Afrika: Een goed doel?

Afrika, het donkere continent. Eerst was daar de slavernij, vervolgens de kolonisatie (die gelukkig een einde bracht aan de slavernij) en nu wordt het continent overspoelt door het Goede Doel.

Al reizend door Afrika zijn wij heel anders tegen het goede doel aan gaan kijken. We vallen regelmatig van de ene verbazing in de andere. Thuis worden wij via de media geconfronteerd met hongerige kinderen met opgezwollen buikjes, AidspatiŽnten en overstromingen. Als goede wereldburgers doneren wij geld aan vrijwilligerswerk, gaan wij huizen bouwen voor de lokale bevolking en schenken wij onze afgedankte kleding aan het arme Afrika. Maar is dit wel de goede manier?

Onze Europese afgedankte kleding heeft er voor gezorgd dat de hele lokale kledingindustrie om zeep is geholpen. In Livingstone (Zambia) is de kledingfabriek bankroet, duizend banen naar de knoppen. Op straat staan kramen waar tweedehands kleding wordt verkocht, dit houdt ongeveer vijf mensen aan het werk. Een korte rekensom leert ons dat dit een verschil van 995 banen is.

Het Afrikaanse continent wordt ook overstroomt door mensen van het Peace Corps. Amerikanen en Europeanen die via de kerk geld ingezameld hebben om in Afrika kerken en huizen te bouwen. Soms wel 3.000 dollar per persoon. En wat doet de lokale bevolking? Die zit onder een boom werkloos toe te kijken. In Malawi verdient de bevolking minder dan 30 dollar per maand. 3.000 dollar kan 100 personen een maand lang werk verschaffen. Waarom bouwen zij dan zelf die huizen niet? En het Peace Corps? Die keren na een maand weer terug naar de eigen kerk waar ze luid applaus ontvangen voor hun werk. Kijk eens wie er terug zijn uit het donkere en gevaarlijke Afrika? Geef ze een applaus mensen! God bless you all! Onnodig misschien om te vertellen dat de bevolking vaak de huizen, kerken of scholen niet in gebruik neemt. Een schoolgebouw heeft onderwijzers nodig. En als je gewend bent aan je lemen hut, waarom zou je dan in een huis van bakstenen gaan wonen.

Een bekende wervingscampagne op de Nederlandse televisie is die van het World Food Program. De soldaat die zijn wapens neerlegt en zijn land gaat bewerken. Wat ze in die spot er niet bij vertellen is dat alle medewerkers een gloednieuwe Jeep Cherokee rijden. Wat is er mis met een oude Toyota? En een Guesthouse in Dar es Salaam (Tanzania) hoeft niet meer te kosten dan tien dollar per nacht. Waarom dan een kamer in het Royal Palms hotel? Dit soort organisaties proberen vaak de lokale bevolking erbij te betrekken. Veel van de medewerkers komen uit het land zelf. Vaak onderwijzers, want ze willen natuurlijk wel mensen met een beetje opleiding. Aangezien dit soort organisaties meer betalen dan de gemiddelde Afrikaanse overheid gaan de leraren graag op dit soort aanbieding in. Het gevolg is dat veel scholen kampen met een gebrek aan leraren. Een school waar twintig leraren nodig zijn mag blij zijn als ze er vijftien kunnen vinden. Maar wij blijven vooral doneren in Europa want die kinderen zijn zo mager.

Begrijp me goed, er zijn ook Goede Doelen die wel effectief zijn. Een waterput bij een dorp is mijn inziens een goede investering. Mensen leren het land te bewerken kan geen kwaad. Maar zakken rijst afgeven in een dorp, dat gaat iets te ver.

In het verleden is er veel onderzoek gedaan naar Afrika en het Goede Doel. Een eenduidige oplossing is er nooit gevonden. Maar moeten we die wel zoeken. Zo lang als de Wereldbank geld geeft aan Kenia, heeft Kenia honger. En de vrouw van de president heeft nieuwe schoenen? Want ook dat is een probleem, de corruptie in Afrika.

 

Terug naar Reisverslagen