes groot zijn, op zijn minst 20 olifanten. We hebben ze niet precies geteld want ze staan allemaal door elkaar en ze lijken allemaal op elkaar. De zebra’s en giraffes staan braaf op hun beurt te wachten totdat de olifanten klaar zijn. Om 15.30 verlaten we het park en rijden zonder problemen naar Tsumeb. De garage is echter gesloten als we daar aankomen en we rijden naar een hostel om te overnachten. De tweepersoonskamers zijn schrikbarend duur en we kiezen voor de dormitory. We moeten wel apart slapen want mannen en vrouwen worden gescheiden. ‘s Avonds raken we aan de praat met een vrouw uit Zimbabwe. Ze is geëmigreerd naar Namibië omdat er veel veranderd is in Zimbabwe, nu de blanken het land zijn uitgedreven. Zelfs voor de zwarten is het leven er niet gemakkelijker op geworden. Ook ontmoeten we een vrouw uit Taiwan die naar de grens met Botswana wil reizen. Openbaar vervoer is echter niet zo makkelijk in Zuidelijk Afrika en ze vraagt ons om een lift. Omdat ze maar weinig bagage bij zich heeft en wij nog wel een beetje plaats hebben is dat geen probleem voor ons. We moeten morgen wel eerst naar de garage voordat we vertrekken richting Zambia.

Hostel Tsumeb (op Omeg Allee): 60 N$ pp (dormitory)

Dag 141: zaterdag 17 juli (Katima Mulilo)

Opnieuw vroeg uit de veren en om half acht staan we al bij de garage. We zijn niet de enigen en daarom duurt het even voordat we geholpen worden. In eerste instantie denkt de garagehouder aan een fabricagefout en we kunnen dit claimen. Daar doen de vertegenwoordiger van Gabriel schokbrekers in Tsumeb echter moeilijk over omdat de schokbreker gelast is. Na nog wat heen en weer gebel tussen Swakopmund, Tsumeb en een hoge pief bij Gabriel krijgen we het toch voor mekaar dat we mogen claimen. Maar als de garage de schokbreker terug wil plaatsen blijkt er een ring niet in te zitten. Als we de andere schokbreker controleren is ook hier de ring niet aanwezig. Dat was dus de reden dat de schokbreker zo beschadigd was en dat er zoveel stof in de kofferbak lag sinds Swakopmund. Na drie uur zijn we eindelijk klaar bij de garage. Mede door het feit dat de linker schokbreker door drie handen was gegaan en ergens was neergelegd waar ze hem niet konden vinden. Na een kwartier zoeken was de schokbreker weer terecht. Het blijft Afrika, zucht! We pikken onze liftster op en we brengen haar naar haar plaats van bestemming. Als we daar om 16.00 uur aankomen blijkt echter dat de grens nog 15 km verderop is, midden in een National Park. Dit kan alleen maar in Afrika. De plaats is niet echt veilig dus we rijden een stuk om en zetten haar af bij de grens. Via de Caprivi strook (National Park) rijden we naar de grens met Zambia. Niet echt een slim idee want het is al donker en er is sprake van overstekende olifanten. We komen echter niks tegen en om 21.00 uur zijn we pas in Katima Mulilo. We overnachten bij de Zambezi Lodge (met tent) en gaan proberen morgen de grens over te steken.

We hebben vandaag wel een hele mooie route gereden, Zuid-Afrika en Namibië zijn nog redelijk Europees maar hoe dichter we de grens met Zambia nader, hoe meer we ons echt in Afrika wanen. Met houten hutjes langs de weg en mensen die midden op straat lopen (op de snelweg). Denk dat we dat in Nederland ook eens gaan proberen, op zondag langs de A2 gaan wandelen. Och ja, dit is ook Afrika.

Camping Zambezi lodge: 70 N$ (tent plus auto)
Eten Zambezi lodge: 60 N$ pp (erg goed)

Namibië in het kort!

Hoogtepunt

Kolmanskop (in de buurt van Luderitz). De oude diamantenstad, heel bizar gezicht.

Dieptepunt

Swakopmund. We hadden het Duitser verwacht, maar misschien is dit dan juist een hoogtepunt?!

Internet

Internet is duur, 20 N$ of meer.

Telefoon

Niet geprobeerd, was erg duur.

Hotel/Camping

Kamperen is erg duur bij de nationale parken en bijvoorbeeld Sossusvlei. Vaak vind je goedkopere en betere campings net buiten deze attracties. In de parken betaal je al gauw 200 N$, buiten de parken kun je voor minder dan 100 N$ slapen.

Coca Cola

4 – 6 N$

Bier

4 – 8 N$

Taxi

Taxi’s in windhoek zijn goedkoop (van horen zeggen). Wij hadden eigen vervoer en hebben de taxi dus niet geprobeerd.

Bankzaken

Pinnen is mogelijk in Luderitz en Swakopmund. Je kunt overigens in Namibië met Namibische dollars of Zuid-Afrikaanse Rands betalen. Deze worden door elkaar heen gebruikt maar de Namibische dollar is buiten Namibië niks waard.

Eten

Wij hebben zelf gekookt, er zijn goede supermarkten te vinden in de grote plaatsen. Fish River Canyon en Etosha hebben campingwinkels die iets duurder zijn dan de gewone supermarkt.

Benzine

3,80 N$ per liter

Algemeen

Droog, kurkdroog. Verbazingwekkend, zo weinig dat er groeit. Namibië is erg westers, verwacht dus niet het echte Afrika hier te zien.

Terug naar Reisverslagen                    Verder naar Zambia