|
Als je in
Indonesië even 100 Euro uit de automaat haalt voel je je meteen een
miljonair. Voor 1 Euro krijg je ongeveer 11.500 rupiah.
Dag
487: zondag 3 juli (Bajo)
Het Pelni
kantoor gaat om 08.00 uur open en volgens de lokale mensen vertrekt de
boot om 09.00 uur ‘s ochtends. We checken uit en wandelen met onze
bagage naar het Pelni kantoor. Daar blijkt dat de boot pas om 17.00 uur
‘s middags vertrekt. We willen een first class ticket want dan hebben
we met zijn tweetjes een kamer (ook veiliger voor je bagage). Ze kunnen
dit echter niet garanderen en moeten overleggen met de boot. We kopen
een first class ticket en als we economy class moeten slapen (met zes
personen op een kamer) krijgen we geld terug. We keren weer terug naar
het hotel waar we de kamer terug krijgen tot 12.00 uur. De rest van de
middag blijven we in het restaurant van het hotel hangen waar we een
mooi uitzicht op de haven hebben. Die tot onze stomme verbazing vol
staat met lokale mensen (juist ja, diezelfde mensen die ons niet konden
vertellen op welke dag en op welk tijdstip de boot vertrekt). De boot
heeft uiteindelijk vertraging en komt pas om 21.00 uur aan en dan begint
de stormloop. Allemaal staan ze te dringen en een durft er zelfs nog in
Anouks achterwerk te knijpen. Gedrag wat je niet vaak ziet (of voelt) in
Indonesië. De man van het Pelni kantoor komt ons vertellen dat de first
class vol zit maar als we bij de infodesk op de boot ons ticket
inleveren krijgen we een sleutel voor een tweepersoonskamer. Foutje,
bedankt! We duiken snel met zijn tweetjes de kamer in en komen er voor
de rest van de avond niet meer uit. Marcels naam wordt nog omgeroepen
maar wij horen niks en slapen heerlijk in ons kamertje met televisie,
airco en warme douche.
Pelni
boot Bajo (Flores) – Makasar (Sulawesi): 330.000 rp per persoon
Dag
488: maandag 4 juli (Makasar)
We slapen heerlijk
uit en vinden het eigenlijk jammer dat we om 15.00 uur al in Makasar
zijn. We hebben een keer rondgewandeld op de boot en zien daar zelfs
mensen op het dek slapen en in het gangpad liggen. De boot is overvol!
In Makasar weer hetzelfde verhaal, allemaal tegelijk van de boot en
op de boot en daartussendoor nog wat verkopers. Bij de uitgang is het
dringen geblazen. We maken er maar een rugbywedstrijd van. Gewoon doorduwen
want als we netjes wachten staan we hier volgende week nog. We zoeken
snel een hotel en gaan even de stad verkennen. Vergeleken met de steden
in Flores is Makasar echt een rijke stad. Dit komt voornamelijk door
de vishandel die geëxporteerd wordt naar Taiwan en Japan. Dure auto’s,
goed geklede mensen en veel mobiele telefoons in het straatbeeld. We
zijn helemaal dolgelukkig als we ook nog een KFC en een supersnel internetcafé
ontdekken. Soms kun je zo genieten van simpele Westerse zaken.
Hotel
Legend: 45.000 rp
Dag
489: dinsdag 5 juli (Makasar)
Voordat we
verder door Sulawesi gaan reizen moeten we weten wanneer de Pelniboot
naar Kalimantan vertrekt. Vanuit daar willen we de grens oversteken naar
Borneo (Maleisië). Eerst naar het Pelni kantoor dus. Tot onze stomme
verbazing zet de taxichauffeur meteen zijn meter aan, zonder dat we daar
om moeten vragen. Is dit Indonesië?! Vanuit Sulawesi blijken er
verschillende boten naar Kalimantan te gaan en ze hebben zelfs een heus
tijdschema! We informeren bij een reisbureau ook nog even naar de
vluchten maar die gaan allemaal via Denpasar of Jakarta en zijn 2x zo
duur dan de boot. Terug naar Pelni dus om de boot naar Kalimantan te
boeken. Een bootticket naar Kalimantan alstublieft, zoals vanochtend
besproken. Ohhhh, maar die moet je ter plaatsen reserveren, vanaf de
haven waar je vertrekt. Als we naar buiten lopen neurieren we met zijn
tweetjes de tune van de muppetshow. Och ja, we blijven er maar mee
lachen. Tijd voor wat ontspanning. We bezoeken Fort Rotterdam, een
overblijfsel van de Nederlandse bezetting in Indonesië. Als we daar
aankomen heet de bewaking ons al van harte welkom. Ze komen zelfs een
handje schudden. En tegen de gidsen hoeven we maar 1x te zeggen dat we
zelf rond willen wandelen en ze zeuren niet verder. Hoort Sulawesi echt
wel bij Indonesië? Fort Rotterdam is heel herkenbaar met leuke
Nederlandse trapgeveltjes, museums met oude Nederlandse guldens en zeer
goed onderhouden. Leuk om even rond te kijken. Vervolgens gaan we op
zoek naar contactlenzen voor Anouk, op naar de Mall Ratulangi. Een luxe
shopping mall waar Anouk al snel nieuwe lenzen vind. Bij aankoop van
vier pakjes lenzen krijg je een pakje gratis plus gratis een fles
contactlenzenvloeistof. Winkelen in Makasar is nu al leuk. Met de taxi
terug naar de haven, daar zit een boekingskantoor waarbij ze
rechtstreeks in het systeem van Pelni een plaatsje op de boot kunnen
boeken. Zij zouden voor ons wel een ticket kunnen regelen, ook als we
niet vanuit Makasar vertrekken. Maar als we vervolgens een ticket voor
27 juli willen blijkt dat ineens niet mogelijk te zijn, kom over twee
weken maar terug, dan is het boekingsysteem voor die datum open. Zucht
………… en blijven lachen!
Toegang
Fort Rotterdam per donatie
Musea Fort Rotterdam: 1700 rp pp
Dag
490: woensdag 6 juli (Rantepao)
Vandaag vertrekken
we naar Rantepao, het hart van de Toraja cultuur. We zijn een half uur
te laat bij het busstation maar de bus staat nog netjes op ons te wachten.
In Nederland zou je hierop het nodige commentaar krijgen maar hier laat
men het maar gewoon over zich heen komen, zoals ze zelf zeggen, tijd
is een elastisch begrip in Indonesië! We hebben een luxe bus met veel
beenruimte, zonder kippen, geiten en zakken rijst. Waarom mensen toch
altijd die zakken rijst meezeulen is ons een raadsel, overal is rijst
te koop maar we zien ze maar sjouwen. Het ritje duurt negen uur maar
dat is geen probleem. Een fijne bus en geweldig mooi uitzicht. We vonden
Flores een van de mooiste eilanden van Indonesië qua landschap maar
we moeten onze mening bijschaven, Sulawesi is nog veel mooier. En zo
ontzettend groen! Achter ons zit een echtpaar met drie kinderen. Ze
komen uit Jakarta en zijn op vakantie in Sulawesi. Als we vertellen
dat we met de Pelni boot naar Makasar zijn gekomen kijken ze ons raar
aan. Zijn jullie niet gaan vliegen?!
Busticket
Makasar – Rantepao: 65.000 rp
Hotel Wisma Irama: 60.000 rp (na onderhandelen)
Dag
491: donderdag 7 juli (Rantepao)
De
grootste attractie van Rantepao is de Toraja cultuur. Eeuwen geleden
zijn deze mensen vanuit Indochina naar Sulawesi gekomen per boot.
Vervolgens bouwden ze de kenmerkende opslagruimtes voor rijst waarbij
het dak eruit ziet als een boot. Dit soort huizen zie je ook in Sumatra
maar Toraja is het meest bekend. Een van de bekende rituelen is het
begrafenisritueel. Degene die overlijdt wordt in wezen 2x begraven. De
eerste keer vlak na het overlijden en de tweede keer als er genoeg geld
ingezameld is. Afhankelijk van de status van de overleden persoon worden
er buffalo’s en varkens geofferd. Bij erg belangrijke personen worden
soms 24 buffalo’s geofferd. We gaan vandaag kijken naar zo’n
begrafenis. Deze man is al een jaar geleden overleden en wordt nu
officieel begraven. Hier geen tranen op de begrafenis maar een grote
slachtpartij. We gaan samen met een gids met het lokale vervoer en zijn
net op tijd voor de slachting van de buffalo. Als iemand heel erg
belangrijk is worden er soms wel 24 buffalo’s geslacht. Een duur
grapje want een buffalo kan enkele miljoenen rupiah’s kosten. In de
loop van de dag zien we hoe twintig varkens geslacht worden en boven een
vuurtje worden de haren van de beesten geschroeid. Vervolgens wordt het
hele varken in stukken gesneden en wordt het eten gekookt in
bamboescheuten op een vuurtje. Alles wat bruikbaar is wordt bij het
vlees gegooid, vet, bloed, ingewanden. We mogen meelunchen, niet dat het
eten echt lekker smaakt als je net die slachtpartij achter de rug hebt.
Er zijn ongeveer 200 gasten aanwezig en we mogen er gewoon tussen gaan
zitten. Er worden zelfs foto’s van ons gemaakt. Dacht dat wij hier de
toeristen met de camera waren maar het is een keer andersom. We laten
het allemaal maar over ons heen komen. Na de lunch wandelen we door de
rijstvelden naar de openbare weg. Geen slim idee want wij kaaskoppen
hebben geen ervaring met rijstvelden en zakken allebei tot onze enkels
in de modder. Gelukkig halen we het tot de openbare weg waar we met de
bemo terugkeren naar Rantepao. Onderweg zien we lange rijen bij de
benzinepompen. De Indonesische overheid heeft besloten olie aan het
buitenland te verkopen omdat dat meer winst oplevert. Daardoor is er
voor de lokale markt minder benzine op voorraad en gaat de prijs omhoog.
Bij elke benzinepomp die we passeren zien we lange rijen staan, soms wel
honderd auto’s. Allemaal benzine aan het hamsteren. En als de pompen
leeg zijn parkeren ze gewoon de auto voor de pomp zodat ze de volgende
dag de eerste zijn.
Begrafenisritueel:
230.000 rp (voor twee personen incl. gids, lunch en cadeau)
Dag
492: vrijdag 8 juli (Rantepao)
We
slapen eerst eens lekker uit, gisteren en de dagen daarvoor waren
slopend en al hebben we vannacht bijna 12 uur geslapen, we zijn nog
steeds moe als we uit bed komen. Vandaag dus maar een kort programma, we
gaan naar de Pasar Bolu. Deze lokale markt wordt een keer per week
gehouden. De markt ligt twee kilometer buiten Rantepao en is dus
makkelijk te bereiken met het openbaar vervoer. Dat werkt sowieso erg
makkelijk hier. Je gaat gewoon langs de kant van de weg staan en binnen
de kortste keren stopt er een jeep of bemo waar je in kunt stappen en
overal onderweg kunt uitstappen. Naast kleding, groente en al die andere
zaken die je op een gewone markt worden verkocht, heeft de Pasar Bolu
ook een grote veemarkt. En die gaat er iets anders aan toe dan in
Nederland. De varkens liggen vastgebonden op bamboepalen, allemaal mooi
op een rij. De buffalo’s staan in een groot weiland. Er worden flink
verhandelt want regelmatig wordt er een gillend varken afgevoerd. Soms
hangend aan een bamboepaal, soms liggend op een kruiwagen. We kopen
links en rechts nog wat spulletjes op de markt en hoeven nergens over te
onderhandelen. Niemand probeert ons een poot uit te draaien en zelfs
voor het vervoer betalen we dezelfde prijs als de lokale mensen. Vreemd,
maar het went snel.
Dag
493: zaterdag 9 juli (Rantepao)
Vandaag
hebben we een brommer gehuurd om in de omgeving rond te crossen. We
willen de dorpen gaan bekijken die ten noorden van Rantepao liggen. Maar
bij de eerste afslag gaat het al mis, Anouk moet kaart lezen met als
gevolg dat we aan de zuid-oostkant van Rantepao terecht komen. Geeft
niks, want de omgeving is schitterend. Groene rijstvelden, heuvels die
als een soort karstgebergte boven het landschap uitsteken en daartussen
dan de specifieke Toraja rijstschuren. We drinken wat onderweg en worden
uitgenodigd voor een wedstrijd buffalo vechten. We bedanken maar netjes,
we hebben genoeg buffalo’s gezien, gegeten en geroken de afgelopen
twee dagen. Tegen 15.00 uur rijden we terug naar Rantepao om ook de
dorpen aan de noordkant te bekijken. Hier gaan alle gidsen naar toe en
dat is goed te merken. We mogen meteen entree betalen, kinderen bedelen
om gula-gula (snoepjes) en er zijn heel veel souvenirwinkels. Zelfs de
vrouw die ons uitnodigt om in haar traditioneel huis te kijken doet dit
niet zonder bijbedoeling, ze verkoopt toevallig ook souvenirs. Waren de
mensen die we ‘s ochtends hebben ontmoet nog oprecht, hier zie je een
heel andere kant. Niet dat ze opdringerig zijn, dat zit niet in het
karakter van de Toraja’s maar ze hebben duidelijk vaker toeristen
gezien. We besluiten maar terug te keren naar Rantepao. We proberen een
busticket naar Pendolo (Lake Poso) te regelen. Marcel vraagt een airco
bus maar dat woord kennen ze niet. Uiteindelijk vragen we maar om een
koelkastbus (zelfde woord voor koelkast als in het Nederlands). Dit
wordt begrepen, maar helaas, alleen maar economi bussen naar Pendolo en
alleen nog maar twee plaatsen op de achterbank vrij. Dat moet dan maar,
we willen toch verder reizen anders komen we met ons visum en andere
plannen in de knoei.
Dag
494: zondag 10 juli (Pendolo)
Weer een memorabel
dagje lokaal vervoer vandaag. De bus zal ons om 09.00 uur ophalen bij
het hotel. Wij staan keurig op tijd klaar en zijn ruim op tijd opgestaan
voor het ontbijt, de laatste spullen inpakken en de rekening betalen.
Maar om negen uur, geen bus! Na een uur wachten loopt Marcel naar het
kantoor van de busmaatschappij. De bus blijkt stukken te hebben, een
lekke band. Als dat gerepareerd is worden we opgehaald. We wachten dus
nog maar even bij het hotel. Ondertussen stopt er een bemo bij het hotel,
volgepropt met een lokale familie. Er stapt een kind uit van een jaar
of vier en als hij Marcel ziet zitten steekt hij gauw zijn middelvinger
op. Moeder staat erbij en weet zich geen houding te geven. Verontschuldigend
lachend zwaait ze naar ons. Tien minuten later wil het kind weer in
de bus stappen en Anouk roept naar hem: Hey you, gula-gula (snoepje).
Blij komt het jochie naar Anouk toe en als hij vlakbij is steekt Anouk
gauw haar middelvinger naar hem op. De hele bemo schudt van het lachen.
Humor is iets wat ze hier heel goed kunnen waarderen. Om 11.00 uur worden
we eindelijk opgehaald voor de busrit naar Pendolo. We zitten gezellig
op de achterbank en de kaartjesverkoper gaat gezellig tegen Anouks knieën
aanhangen. Lichamelijk contact is iets heel normaals hier, maar na het
akkefietje op de Pelni boot ziet Anouk dit dus niet zo zitten. Toch
maar vriendelijk vragen of hij dat niet wil doen. Raar volk ook, die
toeristen! Het wordt een lange, vervelende busrit. De ramen allemaal
dicht want als de temperatuur onder de 25 graden zakt krijgen die lokalen
het koud. Bochtige weg dus weer de nodige kotszakjes voor die mensen.
Niet vreemd hoor, want ze reizen bijna nooit, als ze dus een keer in
de bus zitten worden ze meteen allemaal ziek. Om 20.00 uur stoppen we
vlak voor Pendolo om te eten, na een half uur rijden we weer verder
om vijf kilometer verderop te stoppen. We zijn in Pendolo. Volgens diverse
mensen is er nog maar een hotel in Pendolo (hotel Mulia). Het is best
duur maar er zit niks anders op. Later horen we dat het Victoria Homestay
ook nog bestaat maar dat schijnen maar weinig mensen te weten.
Busticket
Rantepao – Pendolo: 60.000 rp
Hotel Mulia: 100.000
Dag
495: maandag 11 juli (Pendolo)
Nadat
we uit bed zijn lopen we eerst even naar de stad en komen we uit bij een
militaire basis, de verkeerde kant opgelopen. Pendolo was een aantal
jaren geleden in een heftige strijd gewikkeld tussen de christenen en de
moslims. Er woonden ooit 6.000 mensen, nu nog maar 2.000. Het is
eigenlijk maar een gat en we vinden er niet veel aan. Lake Poso is mooi
maar niet bijzonder. We willen hier eigenlijk zsm weer weg. We pakken
onze tassen in en gaan langs de kant van de weg staan. Al snel komt de
overbuurman naar buiten. Jullie mogen hier wel wachten, hij gaat zelfs
stoelen voor ons halen en krijgen bananen aangeboden. Een bus vinden
lukt echter niet. Alle bussen naar Poso zitten vol vanwege de
schoolvakanties. We proberen een bemo te charteren naar Tentana, daar is
een busterminal dus moet het daar makkelijker zijn om weg te komen. Ze
vragen echter heel veel geld hiervoor. Na vijf uur wachten houden we het
voor gezien, we keren terug naar het hotel en besluiten morgenvroeg de
boot naar Tentana te nemen en vanuit daar proberen we verder te reizen.
Dag
496: dinsdag 12 juli (Ampana)
Aangezien
we niet met de bus weg kunnen uit dit gat moeten we een andere oplossing
zien te vinden. Om 07.00 uur ‘s ochtends gaat er een boot over Lake
Poso naar Tentana. Vanuit daar kunnen we dan naar Ampana. Wij staan
weer netjes om 07.00 uur klaar voor de boot maar opnieuw elastische
vertrektijden. Uiteindelijk vertrekken we een uur later. De boottocht
duurt bijna drie uur en het is niet echt comfortabel zitten, maar de
mooie omgeving van Lake Poso en de lokale mensen die ons volproppen
met eten, maakt veel goed. In Tentana vinden we snel een bemo die ons
naar Poso brengt, waar we rond 13.00 uur aankomen. Maar dan beginnen
de problemen. Als Anouk vraagt wat een kaartje naar Ampana kost begint
het mannetje in zijn hoofd de winst al te tellen. Anouk is hem een stap
voor, slaat zijn schrift open, zoekt Ampana op in de lijst (waar hij
nog gauw een bladzijde probeert op te leggen) en ziet dat een busticket
30.000 rp kost. Ok, twee bustickets alstublieft. We kopen twee tickets
maar dan begint hij dat we beter een bemo kunnen charteren voor 300.000
rp. We bedanken voor dit aanbod maar hij blijft aandringen. Inmiddels
is er ook al een bemo voorgereden. Er passeren diverse bussen maar het
antwoord is steeds vol of andere bestemming. Om 17.00 uur hebben we
er genoeg van en beginnen we ook nattigheid te voelen. Marcel vraagt
het zelf maar aan de buschauffeur en die gaat inderdaad naar Ampana
met deze bus. Maar het mannetje van de busmaatschappij komt naar buiten
gerend en begint al te roepen: vol! Ok, dan zoeken we wel een hotel
in Poso maar we stappen niet in de bemo. Hij snapt inmiddels dat hij
aan ons niks kan verdienen en we mogen in de bus stappen waar we weer
op de achterbank belanden. Geen probleem, we hebben een bus! Marcel
besluit de doos die voor hem staat als voetenbankje te gebruiken. Geen
goed idee, want even later ontsnapt de kip die in de doos zit en vliegt
bijna door de bus. Gelukkig weet de ticketverkoper van de bus hem nog
te vangen. ‘s Avonds om 23.00 uur zijn we pas in Ampana, doodop na 15
uur reizen en wachten. We vinden een leuk kamertje bij hotel Oasis,
eten nog snel wat Pisang Goreng op straat en duiken ons bedje in.
Hotel
Oasis: 66.000 rp
Dag
497 t/m 503: woensdag 13 juli t/m dinsdag 19 juli (Togean Islands –
Kadidiri)
Vanuit Ampana
pakken we de boot naar Wakai (het grootste dorp binnen de Togean Islands).
In Wakai stappen we over op een klein bootje dat ons naar Pulau Kadidiri
brengt waar we bij de Black Marlin belanden. Het eiland is onbewoond
afgezien van twee resorts. We nemen even vakantie van het backpacken.
Lekker een weekje op een eiland. Geen lawaai, geen getoeter, geen ‘Hello,
where do you come from?’. We maken een paar duiken hier, Marcel gaat
o.a. naar het wrak van de B52 bommenwerper die hier nog ligt van de
tweede wereldoorlog. Het koraal is mooi maar haaien of schildpadden
hoef je hier niet te verwachten. Het duiken is wel relaxt, weinig stroming
en de zee is erg rustig op deze plaats. De rest van de week vermaken
we ons met snorkelen, luieren, een boekje lezen, in de hangmat hangen,
arak drinken. We hebben dit ook wel even nodig. We zijn als een speer
door Indonesië gaan reizen omdat we maar een visum voor twee maanden
krijgen. We moeten echt even bij komen. We willen eigenlijk nog langer
blijven maar aan het eind van de week ontstaan er problemen. Het benzinetekort
begint echt nijpend te worden. Een liter benzine kost inmiddels 4x zoveel,
bijna een dollar. Lijkt niet veel als je weet dat de prijs in Nederland
op dit moment 1,50 Euro is maar voor de lokalen mensen is dit veel.
En alles draait op benzine. De elektriciteit (dus ook de telefoon in
Wakai), de boten, etc. Het is goed te merken dat er geen benzine is.
We kunnen niet meer duiken op afgelegen plekken, de generator moet eerder
uit ‘s avonds en ook het eten wordt minder omdat er minder aanvoer is.
Als ook nog de ferrie naar Ampana wordt gecanceld besluiten we te vertrekken
zodra de eerstvolgende ferrie gaat.
Boot
Wakai: 27.500
Black Marlin Resort: 80.000 – 110.000 rp per persoon per dag (incl.
drie maaltijden)
Duiken: 25 US$
Dag
504: woensdag 20 juli (Bajo)
Tijdens het ontbijt lopen we Danny en Judith weer tegen het lijf. Zij
komen uit Arnhem en zitten samen met ons al een aantal in Kadidiri.
We hebben een paar avonden zitten kletsen en gekaart. Nou zijn ze zo
aan ons gehecht geraakt dat ze maar besloten hebben ook vandaag te vertrekken.
Bij Black Marlin zijn ze vanochtend naar Wakai gegaan met de boot en
ze krijgen nog maar een liter benzine per persoon, het begint nu echt
een gigantisch probleem te worden en voordat we hier vast komen te zitten
besluiten we dus met zijn vieren terug te keren naar Ampana. De laatste
dagen beginnen we het benzineprobleem op Kadidiri goed te merken. Het
eten wordt steeds minder, dive sites verderop kunnen we niet meer bezoeken
en de generator moet voortaan om 22.00 uur ‘s avonds uit. Van de mensen
die bij Black Marlin werken worden we niks wijzer. Zij hebben geen informatie
en de overheid zegt dat het probleem binnen nu en een week opgelost
is maar de volgens de lokalen kan het dus nog wel vier weken gaan duren.
Zelfs de duikinstructeur Wolf (inderdaad van Duitse afkomst) haalt zijn
schouders op als we vragen hoe het met de benzine zit, ook hij weet
het niet meer en na 2,5 jaar in Indonesië weet hij ook wel dat dit soort
dingen lang kunnen duren. Only in Indonesia! Tijd om te vertrekken dus.
Met de boot worden we naar Wakai gebracht waar we overstappen op de
ferrie naar Ampana. Er is alleen nog maar plaats op het voordek, pal
in de zon. Dat zorgt weer voor de nodige hilariteit bij de lokalen.
Vier blanken die pal in de zon gaan zitten en zich constant insmeren
met zonnemelk! Raar volk, die toeristen. We stoppen onderweg bij een
gehucht waar we bijna een klein bootje omver varen. In Nederland zouden
we moord en brand schreeuwen als er iemand zijn auto tegen onze fiets
parkeert, maar hier laat iedereen het heel gelaten over zich heen komen.
Het gaat ook altijd net goed. We leveren even 300 kilo rijst af, kunnen
die mensen ook weer een aantal dagen vooruit en varen verder. Na zes
uur varen zijn we in Ampana. We gaan eerst naar de busterminal. We kunnen
met de lokale bus naar Palu voor 30.000 rp per persoon of een auto voor
ons viertjes huren voor 60 $. Ook kunnen we in een klein busje stappen
met maar acht passagiers, dit kost ons dan 80.000 rp per persoon. We
kiezen voor de laatste optie. Het is een lange weg en het wegdek is
soms ontzettend slecht. Het minibusje is dan toch iets sneller en comfortabeler.
Met zijn vieren gaan we weer naar hotel Oasis waar we eten en de rest
van de avond doorbrengen met kaarten en het spelletje Kolonisten (waar
wij inmiddels goed aan verslaafd zijn geraakt). Nu zou je met het benzinetekort
verwachten dat er minder verkeer rijdt maar niks is minder waar, er
rijden nog steeds volop motorbikes en bemo’s rond hier in Ampana. Vervoer
is hier vaak ook een soort prestige, soms zie je mensen voor 500 meter
de bemo pakken ipv te lopen. Ook schoolkinderen stappen met gemak in
de bemo en iedereen kijkt ons raar aan als wij een stukje gaan wandelen.
Ticket
Palu: 80.000 rp pp (minibus)
Dag
505: donderdag 21 juli (Palu)
Om
09.00 uur worden we opgehaald door de minibus, veel beenruimte en airco.
Wat een luxe. Helemaal gelukkig stappen we in. De chauffeur is blij
met zijn vier Nederlandse klanten, hij wil heel graag Nederlands leren.
Hij wijst dus van alles aan en dan moeten wij het Nederlandse woord
noemen en dat probeert hij dan te herhalen. Hij wijst naar boven en
zeggen regen. En daar heb je dan een afvoergootje voor nodig. Affoorgoetje.
Ja, hij is op de goede weg. We houden er ons zelf de hele weg mee bezig.
Maar goed ook want de reis zou zeven uur duren (daar hadden wij overigens
al vraagtekens bij gezet) en duurt uiteindelijk bijna twaalf uur (wat
wij al vermoeden). Elastische tijd zullen we maar zeggen! Overal waar
we stoppen steekt er wel iemand zijn hoofd door het raam. Ze zijn ook
helemaal niet nieuwsgierig. Lachwekkend, want wij zitten doodnormaal
in dat busje en dan komt er plotseling een hoofd door het raam, kijkt
even rond en vertrekt weer. We beginnen te begrijpen waar de uitdrukking
nieuwsgierig aagje vandaan komt. En ze vinden het zelf niet eens vreemd
gedrag, want terwijl wij elke keer lachen zitten die lokale mensen ons
vreemd aan te kijken, met een blik van: waarom lachen jullie? We passeren
opnieuw Poso, waar we even stoppen voor de lunch. Poso is al jaren het
strijdtoneel van rellen tussen de moslims en de christenen. Volgens
ons weten ze zelf niet eens meer wie er ooit mee begonnen is omdat ze
al zo lang vechten. Sommige stukken lijken wel een oorlogsgebied, staan
er vijf huizen overeind en dan zie je weer een huis wat helemaal kapot
is. Om 20.00 uur zijn we in Palu en dan begint de ellende pas goed.
We checken drie hotels: vol! Dan wil een mannetje op een brommer ons
wel helpen. Weer diverse hotels: vol. We beginnen nattigheid te voelen.
We bedanken het mannetje vriendelijk en gaan zelf verder zoeken. We
vinden een hotel wat plaats heeft maar die willen ons in een kamer met
koud water stoppen met de prijs voor een kamer met warm water. Ze doen
zo moeilijk dat we maar vertrekken. Uiteindelijk vinden we twee kamers
bij hotel Wisata. Nu hebben ze wel plaats maar toen we hier met onze
‘gids’ waren niet. We vragen om opheldering maar krijgen geen antwoord
bij de receptie. Bij het Golden Palu hotel gaan we wat eten. Daar spreken
ze goed Engels en we vragen bij de balie wat er aan de hand is in Palu
omdat alle hotels zo vol zitten. Er schijnt een festival te zijn deze
week en dat mannetje op de motorfiets zal wel commissie gevraagd hebben
bij de hotels en niks hebben gekregen.
Hotel
Wisata: 70.000 rp
Dag
506: vrijdag 22 juli (Palu)
Om
10.00 uur kloppen Danny en Judith op de deur, ze gaan proberen een
vlucht voor Kalimantan te pakken vandaag en vertrekken. We nemen
afscheid, gaan ontbijten en vertrekken vervolgens naar onze vrienden bij
het Pelni kantoor. Er is nog plaats op de boot naar Nunukan op 27 juli.
We boeken meteen een kamer op de boot. De rest van de dag brengen we
door op internet, reisverslagje maken, mail beantwoorden en daarna even
snel wat fastfood naar binnen werken bij de KFC. Tegen vijven zijn we
terug bij het hotel waar we een briefje vinden van Danny en Judith, de
vluchten naar Kalimantan zijn een tijdje geleden al opgeheven vanwege te
weinig klandizie. Je kunt nog wel via Denpasar vliegen, Danny en Judith
hebben dus maar besloten de boot te nemen op 25 juli. Volgens ons kunnen
ze ons gezelschap gewoon niet missen! We gaan ‘s avonds weer met zijn
vieren uit eten en dan wordt het tijd dat we ons eens in de plaatselijke
cultuur gaan verdiepen. We belanden in een karaokebar, hoe kan het ook
anders in Azië? Naast karaoke zijn er ook vrouwen op bestelling
aanwezig, tja het oog wil natuurlijk ook wat. De bar is niet echt
representatief voor de Indonesische cultuur, maar we passen ons maar aan
en Anouk zingt zelfs een nummertje mee. Aangezien ze hier helemaal gek
zijn op countrymuziek kiest Anouk voor het nummer Rose Garden en dat
valt goed in de smaak. Er wordt luid geklapt door de lokalen, Marcel,
Danny en Judith kruipen onder de tafel van schaamte!
Pelni
boot Sulawesi – Kalimantan: 375.000 rp pp
Dag
507: zaterdag 23 juli (Donggala)
Danny
en Judith hebben besloten met ons mee te gaan naar Donggala. We pakken
een bemo naar de terminal waar taxi’s staan die naar Donggala rijden.
Het is omslachtig maar het houdt iedereen aan het werk. De taxi zet
ons af bij Harmoni Cottage. Het hutje is geen luxe, gewoon een houten
paalwoning met de wc en mandi een eindje verderop. Inclusief drie maaltijden
per dag vragen ze hiervoor 100.000 rp per persoon. Omdat het hutje niet
veel is en dit toch wel erg veel geld is voor datgene wat we krijgen,
gaan Marcel en Danny even verder kijken. Judith en Anouk raken aan de
praat met de eigenaar. Hij is zelf een moslim maar snapt niks van de
rellen in Poso. In Palu zijn ze er absoluut niet blij mee want het toerisme
ligt daardoor helemaal op zijn gat. En dit terwijl er in Palu niks aan
de hand is. Het geweld is ook iets onder de lokale bevolking en niet
specifiek tegen de toeristen gericht. Marcel en Danny hebben inmiddels
een bungalow gevonden naast het Prince John Resort. Het hutje is niks
bijzonders en je moet uitkijken dat je niet door de houten vloer zakt,
maar de familie die het runt is superaardig en het scheelt de helft
van het geld. We besluiten hier te blijven. Strand voor de deur, zonnetje
erbij, lekker eten, kortom: wat wil je nog meer?! We gaan even zwemmen
en als we op ons balkon van het uitzicht zitten te genieten komt er
in het huisje naast ons een lokale familie zitten. Ze hebben een feestje,
ook geen probleem, brengt wat leven in de brouwerij. Totdat ze vier
enorme boxen uit de auto tillen, een keyboard en een karaoke installatie.
En tussen die hele groep mensen zit welgeteld een nachtegaaltje, als
de anderen beginnen te zingen springt het glazuur bijna van je tanden.
We brengen de avond op ons balkon door en laten hen maar zingen. We
kaarten wat en Danny en Judith houden het om 24.00 uur voor gezien,
zij gaan een poging doen te slapen. Wij spelen nog een potje Kolonisten,
want met dit enorme volume kunnen wij toch niet slapen. Hier zijn zelfs
oordoppen niet tegen bestand. Om half twee besluiten we ook maar een
poging te wagen te gaan slapen, maar slapen is onmogelijk. Het karaokefeestje
gaat nog tot vier uur door en eindelijk kunnen we slapen. We hadden
besloten er niks van te zeggen. In Indonesië is goede muziek alleen
maar luide muziek. In bemo’s en bars staat de volumeknop wijd open.
We dachten nog wel dat we dit feestje zouden overleven. Stom, want vier
uur later, om 08.00 uur ‘s ochtends gaat de installatie weer op volle
kracht open. Als we naar buiten lopen zitten Danny en Judith al op het
balkon, taxi naar Palu zeggen we alle vier tegelijk. We bestellen ontbijt
en willen onze spullen in gaan pakken als de buren plotseling de boxen
in gaan pakken en vertrekken. We besluiten toch maar wat langer in Donggala
te blijven. Dit is zo’n verhaal wat je ooit op een feestje hoort en
waarbij je denkt dat het een mop is, totdat het je zelf overkomt!
Bungalow:
50.000 rp pp (inclusief drie maaltijden per dag). Naast Prince John
Resort.
Dag
508: zondag 24 juli (Donggala)
De
rest van de dag hangen we een beetje rond, doodmoe van het nauwelijks
slapen van afgelopen nacht. We spelen nog een potje Kolonisten waarbij
Anouk eerst Danny en vervolgens Marcel inmaakt. Anouk begint het spel
steeds leuker te vinden. Omdat we vandaag weinig gedaan hebben en dus
weinig te vertellen hebben zullen we hier even ingaan op het fenomeen
helm. In Indonesië (net zoals veel andere landen in Azië) ben je echt
de man als je een motorbike bezit. Het straatbeeld wordt dan ook bepaald
door honderden motorbikes. En daarbij hoort een helm, die is verplicht
in Indonesië. Nu dragen ze hier allemaal van die ronde plastic helmen
met een klein klepje voor, net zoiets als de Duitsers droegen in de
tweede wereldoorlog. En als je die helm eenmaal op je kop hebt zitten
zet je hem ook niet meer af. Overal zie je dus mensen lopen met een helm
nog steeds op hun hoofd. In de supermarkt, zes uur lang op de boot en
net zoals vandaag (zondag, dus veel lokale dagjesmensen) op het strand.
Het is erg lachwekkend op hele hordes mensen voorbij te zien wandelen op
het strand in de brandende zon met nog steeds een helm op het hoofd. De reden
hiervoor weten we niet precies, maar we hebben er verschillende theorieën
over.
-
Je
hoofd blijft lekker warm.
-
Er
is geen helmbewaking.
-
Statussymbool,
iedereen kan zien dat je een motorbike bezit.
-
Je
haar zit zo plat dat je je helm maar ophoudt, beter een helm op je
kop dan een slecht kapsel.
Wij
neigen zelf naar antwoord d, de Indonesiërs zijn geen mensen die echt
showen met rijkdom (als ze die tenminste hebben) maar ze zijn altijd met
hun kapsel bezig. Vooral de mannen kunnen geen spiegel voorbij lopen
zonder eerst even hun kapsel te checken. Het blijft lachen met die
mensen!
Dag
509: Maandag 25 juli (Palu)
Rond
lunchtijd besluiten we terug te keren naar Palu. Danny en Judith vertrekken
vanavond met de boot naar Kalimantan dus die moeten sowieso terug en
wij volgen maar braaf. Anouk pakt een ojek naar de taxiterminal in het
dorp een eindje verderop. Ze spreken helaas weinig Engels hier dus met
behulp van het laten zien van briefjes geld wordt er onderhandeld. Ook
al spreek je de taal niet, op een of andere manier lukt het vaak wel
om duidelijk te maken wat je wilt. Met een hele oude auto die aan elkaar
hangt van plakband, keren we terug naar Palu. Niks werkt in de auto,
onderweg moeten we nog olie bijvullen. Er zijn twee dingen die wel werken,
de toeter en de autoradio. Die worden dan ook het meest gebruikt. We
keren terug naar hotel Wisata waar wij een kamer nemen en Danny en Judith
de tassen bij ons in de kamer neergooien. We verlaten even een uurtje
de kamer om wat te gaan eten en boodschappen te gaan halen. Als we terugkomen
heeft iemand anders zijn intrek genomen in onze kamer, een enorme rat.
We wisselen van kamer maar hier werkt de airco niet. Uiteindelijk krijgen
we de deluxe kamer met korting, zonder rat en met airco die werkt.
Dag
510 & 511: Dinsdag 26 juli en woensdag 27 juli
(Palu)
Onze
laatste dagen in Indonesië zijn aangebroken. Vanuit Palu vertrekken we
met de Pelni boot naar Nunukan waar we verder reizen naar Borneo Maleisië.
We kijken met gemengde gevoelens terug op Indonesië. De eerste maand in
Indonesië vonden we het er verschrikkelijk en wilden we eigenlijk zo
snel mogelijk het land verlaten, gelukkig beviel Sulawesi stukken beter.
Indonesië is het grootste moslimland ter wereld (een reden waarom
sommige mensen het land op dit moment vermijden). Maar dat is dan weer
nergens voor nodig. In tegenstelling tot India is Anouk bijvoorbeeld
nooit echt lastig gevallen in Indonesië. Opvallend is dat niet alle
moslims hier even strikt zijn, ze lusten graag een biertje en we hebben
zelfs een gescheiden moslimvrouw ontmoet. Het valt ons wel vaker op dat
de media een beeld schept van een land en wat je zelf heel anders
ervaart als je er rondreist.
Boot
Palu – Nunukan: 375.000 pp (First class kamer)
|