Reisverslag mei: Myanmar

Yangon, Inle Lake, Mandalay, Bagan, Yangon

Voor een Euro krijg je ongeveer 1200 Kyats, het is mogelijk om Euro’s te wisselen op de zwarte markt in Yangon. De rest van het land accepteert dollars tegen een koers van ongeveer 920 tot 950 kyats voor 1 dollar. Wissel niet bij het geldwisselkantoor op de luchthaven, hier krijg je een schandalige 450 Kyats voor de dollar. 

Dag 429: zondag 01 mei (Yangon)
Om 08.00 uur worden we gewekt voor het ontbijt. Marcel gaat naar beneden en moet een kwartier op zijn ontbijt wachten. Anouk is ziek, die heeft weer eens last van voedselvergiftiging. We pakken ons spullen in en Marcel moet nog douchen. Plotseling krijgen de medewerkers van het hotel haast. Ze bellen naar boven waar we blijven en kloppen op de deur om de bagage alvast op te halen. Misschien hadden ze het ontbijt sneller uit kunnen serveren. De logica is hier soms ver te zoeken. Op het vliegveld leveren we onze papieren en hoteltoken in en krijgen onze tickets en paspoorten terug. We moeten nog een uur wachten voordat we het vliegtuig in mogen. Anouk holt nog maar eens 3x naar de wc. Het vliegtuig naar Yangon is een stuk groter en luxer dan het vliegtuig van gisteren vanuit Kathmandu. Als we net zitten moet Anouk weer overgeven en een van de medewerkers maakt ORS klaar en sla de vliegtuigmaaltijd maar over. Het vliegtuig zit maar halfvol terwijl het in Yangon alleen maar een tussenstop maakt en dan naar Bangkok vliegt. Na een uur en 20 minuten vliegen landen we in Yangon. Opvallend is dat het vliegveld, net als in Dhaka, best luxe is. Dit in vergelijking tot Delhi of Bombay in India, wat eigenlijk een veel rijker land is dan Myanmar of Bangladesh. In Kathmandu hebben we een papier moeten tekenen dat we verplicht 200 US$ per persoon moeten wisselen. We vergeten per ongeluk dit papier in te leveren en douane vraagt nergens naar. Later blijkt ook dat de koers op de zwarte markt of in het hotel veel gunstiger is, we krijgen daar bijna het dubbele van de koers op het vliegveld. We pakken een taxi naar hotel White House waarbij de prijs niet onderhandelbaar is. Het helpt ook niet dat Anouk nog steeds met een kotszak uit het vliegtuig in haar handen staat omdat ze zich nog steeds niet lekker voelt. De kamers bij White House zijn erg duur en stellen niks voor. We besluiten een nacht te blijven en gaan morgen wel verkassen. Yangon is een groot verschil met andere Aziatische steden, brede straten en het verkeer rijdt zeer beschaafd zonder te toeteren. Toeteren is namelijk verboden, wat een rust!! Er rijden bijna alleen maar auto’s, motors zie je nauwelijks in het straatbeeld. Ook riksja’s kennen ze hier niet. Onderweg naar het hotel hebben we al een blik kunnen werpen op de diverse gouden pagodes, geen wonder dat Myanmar het gouden land wordt genoemd.

Airport taxi: 5 $
White House hotel: 14 $ (slecht hotel)

Dag 430: maandag 02 mei (Yangon)
We zijn vroeg wakker, de kamer is bloedheet en bij de moskee zijn ze ook wakker, soms is het voor ons een raadsel waarom heel de stad moet weten dat de moskee wakker is. We ontbijten en verkassen naar hotel Daddy’s Home. Goedkoper en airco op de kamer. Bovendien is het personeel een stuk vriendelijker dan bij White House. Marcel duikt meteen weer zijn bed in, hij heeft de hele nacht niet geslapen. Anouk voelt zich ook nog niet helemaal fit dus brengen de rest van de dag op de kamer door, we moeten even bijkomen. Pas om 16.00 uur verlaten we ons airco kamertje om een bezoek te brengen aan de Sule pagode. De temperatuur is een stuk aangenamer wat later op de dag, als de zon niet meer zo fel schijnt. De Sule pagode is vlakbij ons hotel en het centrum van Yangon. We moeten dollars wisselen in Kyats, om eten, drinken en openbaar vervoer te betalen. Hotels kunnen we betalen in dollars. De eerste geldwisselaar probeert ons te belazeren, het is een Indiër, hoe kan het ook anders! Hij geeft 83.000 Kyats ipv de 100.000 Kyats die in de stapel zouden moeten zitten. Anouk telt de eerste stapel, die dus al niet klopt en geeft al het geld terug. Op deze manier doen we geen zaken! We lopen verder en vinden iemand die wel kan tellen. Na de grote wisseltruc wandelen we nog wat door de stad, eten onderweg poffertjes op straat en kijken naar de koloniale gebouwen, een erfenis van de Engelsen. We gaan wat eten bij een fastfood restaurant genaamd Wonderfull. De W lijkt verdacht veel op de M van Mac Donalds, die zich in dit land niet kan en mag vestigen. Hier vind je geen MacNuggets of Hamburgers op het menu maar Chinese hot pot of Europese spaghetti. Opvallend is dat Myanmar een gesloten land is maar dat er toch veel mensen in Westerse kleren zoals spijkerbroeken rondlopen. Niet zoveel zoals je dat in Thailand of Nepal ziet, de traditionele klederdracht is nog steeds de longyi, een soort sarong. Dit wordt zowel door de mannen als de vrouwen gedragen en om de vijf minuten zie je ze die longyi opnieuw vastknopen, niet echt een ideaal kledingstuk dus. In Yangon zie je ook vrij veel luxe hotels en diverse soorten restaurants zoals Japans en Koreaans. Niet helemaal wat je zou verwachten in Myanmar. In een land waar veel arme mensen wonen vind je ook altijd een groep hele rijke mensen, als is die groep wel klein.

Daddy’s Home: 9 $

Dag 431: dinsdag 03 mei (Yangon)
Om kwart voor tien schieten we wakker en moeten we hollen voor het ontbijt wat om 10.00 uur afgelopen is. ‘s Middags bezoeken we de Bogyoke market waar van alles te koop is, van houtsnijwerk tot schilderijen en er is zelfs een Lacoste winkel. Veel goederen zijn geïmporteerd uit Thailand. En wij maar denken dat de grenzen dicht zijn. We eten wat noodles, gekozen van een menukaart zonder prijzen. We zullen dit later nog vaker treffen in restaurants en op een of andere manier zijn de prijzen voor buitenlanders altijd net iets hoger dan voor de lokale mensen. Naast Bogyoke market bevind zich een grote shoppingmall en we ontdekken een heus internetcafé. De overheid heeft alle mailservers afgeblokt maar we kunnen wel kranten lezen op internet en een bericht in ons eigen gastenboek plaatsen dat we veilig aangekomen zijn in Myanmar. Als we ‘s avonds gaan eten valt het op hoe druk het op straat is, de meeste mensen komen pas naar buiten als het minder heet is. Iedereen zit op straat te eten en spullen in allerlei soorten en maten te verkopen. Iedereen lacht om Marcel die zijn vanmiddag aangeschafte longyi heeft aangetrokken. Hij heeft nog wat moeite met de manier van vastknopen en het model. Onderweg wijst iedereen op Marcels longyi en houden hun duim omhoog en in het hotel legt het personeel nog even drie man sterk uit hoe je zo’n ding nou moet knopen.

Dag 432: woensdag 04 mei (Yangon)
Vanwege de warmte, overdag is het bijna 40 graden, hebben we (net als de lokale mensen) ons ritme aangepast. We slapen lang uit en om 16.00 uur begeven we ons naar de Shwedagon pagode. De beroemdste pagode van Myanmar, zo niet van Zuid Oost Azië. Volgens boeddhisten is de pagode 2500 jaar oud, volgens archeologen pas 1000 jaar. Het is maar hoe je het bekijkt. De hele pagode is gebouwd rondom acht haren van de boedha die aan de koning van Okkalapa geschonken zijn (dit is allemaal gebeurd lang voordat wij geboren werden). Het complex is zo groot dat het zoeken naar de haren inmiddels de bekende speld in de hooiberg is. De toren van bladgoud die boven het complex uitsteekt is bijna 100 meter hoog en als je op een hoog gebouw staat in de stad zie je de toren er overal bovenuit steken. De toren is bezaait met robijnen en smaragden maar vanaf de grond is dat moeilijk te zien. Erg jammer dat ze net nu wij er zijn met de renovatie bezig zijn waardoor alles in bamboepalen gehuld is. In het complex vind je talloze budha’s, wij zijn maar gestopt met tellen. Deze beelden zijn geschonken door talloze bewoners van de stad, hoe rijker des te groter het beeld. We raken aan de praat met een potentiële gids, die uiteraard vind dat wij niet alleen rond kunnen lopen zonder gids. Hij was geschiedenisleraar en gaf zijn leerlingen een juiste les van de geschiedenis van Birma, in plaats van de overheidspropaganda. Nu zit hij werkeloos thuis. Voordat hij dit verhaal vertelt kijkt hij eerst nog eens schichtig om zich heen, je weet maar nooit wie je wel en niet kunt vertrouwen in dit land. Als we naar buiten lopen komen we de schoonmaakploeg tegen. Waar bij ons de kleinste Albert Heijn al een veegwagen heeft, gebruiken ze hier 30 mensen op een rij met een bezem in hun handen. 

Entrée Shwedagon Pagode: 5 $ pp
Taxi: 1500 Kyats

Dag 433: donderdag 05 mei (Yangon)
Vandaag is het bevrijdingsdag in Nederland en wij gaan onszelf bevrijden uit Yangon. We kopen een busticket om naar Inle Lake te gaan. We overwegen nog even om eerst naar Bagan te gaan maar daar is het nu 45 graden. Inle Lake ligt op 900 meter boven de zeespiegel dus daar is het iets koeler. Marcel is pas laat uit bed vandaag omdat hij vannacht de wedstrijd PSV – AC Milan heeft zitten kijken samen met drie slapende Birmezen. PSV heeft met 3 – 1 gewonnen en nog zijn ze niet door naar de finale, het zal ook eens een keer meezitten daar in Eindhoven. We gaan nog even wat extra geld wisselen op de zwarte markt omdat de koersen in Yangon beter zijn dan in Mandalay of Inle Lake. De zwarte markt hoef je niet op te zoeken, zij vinden jou! Overal waar je loopt komt er wel iemand achter je aan om geld te wisselen. ‘s Middags regent het een beetje, het regenseizoen is in aantocht.

Busticket Inle Lake: 6.500 Kyats pp

Dag 434: vrijdag 06 mei (Inle Lake)
We hebben horror verhalen gehoord over het openbaar vervoer in Myanmar. Slecht wegdek, houten banken, kapotte airco, veel vertraging en eindeloos wachten. We hebben via het hotel tickets geboekt voor een luxe airco bus maar we verwachten er eigenlijk niks van. We pakken om half elf een taxi naar het busstation waar tot onze stomme verbazing nog best een luxe bus op ons staat te wachten. Erg veel beenruimte is er niet maar de stoelen kunnen achterover en we krijgen zelfs een kussentje. Ook een fles drinkwater zit bij de prijs inbegrepen. Het eerste gedeelte van de weg valt ook reuze mee, een stevige asfaltweg met weinig gaten. Natuurlijk hebben we weer de nodige stops onderweg want de bus zit niet vol als we Yangon verlaten dus moeten we onderweg weer zo veel mogelijk passagiers opladen! Het platteland van Myanmar is alsof je 100 jaar teruggaat in de tijd. Het standaardvervoer is een ossenkar. We passeren kleine dorpjes met houten huizen en rijstvelden. En om de paar honderd meter staat er wel een goudkleurige stupa ergens. Myanmar is de bakermat van het boeddhisme en voor veel gelovigen een pelgrimsoord. Naast het boeddhisme zie je hier ook moslims en Hindoestanen. Een overblijfsel van de Indiërs die hier in de jaren ’60 zijn blijven hangen en het Birmese staatsburgerschap hebben aangenomen. We passeren zelfs een stad waar we alleen maar sari’s en rode stippen op straat zien. Om de paar uur stoppen we voor eten en een plaspauze bij een van de vele wegrestaurants. Na de stop van 22.00 uur proberen we wat te slapen. Vanuit Yangon naar Inle Lake is het ongeveer zestien uur rijden. Mits we geen lekke band krijgen zei de eigenaar van het hotel in Yangon, want dan kan het een uur langer duren. En als we twee lekke banden zouden krijgen, duurt het twee uur langer. Birmese logica zullen we maar zeggen!! Als we eindelijk rond 02.00 uur ‘s nachts in slaap beginnen te sukkelen horen we een knal en staan we plotsklaps dwars op de weg. Lekke band. We besluiten maar buiten de bus te wachten totdat de band vervangen is. We staan een beetje op een helling en soms willen ze wel eens vergeten een steen achter het wiel te leggen. We willen niet wachten totdat de bus gaat rollen en wachten maar buiten. Het duurt een uur om de band te verwisselen (had Daddy in Yangon toch gelijk). Mede door het feit dat ze niet echt een geschikt materiaal bij zich hebben. Een lullig klein krikje voor zo’n bus werkt natuurlijk niet. We staan met een groepje mensen te kijken als we plotseling horen lopen. Er is hier toch geen waterval? Midden in de groep staat een Birmese vrouw staand te plassen. Ze heeft een lange rok aan, spreidt haar benen een beetje en laat alles lopen. Anouk snapt er helemaal niks van maar ze zal er wel jarenlang op geoefend hebben. Dat het toch niet helemaal gedrag is blijkt wel uit het feit dat de mannen haar een beetje lachend aan staan te kijken en maar een stap opzij doen. Om 03.00 uur vervolgen we onze naar Inle Lake. De weg is hier ontzettend slecht, een eenbaansweg vol met gaten. Als er tegenliggers aankomen moeten we in de berm wachten. Het lukt me eindelijk om in slaap te vallen en om zes uur worden we gewekt. We zijn in Shwenyaung aangekomen. Vanuit hier is het nog 11 kilometer naar Nyaungshwe, een van de vele kleine dorpen vlakbij Inle Lake. Als we de bus uitstappen staan er al verschillende mensen op ons te wachten die ons wel naar een goed hotel willen brengen. Helaas voor hen weten wij precies waar we naar toe willen. Sommige vragen geld, anderen willen ons wel gratis wegbrengen. Samen met het Schotse stel stappen we in een gratis taxi en laten we ons afzetten bij de Four Sisters Inn.

Four Sisters Inn: 10 $ per nacht incl ontbijt (erg goed)

Dag 435: zaterdag 07 mei (Inle Lake)
We hebben weinig geslapen in de bus dus ontbijten we snel (het ontbijt is erg uitgebreid bij de Four Sisters) en duiken vervolgens ons bed in. Om 12.00 uur rollen we ons bed uit en wandelen we even door het dorp. Doordat het 900 meter boven de zeespiegel ligt is het een stuk koeler dan in Yangon. Het dorp is niet zo groot maar er staan ook hier weer volop stupa’s. Er lopen weer de nodige monniken los rond. We eten wat in een van de vele restaurants die een verrassend uitgebreide menukaart hebben met Chinees en Westers eten. Terug in het hotel horen we van Sister No. 1 dat onze gratis taxi van vanochtend is teruggekomen naar het hotel om zijn commissie op te halen. Van het verhaal dat hij vanochtend ophing over het buskaartje inleveren want de busmaatschappij betaald mij het geld terug klopt dus helemaal niks. 

Four Sisters Inn: 10 $ incl ontbijt (aanrader!!)

Dag 436: zondag 08 mei (Inle Lake)
We zijn al om zes uur wakker, net als de rest van het dorp want we horen iedereen al aan het werk gaan, boten komen voorbij en buiten wordt de was gedaan. Om 08.15 stappen we in de boot die we vandaag voor ons tweetjes gehuurd hebben. Rondom het Inle Lake is er elke dag wel ergens een markt dus dat wordt onze eerste bestemming. Het duurt even voordat we op de markt zijn omdat we het Inle Lake over moeten steken. Het is een behoorlijk groot meer, 22 kilometer lang, en ligt in een soort vallei, omringt door heuvels. Het uitzicht is magnifiek, de lijn waar het water overgaat in de lucht is bijna niet te zien, alsof het zo in elkaar overloopt. Onderweg passeren we talloze vissers die wel op een hele vreemde manier roeien. Ze slaan een been om de roeispaan en roeien daarmee ipv hun armen te gebruiken. Het zal wel een goede methode zijn want ze gebruiken allemaal hun been. Na een uurtje varen zijn we op de markt. Helaas is deze op het vaste land en lang niet zo spectaculair als de markt in de Mekong Delta in Vietnam. Ook is er weer een enorme stupa in het dorp die we even bekijken. Onderweg zagen we al veel stupa’s, zelfs een kleine middenin het water. Na de markt bezoeken we een zijdefabriek. Dit soort dingen horen altijd bij een georganiseerde toer en komen een beetje ons neus uit. We hebben onze bootman gevraagd niet alle fabrieken langs te gaan. Om 12.00 uur stoppen we voor de lunch. Een dakterras langs het meer waar ze zelfs koud bier serveren en het eten is fantastisch bij Nice Restaurant (what’s in a name). We varen verder naar een papieren paraplu fabriek waar ze plotseling allemaal aan het werk gaan als er een paar toeristen binnen komen. Er zijn weer de nodige souvenirs te koop maar die laten we maar zitten. Vervolgens naar de floating garden. Midden in het water worden tomaten en andere groentes gekweekt. Door middel van zandophopingen hebben ze een soort dijken gebouwd waarop de groenten wordt verbouwt. Mooie uitvinding! Of ze er ook opium verbouwen weet onze gids niet. Onze laatste stop is Nga Phe Kyaung, bijgenaamd klooster van de springende kat. Het klooster is niet bijzonder en de katten liggen te slapen als we binnen komen. Er zijn wel volop souvenirkramen. We keren terug naar de boot en vragen voor de zekerheid nog maar even naar de springende katten. Misschien hebben we iets gemist? Onze gids loopt mee terug, haalt een blik brokken te voorschijn en een kleine hoepel. Een keer schudden met het blik en de katten zijn wakker. Dus dat is de truc want de katten beginnen meteen spontaan door de hoepel te springen. Als het blik brokken verdwijnt vallen de katten weer in slaap. Om 16.00 uur keren we terug naar ons guesthouse waar we ‘s avonds bij de vier zussen eten. Het massatoerisme is hier nog niet doorgedrongen in Myanmar. Eten wat de pot schaft, we kunnen zelf bepalen hoeveel geld we betalen voor het eten en drank wordt niet genoteerd, we moeten zelf opsommen wat we gedronken hebben.

Boot Inle Lake: 8.000 – 10.000 Kyats per boot
Entrée Inle Lake: 3 US$ (betalen via guesthouse)

Dag 437: maandag 09 mei (Inle Lake)
We zijn erg lui vandaag, slapen lang uit, ontbijten op ons gemak en lezen een boekje. ‘s Middags gaan we het dorp in om te kijken hoe we hier weg kunnen komen. Met de bus zijn er twee opties. Een aircobus die ‘s nachts rijdt of ‘s ochtends op de kruising wachten op een lokale bus. Een privé taxi naar Mandalay kost 50 US$ maar we kunnen ook een gedeelde taxi nemen voor 14.000 Kyats per persoon. We worden dan opgehaald in het hotel en in Mandalay bij een hotel van onze keuze afgezet. Als we gaan tellen hoeveel geld we kwijt zijn aan de nachtbus, taxi Inle Lake en een taxi in Mandalay, is de gedeelde taxi eigenlijk maar tien dollar duurder voor twee personen. En op die manier reizen we overdag en zien we nog iets van de omgeving. We boeken dus een taxi die ons morgen tussen 08.30 en 09.00 uur ophaalt. We lunchen bij de plaatselijke teashop. Er worden allerlei hapjes op tafel gezet zoals baobao en wat je opeet moet je betalen. Voor een Euro eten we ons helemaal vol. ‘s Avonds eten we weer bij de vier zussen, waar er eigenlijk nog maar twee van zijn. De andere twee wonen in Amsterdam en Duitsland. Er lopen wel heel veel vrouwen rond hier maar dat zijn weer allemaal nichten en tantes die vaak meehelpen in het guesthouse.

Taxi: 13.000 Kyats (achterin)/15.000 Kyats (voorin)

Dag 438: dinsdag 10 mei (Mandalay)
We staan vroeg op, douchen, ontbijten en wachten op de taxi. Half negen: geen taxi. Negen uur: geen taxi. Om half tien gaan we toch maar eens bellen. We hebben tenslotte het hele bedrag al betaald wat we normaal eigenlijk nooit doen. Maar de Birmezen zijn anders dan sommige Aziaten, ze belazeren je niet zo snel. We bellen en de taxi is al onderweg, tien minuten later kunnen we instappen. We hebben nog twee Birmezen met een kind in de taxi die ook richting Mandalay gaan. Zodra we het dorp uit zijn vind onze chauffeur het gaspedaal en begint te scheuren. Voor ons weer even wennen want over het algemeen rijdt iedereen hier heel beschaafd. Onze chauffeur heeft nog een probleem, een ernstig geval van lintworm. Om de twee uur moeten we stoppen omdat meneer eten naar binnen moet werken. Onvoorstelbaar wat hij allemaal naar binnen propt. De reis duurt zeven uur in plaats van vijf uur. Onderweg moeten we ook nog naar de garage omdat de uitlaatpijp bijna onder de auto uitvalt. Om 17.00 uur arriveren we eindelijk in Mandalay. Onderweg valt het op dat er weinig mensen op de been zijn. We passeren kleine dorpjes waarbij het lijkt alsof je honderd jaar terug gaat in de tijd. De weg lijkt overigens ook zo oud te zijn. Je kunt het niet eens een weg noemen, zo slecht is het wegdek. Het is een smalle eenbaansweg met aan beide kanten brede sporen van de ossenkarren (het meest gangbare vervoer hier). In Mandalay nemen we een kamer in Royal Guesthouse. Eerst doen ze wat moeilijk want ze hebben alleen een driepersoonskamer vrij en die kost 12 dollar. Uiteindelijk krijgen we de kamer voor tien dollar en moeten we morgen van kamer wisselen. ‘s Avonds gaan we op zoek naar een restaurant maar dat valt niet mee hier. De eetcultuur bestaat hier uit restaurants met kleine stoeltjes en eten wat de pot schaft. We vinden een restaurant waar ze kip met rijst serveren, maar de porties zijn te klein voor grote Europese magen (lees: Marcel). Marcel vraagt nog een portie bij maar er wordt ons verteld dat de kip op is, terwijl ze nog steeds kip uitserveren. We betalen de rekening en vertrekken. Om 20.00 uur zijn we weer terug in het hotel. Het nachtleven in Mandalay stelt niks voor en de restaurants sluiten om 21.00 uur.

Royal Guesthouse: 10 $ incl ontbijt (goed)

Dag 439: woensdag 11 mei (Mandalay)
Na de lunch kunnen we eindelijk van kamer wisselen, we hebben nu een gezellig tweepersoonshokje. De hotelkamers in Myanmar zijn over het algemeen duurder dan we gewend zijn (t.o.v. Nepal en India), maar de kamers zijn wel van een hogere kwaliteit en erg schoon. Om 15.00 uur wandelen we naar de standplaats voor de pick up trucks. Het is wat verwarrend en iedereen schreeuwt door elkaar maar een monnik helpt ons uiteindelijk in de juiste pick up naar Amarapurna. Dit is een van de oude steden rondom Mandalay. We gaan hier niet naar toe om naar een hoop oude stenen te kijken maar ons doel vandaag is de Ubein bridge. Dit is de langste houten brug ter wereld, 1.2 kilometer lang en compleet gemaakt van teakhout. De brug is inmiddels al 180 jaar oud en wordt op sommige plaatsen ondersteunt door beton. Als we uit de pick up stappen is het nog anderhalve kilometer lopen naar de brug. We kunnen ook een kar met paard (en zweep) nemen, maar besluiten het arme beest maar te sparen. Bij de brug vinden we weer de nodige souvenirshops en mannen met boten. En ………….. een terrasje langs het water. We zakken eerst in een lekkere lui stoel om van het uitzicht te genieten voordat we de brug oversteken. Het is een prachtig gezicht, vrouwen met rieten hoeden, monniken in rode gewaden, mannen met vishengel, alles loopt over de brug. Zoals op veel plaatsen in Myanmar mogen we van iedereen foto’s maken. We komen zelfs een groep monniken tegen die van ons een foto maken. We zetten hen ook even op de foto met de digitale camera zodat ze zichzelf terugzien. Aan de overkant van de brug staat weer de bootman op ons te wachten. Hij is speciaal voor ons naar de overkant komen roeien en blijft maar aandringen dat we met hem mee terug moeten varen. Hij heeft ons aan de andere kant ook al een tijdlang bezig gehouden op het terras en we hadden al aangeven dat we geen zin hadden in een boottochtje. Dit begint verdacht veel op India te lijken (hebben wij een India fobie) en we besluiten terug te lopen. Vanaf de brug hebben we ook een goed uitzicht over de rivier en de zonsondergang. Sowieso zijn ze hier in Mandalay wat opdringerig naar toeristen toe. Iets wat we hiervoor nog niet gezien hebben in Myanmar. Voor het hotel hangen soms wel vijftien taxichauffeurs en potentiële gidsen rond. Zelfs Inle Lake was rustiger dan dit. Met de pick up keren we terug naar de grote stad, bijna 15 kilometer rijden voor nog geen 10 Eurocent! Onderweg passeren we een straat waar alleen maar boeddhabeelden gemaakt worden. Van een halve meter tot soms wel tien meter hoog. Veel mensen (met veel geld) schenken de pagodes een boeddha voor geluk voor zichzelf. Als we ‘s avonds uit eten gaan komt er een Birmees bij ons aan tafel zitten om Engels te oefenen (hij heeft een trishaw en kan ook rondleidingen door Mandalay verzorgen, wat een toeval). Ik vraag hem naar de bomaanslag die plaatsgevonden heeft op 7 mei in Yangon (en waarvan wij vandaag pas voor het eerst van gehoord hebben via andere Nederlandse reizigers). Hij wil er wel over praten maar een van zijn vrienden maakt hem duidelijk dat hij beter zijn mond kan houden.

Pickup Ubein Bridge: 100 Kyats

Dag 440: donderdag 12 mei (Mandalay)
We willen vandaag naar Mingun en volgens Het Boek kunnen we dat met de ferry doen. Zoals het in Het Boek staat beschreven lijkt het alsof de ferry heel de dag op en neer vaart. We informeren beneden bij de receptie maar er blijkt maar een ferry per dag te zijn, om 09.00 uur. Die is dus al weg. We kunnen met een privé boot maar dat is maar liefst 4x zo duur en een taxi moet 50 kilometer omrijden en duurt dus veel langer dan de boot (en is ook veel duurder). We besluiten vandaag dus maar wat zaken te regelen. Ansichtkaarten naar huis sturen, we denken dat ze nooit aankomen met een postzegel van drie dollarcent. Maar volgens de medewerkster van het postkantoor was het echt drie dollarcent voor een kaart naar Europa. Ook kijken we even op internet of we iets kunnen vinden over de bomaanslag in Yangon. Er zijn op drie verschillende plaatsen bommen ontploft en 20 mensen gedood. Aangezien de krant ook in handen is van de staat worden we van de plaatselijke krant verder ook niet veel wijzer.

Dag 441: vrijdag 13 mei (Mandalay)
Vroeg uit bed want om 09.00 uur vertrekt de boot naar Mingun. Dit dorp ligt 11 kilometer van Mandalay maar is toch nog ruim een uur varen. Het is te merken dat het laagseizoen is, we zitten met zijn tweetjes in een oude houten schuit waar normaal tien personen op kunnen. Als we in Mingun even later bij de checkpost ons ticket laten controleren blijken er vandaag in totaal maar drie toeristen in Mingun te zijn. Met als gevolg dat we een hele rits mensen achter ons hebben lopen als we uitstappen: de gevreesde penbridage, cold drinks en potentiële gidsen. Drie zijn er erg vasthoudend, twee kinderen en een gids. De kinderen houden het na verloop van tijd ook voor gezien maar de gids raken we niet kwijt, hoe vaak we ook zeggen dat we zelf rond willen lopen! Mingun barst van de souvenirwinkels maar als je daar doorheen kijkt is het best mooi. De Mingunpagode is indrukwekkend. Nooit afgemaakt omdat het gebouw scheuren begon te vertonen. De binnenkant is klein en niet de moeite waard. We kijken ook nog even naar de op een na grootste bel ter wereld (en slaan er een keer met een stuk hout tegenaan om het geluid te horen). Om 12.00 uur keren we terug naar de boot waar onze ‘gids’ nog even geld wil vangen! Daar trappen we dus niet in. Morgen vertrekken we naar Bagan met de boot. Rondom Mandalay zijn nog wat dorpen en hill stations die je kunt bezoeken maar dan moeten we daar twee dagen voor uittrekken en daar overnachten, omdat ze drie uur rijden over 70 kilometer. Daar hebben we geen zin in. ‘s Avonds gaan we bij restaurant Mann eten en weer komt er een trishaw chauffeur aangeschoven die morgen wel met ons rond wil rijden. Om van het gezeur af te zijn zegt Marcel dat hij morgen om 10.00 uur klaar moet staan (terwijl de boot naar Bagan al om 06.00 uur vertrekt).

Boot Mingun: 1500 Kyats retour
Entrée Mingun: 3 US$ pp

Dag 442: zaterdag 14 mei (Bagan)
Om 05.00 uur staan we al langs ons bed, wat voor Marcel heel zwaar valt want Marcel is geen ochtendmens. We proberen de boot in Kyats te betalen maar dat is onmogelijk, in dollars betalen en anders niks. De boot heeft plaats voor honderd mensen maar het is laagseizoen, we hebben dus ruimte zat met zes toeristen en nog wat lokale mensen. Bovendien is er een restaurant op de boot en er worden Engelstalige films gedraaid. Een stuk beter dan de bus. Het uitzicht is niet spectaculair, de omgeving is vrij droog en na een uur hebben we het wel gehad met het uitzicht. Opvallend is dat ook hier weinig mensen wonen, af en toe zien we wat bamboehutjes maar dat is het. De boot werkt hetzelfde als de bus, we stoppen onderweg een paar keer in ‘the middle of nowhere’ om mensen uit te laten stappen. Om 17.00 uur arriveren we in Bagan. De trishaws en taxichauffeurs hebben een fixed price! Mijn neus, niks is fixed price in Azië. We besluiten te gaan lopen en als we tien meter hebben gelopen zakt de prijs al naar 1/3 van de fixed price. Dat is mooi meegenomen! We stappen in een trishaw (fiets met zijspan voor passagier) en rijden naar het New Park Hotel waar we voor tien dollar een kamer vinden (we krijgen twee dollar korting op de prijs van twaalf dollar). Wat een rust in Bagan vergeleken met Mandalay, weinig verkeer op de weg en goed eten! Het is duidelijk dat Mandalay niet een van onze favoriete plaatsen in Myanmar is.

Boot Mandalay – Bagan: 16 US$ pp
Entrée Bagan: 10 US$
Hotel New Park: 10 US$ (korting gekregen, leuk hotel)

Dag 443: zondag 15 mei (Bagan)
Bagan is ontstaan in de 12de eeuw, al dateren sommige pagodes uit de 9de eeuw. Rijke en machtige mensen hebben hier pagodes gebouwd om hun ziel te redden, zodat ze in een later leven niet als kakkerlak, garnaal of nog erger, als vrouw, op de wereld terug komen. Het waren nogal boeven in die tijd want er staan maar liefst 2700 pagodes in Bagan. In het verleden waren er veel meer maar door de aardbeving van 1975 zijn een aantal gebouwen vernietigd. Bagan kun je op drie manier doen: airco auto, paard en wagen of per fiets. We huren een fiets en kijken wat rond in twee pagodes. We kunnen niet echt op ons gemak rondlopen want we worden belaagd door kinderen die ansichtkaarten verkopen en souvenirverkopers. We lachen er maar mee en spelen verstoppertje met de kinderen. De pagodes zijn enorm als je ze vanaf de buitenkant ziet, de binnenkant is bijna altijd hetzelfde. Vier budha’s, zes donatieboxen en knipperende kerstverlichting rondom de budha. Na twee pagodes gezien te hebben gaan we lunchen en houden we het voor de rest van de dag voor gezien. We fietsen naar het Golden Express hotel waar je ook als niet-gast gebruik mag maken van het zwembad. Ok, het water is niet echt koud maar dat kan ook niet als het 45 graden is. ‘s Avonds gaan we eten met het Canadees stel, Jessica en Jordy, die we in het hotel hebben leren kennen.

Fietshuur: 1.000 Kyats per dag

Dag 444: maandag 16 mei (Bagan)
Vandaag gaan we met paard en wagen Bagan bekijken. We vertrekken om 09.00 uur vanaf het hotel. In enkele pagodes kun je naar boven klimmen maar omdat er in het verleden nog wel eens een toerist van de trap afviel zitten er in veel pagodes tegenwoordig hekken voor de trap. Onze gids weet een pagode waar we nog wel naar boven kunnen en dat wordt onze eerste stop. Het uitzicht is geweldig, zover als je kunt kijken zie je pagodes. Bagan is een droog gebied maar omdat het vlakbij de rivier ligt is er toch nog vrij veel groen te zien. We genieten van het uitzicht en keren terug naar paard en wagen. Het mannetje wat ons de weg heeft gewezen binnen de pagode wil nog een ‘present’ (geld dus). Daar beginnen we maar niet aan, we moeten nog wat pagodes bekijken vandaag dus er zullen nog wel meer om cadeaus vragen. Tot aan de lunch bezoeken we nog een paar pagodes, waaronder de hoogste pagode (62 meter hoog). Bij een andere pagode staan vier mensen souvenirs te verkopen. Volgens hen moeten wij onze schoenen al uitdoen bij de poort ipv bij de trap. We doen onze slippers uit en verbranden bijna onze voeten, zo heet is de vloer. Als we de hoek om hoek lopen, zien we dat de souvenirverkopers  (die ons uiteraard allemaal volgen) slippers dragen. Waarom dragen jullie wel schoenen? Oh, die hoef je pas uit te trekken daar bij de trap, in de schaduw! Grrrr, we draaien om en keren weer terug naar onze gids. Willen jullie souvenirs kopen? Vragen ze nog even aan ons. Nou wat denk je zelf? Natuurlijk niet! Om 12.00 uur nemen we een uitgebreide Birmese lunch (curry met rijst met ontelbaar veel bijgerechten). Na de lunch bekijken we nog wat pagodes waaronder de grootste (sorry, we zijn vergeten hoe groot deze is). Om 17.00 uur houden we het voor gezien, alle pagodes beginnen op elkaar te lijken en ze hebben allemaal budha’s binnenin. We kopen nog twee schilderijen maar worden moe van iedereen die ons spullen wil verkopen of om cadeautjes vraagt. Ze vragen zelfs om shampoo! Lipstick en nagellak is ook welkom. Dus als je ooit naar Myanmar gaat, sleep die oude nagellak maar mee, ze zijn er echt blij mee!!

Paard en wagen: 6.000 Kyats per dag

Dag 445: dinsdag 17 mei (Bagan)
We huren samen met het Canadese stel de minibus van het hotel en vertrekken na het ontbijt naar Mount Popa. Mount Popa is een oude vulkaan van 1500 meter hoog waar bovenop een pagode is gebouwd. De pagode op zich is niet bijzonder en het is een hele klim van 30 minuten naar boven. Gelukkig zijn de trappen overdekt. Het uitzicht vanaf de pagode is wel ontzettend mooi en als je Mount Popa in de verte ziet liggen is het wel bijzonder. Een hoge rots die boven het landschap uitsteekt. Weinig toeristen en heel veel apen (die wel heel erg dichtbij komen). We lunchen bij Mount Popa en keren terug naar het hotel waarbij we onderweg nog een workshop bezoeken (zucht, het hoort erbij). De rest van de middag doen we het rustig aan.

Mount Popa: 4.000 Kyats pp (of 20 $ voor de hele bus)

Dag 446: woensdag 18 mei (Bagan)
We huren een fiets want in de buurt van Bagan zijn een paar mooie grotten te zien. Helaas worden we steeds in de verkeerde richting gestuurd en belanden we uiteindelijk in een grot vlakbij ons hotel. Dat was dus niet de bedoeling! De kaart in de Lonely Planet klopt ook weer eens niet. We besluiten er de brui aan te geven en fietsen naar de bakkerij. Slecht en duur! Het gebak stamt nog uit de tijd dat de Engelsen nog in Birma aanwezig waren, zo oud is het. Later horen we dat het vandaag maar liefst 46 graden is in Bagan, te heet om te fietsen. We brengen de rest van de dag in de kamer door. Ook geen pretje want de airco valt regelmatig uit.

Dag 447: donderdag 19 mei (Yangon)
We vertrekken vandaag met de bus naar Yangon. We mogen de kamer aanhouden tot 15.00 uur en de bus komt ons ophalen bij het hotel. Wat een service! Het wordt een vervelende busrit, hobbelige weg en elke twee uur politiecontrole. Sommige willen je paspoort zien, anderen weer niet en zelfs een agent gaat al onze gegevens opschrijven. Systeem chaos dus. Normaal stopt de bus overal maar nu we honger hebben lijkt de bus minder vaak te stoppen. Voor ons zit een Israëlisch stel dat asociaal de stoelen naar achteren heeft gezet. Duidelijk geval van landje pik, net als ze met de Palestijnen doen. Van slapen komt weinig terecht, mede door alle politiecontroles. Om 05.00 uur ‘s ochtends zijn we in Yangon, een uur vroeger dan verwacht. We pakken een taxi naar Daddy’s Guesthouse. Ook deze taxi’s zijn weer fixed price maar er zijn meer taxi’s dan klanten, we halveren dus even de fixed price voordat we instappen. Aangekomen bij Daddy duiken we meteen ons bed in, we zijn doodop!!

Busticket Yangon: 6.500 Kyats

Dag 448: vrijdag 20 mei (Yangon)
We slapen tot 12.00 uur en gaan na een stevig ontbijt een ticket voor Bangkok regelen. We vliegen a.s. zondag met Biman Air (Bangladesh Air) omdat dit het goedkoopste ticket is voor 78 US$. Ze vliegen echter maar 2x per week, op zaterdag en woensdag. We wandelen naar FMI shopping mall om te internetten. Sinds de bomaanslag van begin mei is er strenge controle, we moeten ons tas openen en alles wordt gecontroleerd. Er is overigens geen politie op straat te zien. ‘s Avonds eten we bij de Chinees geroosterde eend. Als we de laatste stukjes eend van het bord opeten ontdekken we de eendenkop onder op het bord. Die laten we maar liggen voor de kok. Om 21.00 uur liggen we alweer op bed, nog moe van de busrit. Maar erg lang slapen we niet want om 00.30 ‘s nachts wordt er op de deur geklopt. De politie! Drie man sterk + hotelpersoneel, of ze onze tassen mogen controleren. Waarom dat midden in de nacht moet is ons nog niet duidelijk. We gooien de grote tassen op de gang, laten de agenten een keer kijken en keren weer terug naar bed. Onze kamer en dagrugzakken zijn niet gecontroleerd. De rest van de nacht kunnen we niet meer slapen.

Dag 449: zaterdag 21 mei (Yangon)

‘s Ochtends tijdens het ontbijt vragen we wat dat vannacht allemaal was.
Medewerker 1: Yes (glimlach), police. 
Medewerker 2: (nog grotere glimlach) Yes, police, no understand.
Dan maar vragen aan Daddy zelf, die heeft normaal overal een antwoord op.
Daddy: Police? Drinking whiskey last night, me not seen police. 
Dat snappen we, maar wat kwamen ze doen?
Daddy: I don’t know, me drinking whiskey last night.
Uiteindelijk treffen we ‘s middags de receptionisten alleen aan. En die heeft het antwoord. De politie was op zoek naar explosieven omdat er politieke onrust is in Myanmar. Ok, verhaal duidelijk, maar waarom ons controleren? In Nepal werden we altijd met rust gelaten. Later op de middag ontmoeten we twee verse toeristen uit Bangkok. In de Bangkok Post heeft een artikel gestaan dat de bommen te geavanceerd waren voor Birma en dat ze door de buitenlanders zijn binnen gebracht. Dit verklaart een hoop. Birma heeft een hele hoop olie dus misschien horen ze binnenkort ook wel bij het as van het kwaad?!

Myanmar in het kort!

Hoogtepunt

Wij vonden Bagan en Inle Lake het leukste van Myanmar.

Dieptepunt

De politieke situatie, mensen die niet durven te praten (vooral over bomaanslagen), de staat die overal zijn greep op heeft. Dit soort dingen komen als buitenstaander heel vreemd op je over.

Internet

E-mail niet beschikbaar, internet bijna overal en het is goedkoop. 600 Kyats per uur. 

Telefoon

Internationaal bellen is heel erg duur, 5 $ per minuut!!

Hotel

Hotels zijn van goede kwaliteit en kosten gemiddeld 10 – 12 $ voor een tweepersoonskamer. Daar heb je dan wel vaak airco bij en ontbijt is altijd inbegrepen.

Coca Cola

500 – 600 Kyats voor een Coca Cola. De lokale Star cola smaakt net zo goed en is voor 150 Kyats toch echt een stuk goedkoper.

Bier

1100 – 1200 Kyats voor een grote fles.

Taxi 

Met 3.000 tot 4.000 Kyats kom je bijna de hele stad door. Afdingen is moeilijk maar wel mogelijk, vooral als er meer taxi’s zijn dan klanten zoals op het busstation.

Busticket stad

Spotgoedkoop, voor 10 dollarcent zit je in de pick up.

Busticket land

5 – 6 dollar per persoon. Maar daarvoor zit je soms wel 18 uur in de bus. 

Bankzaken

Cash geld in dollars is het allerbeste, je kunt in Yangon ook Euro’s wisselen maar hotels, entree en duurder vervoer (dus niet de bustickets) betaal je altijd in dollars. Travellercheques zijn bijna niet te wisselen. FEC (toeristendollars) zijn afgeschaft, je hoeft dus niet verplicht 200 $ te wisselen op de luchthaven.

Eten

De Birmese keuken is niet zo goed als de Thaise keuken maar in Bagan en Inle Lake kun je goed eten vinden. Daarbuiten is het allemaal wat minder. Het eten lijkt veel op de Chinese keuken maar heeft ook Indiase invloeden.

Algemeen

Wij vonden Myanmar op zich best een mooi land al is het niet een van onze favorieten. Het leuke is dat je echt van het backpackerstrack af bent (wij hadden een cultuurschok toen we in Bangkok arriveerden). In totaal hebben we misschien maar 20 andere reizigers ontmoet. Happy Hour kennen ze niet, niks is ‘Recommended by Lonely Planet’, en noem al die typische backpackzaken maar op. De mensen zijn superaardig en relaxed. Massatoerisme is hier nog niet echt doorgedrongen.

Terug naar Reisverslagen                             Verder naar Thailand