|
69
Peso is een Euro. De genoemde prijzen van hotels zijn in het laagseizoen,
in het hoogseizoen mag je soms het dubbelen betalen.
Dag
526: donderdag 11 augustus (Manila)
Onze
vlucht naar Manila vertrekt om 14.00 uur maar voordat we in het vliegtuig
stappen gaan we eerst nog even naar het internetcafé. We moeten misschien
een bewijs laten zien dat we de Filippijnen weer gaan verlaten, dus
hebben we maar weer een e-ticket vervalst. Als we afrekenen bij de balie
komt er een Schots stel naar ons toe: “Do you remember us?” Ze hebben
inderdaad wel een bekend gezicht, Indonesië? Birma?. We weten het niet.
Gelukkig geven ze zelf al het antwoord: Varanassi. Vijf maanden geleden
in India, nu weten we het weer, we hebben zelfs nog boeken met ze geruild.
De wereld is inderdaad klein. Helaas moeten wij weg en kunnen we niet
verder kletsen, we moeten snel naar het vliegveld. Snel onze tassen
opgehaald in het hotel en met de taxi naar de luchthaven vertrokken
waar we in een hele lange rij voor de douane belanden. Marcel staat
voor in de rij bij een stel Australiërs en Anouk belandt in een andere
rij achter een stel Aziatische dames die weer heel lang werk hebben
met de paspoortcontrole. Anouk komt gelukkig nog op tijd door de douane,
jammer voor Marcel, kan ie niet alleen naar de Filippijnen. Met een
beetje vertraging vertrekken we om half drie richting Manila waar we
twee uurtjes later landen op Clark airbase. Dit is de oude luchtmachtbasis
van de Amerikanen, die hier in 1991 vertrokken zijn. Dat dit een oude
Amerikaanse luchtmachtbasis is, is duidelijk te merken zodra je de poort
uitkomt. Naast de basis vind je namelijk Angeles, het dorp waar de Amerikanen
zich terugtrokken voor R&R. Goedkoop bier en go-go bars, dat is
Angels. De Australiërs gaan naar Angels met de hele groep en Marcel
wil in eerste instantie ook in Angels overnachten en dan morgen verder
reizen naar Manila. Vind Anouk prima, als hij zijn credit card maar
afgeeft zodat Anouk kan gaan shoppen in Manila. Marcel kiest eieren
voor zijn geld en we stappen in de bus naar Manila. Op de kaart lijkt
de afstand Clark – Manila niet zo groot maar het is toch nog 80 kilometer
rijden naar down town Manila. Bovendien belanden we in de avondspits.
We doen er nog drie uur over om in Manila te komen, doordat onze chauffeur
pas zijn gaspedaal vind als we de stad binnenrijden. We klagen verder
niet, het was tenslotte een goedkoop ticket! Voor dat geld kun je niet
alles hebben. Manila is een enorme stad, 14 inwoners. Een rijke stad
die tevens veel arme mensen trekt op zoek naar werk. Het verschil tussen
arm en rijk is groot en Manila heeft naast luxe appartementen ook enorme
krottenwijken. Als we Manila binnenrijden zien we enorme shopping malls
en heel veel fast food tenten (of komt dat omdat wij inmiddels honger
hebben). Vanaf het busstation pakken we een taxi naar Mabini Pension
in de wijk Ermita. Vanaf het moment dat we geland zijn regent het al
en dat zal voorlopig wel niet ophouden. Augustus is de natste maand
in de Filippijnen. We pakken meteen weer een taxi naar het steakhouse.
We hebben enorme honger en het menu is een goede deal: salade, soep
en stokbrood inbegrepen. Aanvallen dus!! De biefstuk smaakt erg goed,
we zijn een beetje rijstmoe aan het worden. We vinden het eten vaak
wel lekker maar al die rijst gaat je een beetje de keel uithangen. Sinds
een half jaar zitten we ook weer in Katholiek gebied, kerken en mariabeelden
in plaats van boeddha en tempels.
Bus
Clark – Manila: 350 ps pp
Mabini
Pension: 550 ps (geen aanrader, erg gehorig)
Dag
527: vrijdag 12 augustus (Manila)
Als
we wakker worden plenst het al. Geen gewone tropische bui maar zo’n
ouderwets gezellig Nederlands buitje wat gestaag door regent. We willen
eigenlijk bij het fort gaan kijken maar dat haalt zo niks uit. We duiken
maar de Robinson shopping mall in voor een ontbijtje bij de Deli France.
We kijken ons ogen uit in de shopping mall. Het is er stampvol met
mensen, overal zie je ze eten. Het is vrijdagmiddag en niemand lijkt te
hoeven werken. Er worden veel luxe goederen verkocht in de mall,
digitale camera’s, merkkleding (stukken goedkoper dan in Nederland) en
iedereen loopt met een mobiele telefoon. Als de dit zo ziet zou je
denken dat Manila steenrijk is. Totdat je buiten komt en mensen ziet
bedelen voor geld. Of voor het hotel op een stukje karton liggen te
slapen. Dat is dus de andere kant van Manila. Na Indonesië en Maleisië,
waar het toch redelijk veilig is, worden we hier ook weer geconfronteerd
met criminaliteit. Bewaking bij de bank, zwaarbewapend, geldtransport
met vijf bewakers, beveiligingspersoneel in de winkel. De laatste keer
dat we dat gezien hebben was in Zuid Afrika, vorig jaar september. Toch
vinden we Manila geen vervelende stad. Mensen zijn aardig en je vind
alle wereldkeukens hier. En er is prima vermaak: karaokebars,
discotheken, bioscopen, etc. In Manila zie je opvallend veel oude
Westerse mannen met hele jonge Filippijnse vrouwen rondwandelen. Het
opa-met-kleindochter-effect zullen we het maar noemen. Je kunt het de
Filippijnse vrouwen niet kwalijk nemen, voor hen is het een manier om
uit de armoede te geraken. En die mannen kunnen we ook geen ongelijk
geven. Die hebben op hun manier nog een hele mooie oude dag! Maar soms
is het wel even slikken, als we in het restaurant een man van 60 jaar
zien met zijn Filippijnse vriendin. Het meisje is waarschijnlijk nog
niet eens 18 jaar oud! ‘s Avonds wil Marcel op stap, want het
nachtleven in Manila schijnt erg goed te zijn. We wandelen eerst naar de
Grill Bar, een eindje verderop in de straat. Het is een enorm restaurant
waar ‘s avonds vaak live bands optreden en het is er stampvol met
lokale mensen. Helaas kunnen we niet zeggen of de liveband goed of
slecht was. De bas komt namelijk boven de stem van de zanger uit. We
pakken een taxi naar Malate, de hippe uitgaanswijk van Manila. Het lijkt
op het Eindhovense Stratumseind, een straat met alleen maar bars en
restaurants. We proberen er verschillende uit maar omdat we niet echt
van Amerikaanse rapmuziek houden belanden we uiteindelijk in een kleine,
lokale bar zonder enige opsmuk. Geen airco, geen cocktails (alleen bier)
en afval gooi je gewoon op de grond. Maar het is er hartstikke gezellig.
En het bier is spotgoedkoop! Als je zin hebt dans je gewoon op tafel of
ga je op je stoel staan. Alles mag, alles kan! Wij vallen wel een beetje
uit de toon zonder i-pod of de nieuwste mobiele telefoon aan ons oor.
Ook lopen we er niet echt hip bij zonder de allernieuwste merkkleding.
Maar dat is binnen, want buiten op straat lopen kinderen op blote
voetjes te bedelen voor geld en eten. Arm en rijk in Manila is een enorm
verschil.
Dag
528: zaterdag 13 augustus (Manila)
Voor
het eerst, sinds we twee dagen geleden in Manila zijn gearriveerd,
schijnt de zon! Het blijkt nu ook dat het weer van de afgelopen dagen
niet helemaal normaal was voor augustus maar dat het een staartje was
van een tyfoon. Na een stevig ontbijt wandelen we naar de wijk
Intramuros waarbij we eerst het Rizal Park passeren. Rizal was een
Filippijnse vrijheidsstrijder tijdens de Spaanse bezetting. Toen hij te
veel aanhang kreeg onder de Filippijnse bevolking werd daar door de
Spanjaarden korte meten mee gemaakt en werd Rizal voor het vuurpeloton
gebracht. Rizal is in de Filippijnen een echte volksheld en veel straten
en parken zijn naar hem vernoemt. In Rizal park is een beeldentuin
gemaakt van zijn laatste dagen. Afscheid van vrienden, de rechtbank, het
vuurpeloton, alles wordt met behulp van standbeelden tot leven gebracht.
We wandelen verder naar Intramuros, de oude stad (gebouwd in 1571).
Helaas staat er niet zo heel veel meer overeind van de oude gebouwen,
dankzij de nodige tyfonen, aardbevingen en de Tweede Wereldoorlog. De
oude gebouwen die nog overeind staan of gerestaureerd zijn, zijn
prachtig en herinneren aan het Spaanse verleden. Binnen de oude muren
van Intramuros kun je een paard en wagen huren voor 250 peso per half
uur. Marcel wil niet meer lopen en luistert maar half, hij hoort dus
alleen maar 250 peso en niet ‘per half uur’. Foutje, bedankt! Maar
daar komen we pas later achter. We gaan eerst in de San Agustin kerk
kijken. Een prachtige kerk en weer alles goud wat er blinkt. Vervolgens
rijden we door de oude stad langs gebouwen met Spaanse balkons en
straten waarvoor de stenen speciaal uit Mexico zijn gehaald. De Manila
kathedraal mogen we helaas niet in omdat er een bruiloft plaats vind
(erg populair op zaterdag en zondag voor bruiloften). Geeft niks want de
bruid is op komst. We mogen zelfs foto’s maken van de bruid en de
bruidsmeisjes, die er schitterend uitzien in hun hagelwitte jurkjes. De
bruid heeft zelfs een bruidsboeket met echt Hollandse tulpen. Die
schijnen hier nogal populair te zijn want we zijn al diverse keren
gevraagd naar tulpen als we zeggen dat we uit Nederland komen. We mogen
uiteraard nog even naar de commissiewinkeltjes waar we beiden met een
ijsje naar buiten komen, hebben we toch nog iets gekocht dit keer. We
willen naar Fort Santiago en laten ons daar naar toe brengen waarbij
onze chauffeur opmerkt dat hij drie uur met ons heeft rondgereden. En
dan valt het kwartje pas bij Marcel! De prijs was voor een half uur.
Daar kunnen we nu niks meer aan veranderen en we zijn dus even 20 Euro
lichter! We gaan naar het fort waar helaas ook niet veel meer van
overeind staat maar waar je een mooi uitzicht hebt op de skyline van
Manila. We keren terug naar het hotel waar Marcel ‘s avonds om half
zeven besluit dat hij morgen naar het eiland Mindoro wil vertrekken.
Daarvoor moeten we naar hotel City State Tower om een bus- en bootticket
te regelen. Als we daar aankomen is het kantoor al dicht. We moeten ons
morgen vroeg maar om acht uur melden, met een beetje geluk is er nog
plaats.
Filippijnse
les nr 1: Begin niet te vroeg (ze komen zelf pas rond 10.00 uur op gang)
en niet te laat. Na 17.00 uur zijn dit soort kantoren gesloten. En
tijdens de lunchpauze (ook niet onbelangrijk) sluiten ze ook.
We
gaan naar de shopping mall waar sinds een paar dagen de film ‘The
Great Raid’ draait, over de bevrijding van 500 Amerikaanse POW’s
(prisoners of war) tijdens WO II in de Filippijnen. Het is een typische
Amerikaanse film maar de film wordt aangevuld met originele beelden van
de Filippijnen uit WO II. In het kort wordt de geschiedenis verteld van
de Japanse bezetting. Dat maakt de film dus een beetje verplichte kost
nu we hier zijn. De Filipino’s zijn er zelf ook erg van onder de
indruk. Voor een keer zitten ze niet massaal te sms’en, constant van
plaats te wisselen of met andere dingen bezig te zijn dan film kijken.
Ze zitten echt helemaal in de film. Na afloop van de film moeten we nog
geld pinnen (bij Marcel gebeurt echt alles op het laatste moment). Maar
geldautomaten zijn vaak een probleem in de Filippijnen. Na acht
automaten vinden we er eindelijk eentje die niet off line is en ook nog
onze kaart accepteert. De geldautomaat geeft echter maar 5.000 peso per
keer en we moeten dus ieder 4x pinnen. Met als gevolg dat de rij achter
ons langer en langer wordt. Maar ze klagen niet en wachten geduldig tot
wij klaar zijn.
Filippijnse
les nr 2: Veel geld nodig? Begin op tijd en trek er een hele dag voor
uit!
Paardenkoets:
250 ps (per half uur)
Entrée San Agustin kerk: 65 ps
Entrée Fort: 40 ps
Dag
529: zondag 14 augustus (White Beach)
Op
tijd rollen we ons bed uit om de bus te halen naar Mindoro. Er is nog
plaats en we kunnen meteen instappen in een ijskoude aircobus. Hoe vaak
moeten we nu nog zeggen dat we geen diepvrieskip zijn?? De reis gaat
voorspoedig en na twee uur rijden zijn we al in Batangas. De boot ligt
al klaar en een uur later zijn we in Puerto Galera. Aan aandacht geen
gebrek want er staan al dertig trishaws (motor met een bakje aan de
zijkant) op ons te wachten. Het is zondag en er zijn geen jeepney’s.
Een mannetje volgt ons hardnekkig tot zelfs in de supermarkt als we
wat drinken kopen. Dat mannetje laten we dus mooi staan en we stappen
bij iemand anders in. Dat bakje naast die trishaw is gemaakt voor twee
kleine Aziaten en wij passen er maar net in. De bagage wordt op het
dak gebonden en gaan met die banaan. De omgeving is mooi, groen en enorme
palmbomen. We gaan naar White Beach, volgens de LP een mooi, rustig
strand. Nou, dat valt dus een beetje tegen. We worden gedropt bij White
Beach cottage waar ze kamers hebben met tv en airco voor een behoorlijk
hoge prijs. We gaan even verder kijken met twee commissiedames in ons
kielzog. Halverwege proberen we ze kwijt te raken en zeggen we dat we
terug gaan naar Puerto Gallera. Ineens zijn de kamers een stuk voordeliger.
In eerste instantie willen we omdraaien en een ander strand zoeken.
De zee is nogal wild met hoge golven (niet ideaal om te zwemmen) en
de mensen zijn opdringerig. We gaan wat eten bij White Beach Nipa Hut
en vinden daar een kamer voor 500 ps. Meteen duikt het commissievrouwtje
weer op! We zeggen tegen de dames van het hotel dat ze haar niet hoeven
te betalen, aan dit soort praktijken werken wij niet mee. Bovendien
hebben we dit zelf gevonden. Tijdens het eten komen we twee andere reizigers
tegen, zij hebben bij White Beach Cottage overnacht en daar zijn spullen
uit hun kamer gestolen. Maar goed dat we daar niet overnachten. ‘s Avonds
gaan we op het strand wat drinken bij een bar waar Marcel sjans heeft
met een hele aantrekkelijke Filippijnse dame. Ze hangt helemaal over
hem heen, zit bijna bij Marcel op schoot. Anouk laat haar maar haar
gang gaan, die heeft namelijk al lang gehoord dat zij een hij is!! Bij
sommige van die ladyboy’s zie je het verschil niet zo goed.
Bus-
en bootticket Puerto Gallera: 500 ps pp
White Beach Nipa Hut: 500 ps
Dag
530: maandag 15 augustus (White Beach)
We
slapen eerst even lekker uit en gaan vervolgens op het strand liggen. De
zee is nu een stuk rustiger en zonder al die golven kunnen we lekker
zwemmen. Er zijn een paar verkopers op de been maar die maken het ons
niet echt lastig. Het is duidelijk laagseizoen want de meeste tijd zijn
we maar met zijn tweetjes op het strand. Het strand is niet echt
geweldig en behoorlijk volgebouwd met hotels (dat is altijd zo jammer,
dat ongecontroleerd op het strand bouwen). Volgens ons zijn er mooiere
stranden in de Filippijnen. We gaan lunchen en lopen een groep
Nederlandse toeristen tegen het lijf. Dat is uniek, want zo heel veel
toeristen komen hier niet. Maar twee miljoen per jaar en dan nog
voornamelijk voor de sexindustrie en het duiken. Je ziet hier geen
groepsreizen van Kras en de Filippijnen ligt ook niet op het
backpackerstraject van Azië. ‘s Avonds op het strand ontmoeten we
twee Amerikaanse jongens, voor het eerst op vakantie in Azië. Ze klagen
dat bijna alle vrouwen hier kerels zijn! Hahahahah, welkom in Azië.
Hier wordt dat geaccepteerd, waarschijnlijk omdat je niet als homostel
samen mag leven hier. Maar het schijnt ook een soort rage te zijn op dit
moment, want in de media zie je ook enorm veel ladyboy’s.
Dag
531: dinsdag 16 augustus (Sabang Beach)
We
besluiten vandaag maar weer te vertrekken en naar Sabang Beach te gaan,
ongeveer 12 kilometer verderop. Dat zou dus niet te lang hoeven te duren
zou je denken. We pakken op ons gemak onze spullen en ontbijten. Pas
om 12.00 uur vertrekken we uit het hotel. Met een trishaw gaan we eerst
terug naar Puerto Gallera waar we overstappen in een jeepney. Een jeepney
is een verlengde pick up truck met achterin twee rijen banken. De buitenkant
is felgekleurd en vaak versiert met afbeeldingen van de maagd Maria.
Jeepney’s vertrekken pas als ze helemaal vol zitten. Maar wanneer zit
zo’n jeepney nou vol? Als we een half uur in de jeepney zitten lijkt
hij ons toch aardig vol, maar de chauffeur wacht nog op meer klanten.
En dan begint het een beetje op de tv-reclame van Malibu te lijken (die
met die chauffeur op Jamaica die twee minuten te laat is). Er wordt
druk op en neer gepraat in Tagalog (het Filippijnse dialect) tussen
de passagiers en de chauffeur. Inmiddels wachten we al bijna een uur
en wij hebben maar een boek gepakt en zitten te lezen. Uiteindelijk
spreekt een van de passagiers ons aan. Als we allemaal vijf peso meer
betalen vertrekken we meteen. Alle passagiers schijnen nogal haast te
hebben! Iedereen gaat uiteindelijk akkoord en we kunnen gaan rijden.
Een kwartier later zijn we in Sabang. We vinden een aardig kamertje
bij Villa Sabang met zwembad voor de deur. Dat is wel nodig ook want
Sabang Beach heeft geen strand. De belangrijkste reden dat we hier naar
toe gaan is voor het duiken, het schijnt hier erg mooi te zijn. We kijken
‘s middags even rond en vinden een duikschool waar we voor 20$ kunnen
duiken. We gaan op zoek naar eten wat lastig is want alles is hier behoorlijk
aan de prijs. Na het eten gaan we lekker op ons balkon zitten bij de
kamer en daar komen we onze Japanse buurman tegen. Buurmansan prikt
Marcel in zijn buikje en zegt: No diet in Holland!!
Dag
531 t/m 533: woensdag 17 augustus t/m vrijdag 19 augustus (Sabang Beach)
We
blijven wat langer in Sabang Beach hangen dan gepland. Marcel heeft
namelijk last van buikkrampen en brengt een dagje in bed en aan het
zwembad door. Anouk haalt haar diepwatercertificaat, dus nu mag ze ook
tot 30 meter duiken. Verder maken we hier in Sabang nog enkele duiken
maar wij hadden er iets meer van verwacht. Iedereen roept over Sabang
maar wij vinden het duiken niet zo mooi. Veel koraal is verwoest en dat
is erg jammer.
Dag
534: zaterdag 20 augustus (Caticlan)
We
willen vandaag naar Boracay gaan, hemelsbreed maar 200 kilometer verderop
maar het lijkt wel een wereldreis op zich. We beginnen vroeg, want reizen
in de Filippijnen kost gewoon veel tijd. Om 08.00 uur zijn we dus weg
bij het hotel en na even wat ontbijt te hebben gehaald zijn we klaar
om naar Puerto Gallera te vertrekken. Na even zoeken vinden we een trishaw.
Marcel gaat in het bakje zitten, Anouk mag achterop de motor en de tassen
weer bovenop het dak. Het wegdek is niet zo goed en we worden flink
door elkaar geschut. In Puerto Gallera staat al een volle jeepney op
ons te wachten en na 10 minuten zit de jeepney helemaal propvol en kunnen
we vertrekken. Na een uurtje rijden en weer overal stoppen (soms tien
meter verderop omdat mensen niet willen lopen) zijn we in Calapan. En
weer zit het ons mee. De bus naar Roxas gaat om half twaalf dus we hoeven
maar een half uurtje te wachten en kunnen mooi tussendoor nog even lunchen.
Keurig om half twaalf zitten we in de minibus naar Roxas. Het leuke
is als je in een ander land komt dat je weer allerlei nieuwe dingen
ziet. Na een paar weken in Birma ben je bijvoorbeeld wel gewend aan
de ossenkar in het straatbeeld en zo heeft elk land zijn eigen kenmerken.
In de Filippijnen zijn dat de jeepney’s. En wat je daar wel niet allemaal
in kunt vervoeren: balen stro, kippen, varkens, noem het maar op. Of
wat dacht je van een trishaw met in het zijspan in dik, roze varken
van wel 300 kilo. Om twee uur arriveren we in Roxas bij de haven en
het kan niet heel de dag mee zitten, want hier blijkt dat de boot naar
Caticlan pas om 17.00 uur gaat. De boot doet er vier uur over en dan
moeten we nog naar Boracay zien te komen. In Caticlan blijken er geen
boten meer te zijn naar Boracay en zullen we er eentje moeten charteren.
Dat vinden we een beetje te veel van het goede en we besluiten maar
een hotel te zoeken in Caticlan. Het eerste hotel is een stinkhol waar
ze veel te veel geld voor durven te vragen. Het tweede hotel blijkt
gesloten te zijn. We wandelen verder en komen twee mensen tegen op een
brommer. Zoeken jullie een slaapplaats? En zo belanden we dus in het
huis van Virginia. De beste kamer in het huis wordt vrijgemaakt voor
ons (met airco en breedbeeldtv, zo luxe hebben we nog nooit geslapen).
De gastvrijheid hier is ook typisch in de Filippijnen. Kom je ergens
vast te zitten, helemaal geen probleem, er is altijd wel een Filipijn
die je helpt. Samen met Virginia gaan we nog snel een hamburger eten
op straat en dan is het al weer tijd om te gaan slapen.
Jeepney
PG – Calapan: 70 ps
Bus Calapan – Roxas: 160 ps
Boot Roxas – Caticlan: 260 ps (vraag om studentenkorting!)
Dag
535 t/m 538: zondag 21 augustus t/m woensdag 24 augustus (Boracay)
In
totaal brengen we vier dagen door op Boracay, volgens sommige mensen
het mooiste strand ter wereld. Ok, het strand is mooi. Wit met palmbomen
en een helderblauwe zee. Ze hebben ook de regel dat ze meer dan 25 meter
van het strand moeten bouwen, dus je ziet nog echt palmbomen op het
strand en geen hoog hotelcomplex of rijen souvenirwinkels. Maar het
is erg vol, het is niet zo als Scheveningen op een warme zondagmiddag
in augustus maar het ligt er vol met bootjes die af en aan varen met
duikers, snorkelaars en toeristen die terugkeren naar Manila. We doen
niet veel, een beetje op het strand liggen, boekje lezen, beetje bijkleuren
en we gaan een dag een snorkeltripje maken met een boot vol met Koreanen.
Voor de Koreanen is Boracay namelijk (net als Bali en Thailand) een
vakantieland zoals wij in Europa naar Spanje of Turkije gaan voor de
zon. Nu komen wij uit Eindhoven, de stad van PSV en Guus Hiddink. De
dag kan voor die Koreanen al niet meer stuk natuurlijk, want Guus is
nog steeds de volksheld van Korea. Het snorkelen is wel aardig, de lunch
een stuk minder. Anouk is ‘s avonds doodziek van het eten en heeft weer
eens voedselvergiftiging. Na vier dagen is het weer de hoogste tijd
om te vertrekken.
Boot
Boracay: 40 ps
The Orchids Resort: 400 ps (incl. koffie en thee en ze schenken een hele
goede rum-cola voor nog geen 30 ps).
Snorkeltrip: 500 ps (maar sla de lunch over)
Dag
539: donderdag 25 augustus (St Augustin)
Anouk
voelt zich vandaag stukken beter en we besluiten te vertrekken. Marcel
wil graag naar de Romblon eilanden. Het weer is vannacht omgeslagen en
de zee is behoorlijk ruig. De boot kan niet zo dicht bij het strand
komen en we moeten door het water lopen dat tot ver boven onze knieën
staat. De porters willen ons wel de boot opdragen voor 10 peso maar om
die mensen nou met een hernia op te schepen vinden we ook zoiets. De
Filippijnen springen bij een porter op de rug zodat ze met droge voeten
aan de overkant komen. Een erg grappig gezicht, want die lichtgewicht
Filippijnse dames tillen ze gewoon op een schouder. In Caticlan
informeren we naar de boot voor de Romblon eilanden. Dat blijkt dus weer
zo’n gammele houten schuit te zijn waar we met kunst- en vliegwerk op
klimmen. We moeten naar Romblon Town maar deze boot brengt ons naar Looc.
Na drie uur varen zijn we in Looc op een van de Romblon Eilanden. Looc
is een gat en we willen meteen verder reizen maar er is geen transport
en we zullen op een motorbike naar St. Augustin moeten. Dat is 60
kilometer verderop over hele slechte wegen, het lijkt mij niet zo goed
idee. Uiteindelijk komt er een jeepney langs volgeladen met dozen in
plaats van passagiers. Maar ze gaan naar St. Augustin en we mogen mee.
Marcel vind een plaatsje op het dak en ik kan mijn achterwerk en benen
nog net tussen een paar dozen wringen. Het is 13.00 uur en met een
beetje geluk halen we St. Augustin nog op tijd om de boot naar Romblon
Town te pakken. Valse hoop natuurlijk en na twee weken reizen door de
Filippijnen zouden we beter moeten weten. Want ook dit ritje naar St.
Augustin wordt weer een memorabel dagje. Allereerst moeten we natuurlijk
op verschillende plaatsen op het eiland die dozen afgeven. Dat kan snel
gaan maar het kan ook heel lang duren, als de baas er bijvoorbeeld niet
is om een handtekening te zetten. Wij zijn inmiddels allebei in een
nieuw boek begonnen dus we vermaken ons wel. Na een paar uur rijden,
halverwege eigenlijk, gaat ook de jeepney nog kapot. Gelukkig is er een
garage vlakbij en kunnen ze de jeepney meteen repareren. Na een uurtje
wachten rijden we weer verder en tegen zessen zijn we in St. Augustin.
We moeten hier overnachten en morgen d boot naar Romblon Town pakken, 45
minuten varen vanaf hier. We vinden een klein hotelletje waar we snel
douchen en onze tassen neergooien voordat we wat gaan eten. Later op de
avond besluiten we het nachtleven van St. Augustin te gaan verkennen.
Dan belandt je als snel in een karaokebar. Hartstikke gezellig en Anouk
zingt nog wat nummers (terwijl Marcel weer onder de tafel kruipt van
schaamte omdat Anouk nu eenmaal geen nachtegaaltje is). Maar de
Filippijnen vinden het prachtig, willen allemaal met Anouk dansen. Zelfs
de plaatselijke politieagent zet zijn enorm geweer in de hoek om even
een dansje te wagen. Om 23.00 uur houden we het voor gezien en gaan we
terug naar het hotel. Maar van slapen komt niet veel terecht. Nooit
geweten dat een dorp met 4.000 inwoners zo veel herrie kan maken, overal
zijn ze aan het zingen in de karaokebars!
Hotel
Augustin Inn: 300 ps
Dag
540: vrijdag 26 augustus (Romblon Town)
De
boot naar Romblon Town gaat om 08.00 uur, we zijn er een kwartier eerder
en dat is maar goed ook want we krijgen ticketnummer 39 en 40. En dan
zit de boot vol. Normaal proppen ze nog wel meer mensen op zo’n schuit
maar de kustwacht staat erbij dus houden ze zich vandaag netjes aan
het aantal passagiers. Het is weer een gammele houten schuit en de loopplank
is spekglad omdat het regent. Erg fijn, zo’n kleine schuit met al je
bagage, want de deuropening is niet groter dan een raam. Zie daar maar
eens doorheen te klimmen met al je bagage! Vanwege de regen worden de
luiken voor de ramen ook nog dicht gedaan en is het verstikkend heet
op de boot. We zijn blij dat we na 45 minuten weer vaste grond onder
onze voeten hebben, dit was geen leuk boottripje! We pakken een tricycle
naar Marble Beach, hier bevind zich een van de twee duikscholen van
het eiland. Onderweg zien we al enige hotels die er verlaten bij staan.
Het zou ons niet verbazen als de duikschool ook dicht is, het is tenslotte
laagseizoen. Na een enorme modderige en hobbelige weg staan we voor
een gesloten deur. De buurman is wel open maar heeft geen duikschool.
Onze snuggere chauffeur krijgt ook een helder moment: ‘Willen jullie
duiken? Oh, dan moet je aan de andere kant van het eiland zijn en daarvoor
moet je een boot pakken’.
Zucht, hadden wij in Romblon Town al niet gezegd dat we naar
een duikschool wilden? We besluiten terug te keren naar Romblon Town
en daar wat te eten en dan te bekijken wat we gaan doen. In het restaurant
lopen we David tegen het lijf. Hij komt uit Engeland maar is getrouwd
met een Filippijnse en woont op Romblon waar hij een eigen bedrijf heeft
dat marmer exporteert (Romblon is namelijk bekend om de enorme hoeveelheid
marmer die ze hier hebben). We hebben David al eerder ontmoet, hij zat
toevallig in hetzelfde hotel in Sabang Beach. De andere duikschool is
dicht want de eigenaar is voor een weekje naar Manila. Uiteindelijk
besluiten we hier in Romblon Town maar een hotel te gaan zoeken en hier
te blijven tot zondag, dan gaat er een ferrie naar Panay. We gaan ‘s
avonds nog even naar de plaatselijke karaokebar maar het is maar een
saaie bedoening en we duiken maar vroeg ons bed in. Echt weer zo’n dag
dat alles tegen zit!
Hotel
Romblon Palace: 600 ps
Ze hebben bij Romblon Palace een goed (en goedkoop) restaurant.
Dag
541: zaterdag 27 augustus (Romblon Town)
We
slapen uit en ontbijten in het restaurant bij het hotel waar we
fruitsalade krijgen met kaas erin. Dit kan in de top 10 van meest
vreemde gerechten die we tijdens onze reis hebben gegeten. We wandelen
een beetje door Romblon Town maar het is niet echt spectaculair. Omdat
er niet veel toeristen komen heb je hier ook de faciliteiten niet, we
kunnen dus geen brommertje huren om het eiland te verkennen. We brengen
de rest van de dag maar door met internetten en rum-cola drinken op ons
balkonnetje met een prachtig uitzicht op de haven. We gaan vroeg naar
bed want de boot naar Panay vertrekt morgen om 04.00 uur, we moeten er
dus vroeg uit. Naast onze kamer is een soort vergaderruimte waar een
bijeenkomst aan de gang is. De ruimte is vier bij zes meter, er zitten
twaalf mensen in en daar hebben ze in de Filippijnen dus al een
microfoon bij nodig! Pas na middernacht zijn ze klaar en vallen wij in
slaap om drie uur later alweer te worden gewekt door de wekker.
Boot
Romblon – Panay: 520 ps
Dag
542: zondag 28 augustus (Ilo Ilo)
Meteen
als de wekker afgaat horen we buiten de scheepshoorn, onze boot komt
de haven binnen. We pakken snel de tassen in en lopen naar de haven.
Maar als we ons ticket laten zien mogen we niet doorlopen, dit is namelijk
niet onze boot. We raken licht in paniek, we komen toch vandaag nog
wel van dit eiland af? We gaan naar het havenkantoor waar de havenmeester
ons gerust stelt, er komt om 04.00 uur nog een schip binnen. We wachten
even en na een half uurtje komt onze boot binnen. Er gaan behoorlijk
wat mensen van de boot af hier dus we moeten nog een tijdje wachten.
Kunnen we mooi die hele volksverhuizing weer voorbij zien komen: koelkasten,
een puppie, plastic tonnen, skelters. Ze lachen altijd om ons als wij
met een grote tas op ons rug voorbij komen maar ze zeulen zelf wel met
tien doosjes en tasjes. We weten niet wat praktischer is, een grote
tas of je armen volgeladen met tassen en dozen. Op de boot vinden we
een prima slaapplekje met ijskoude airco. Om 11.00 uur zijn we weer
terug op Panay waar we een tricycle pakken naar Kalibo en daar op de
bus stappen naar Ilo Ilo. Alles zit vandaag mee en voor het eerst komen
we dezelfde dag nog aan op de plaats van bestemming. We staan er zelf
helemaal van te kijken. In Ilo Ilo vinden we een knus kamertje bij Pension
Eros, midden in het centrum.
Bus
Kalibo – Ilo Ilo: 150 ps
Hotel Eros pension: 375 ps
Dag
543: maandag 29 augustus (Ilo Ilo)
De
belangrijkste reden voor ons om naar Ilo Ilo te gaan is om ons visum te
verlengen. Bij aankomst krijg je een visum voor 21 dagen en dat kun je
laten verlengen tot 59 dagen. Dit kan in Manila of bij een
immigratiebureau ergens in een provinciale stad (Cebu City, Ilo Ilo,
etc.). We gaan dus eerst ‘s ochtends maar eens op pad om ons visum te
verlengen. Met een taxi naar Immigratie maar als we daar aankomen
blijken ze gesloten te zijn, het is een of andere vrije dag, de Dag van
de Helden. Die Filippijnen pakken ook elke reden aan om een feestje te
bouwen. Morgen om 10.00 uur zijn ze weer open dus mogen we morgen
terugkomen. We besteden de rest van de dag in Jaro en La Paz, twee
buitenwijken van Ilo Ilo waar een aantal mooie kerken staan. ‘s Avonds
gaan we naar SM City, de grote shopping mall net buiten de stad. We eten
wat bij een van de vele restaurants en gaan naar de film: Charlie &
The Chocolate Factory. De bioscoop is hier spotgoedkoop en de films
worden vaak tegelijk in de Filippijnen en Amerika uitgebracht, dus
altijd de nieuwste films.
Dag
544: dinsdag 30 augustus (Ilo Ilo)
Eerst
weer terug naar het immigratiebureau waar een groot plakaat op de deur
hangt: geen korte broek en geen slippers. Oeps, daar hebben we dus geen
rekening mee gehouden. Toen we gisteren met de bewaking spraken omdat
het kantoor gesloten was is dit ons ook niet verteld. We lopen maar
gewoon door en doen net of we onnozel zijn. Bij de deur krijgen we een
opmerking over onze korte broek maar we leggen uit dat we dit niet
wisten en worden achter een bureau gezet met ons knieën onder het
bureaublad, zodat het niet zo opvalt. We krijgen weer een stapeltje
papieren om in te vullen, Marcel gaat nog even een kopie maken van ons
paspoorten, we betalen even 2020 peso (40 $) en een half uur later staan
we weer buiten. We hebben nu een visum tot 9 oktober dus we kunnen
voorlopig nog even in dit geweldige land blijven!
Dag
545: woensdag 31 augustus (Bacalod)
Om
12.00 uur vertrekt de boot naar Negros. Dit boottochtje zal ongeveer
1,5 uur duren maar wij belanden weer op een langzame boot en doen er
bijna drie uur over. Er is genoeg ruimte op de boot dus we vinden ieder
een bank om op te slapen en het lukt ons zelfs om een uurtje te slapen,
ondanks het feit dat in de ruimte naast ons de karaoke installatie op
het hoogste volume staat. In Bacalod pakken we een jeepney naar Silay.
Deze plaats is rijk geworden van de suikerindustrie en volgens onze
reisgids zouden hier mooie koloniale gebouwen moeten staan. Deze plaats
staat ook in de top 25 van reisbestemmingen binnen de Filippijnen. We
vinden welgeteld drie oude gebouwen, de rest van de stad is een hoop
beton. Het verkeer is verschrikkelijk, een hoop lawaai! Het hotel waar
we naar toe willen heeft geen goedkope kamers meer beschikbaar en er
is geen ander hotel in de stad. Wij vinden Silay 3x niks en besluiten
om te draaien en naar Bacalod terug te gaan en daar te overnachten.
Daar vinden we een goedkope kamer voor een nachtje en we besluiten morgen
meteen door te reizen.
Pension
Bacalod: 250 ps
Tip: Via een Kiwi die al jaren in de Filippijnen woont hoorden we dat de
omgeving van Bacalod wel heel erg mooi is. In Bacalod een brommertje
huren, klein stukje naar het zuiden rijden en dat het binnenland in. De
wegen zijn slecht maar het uitzicht schijnt geweldig te zijn!
Dag
546: donderdag 1 september (Siquijor)
Vandaag
wordt weer een interessant dagje reizen waarbij we weer allerlei soorten
vervoersmiddelen gebruiken. Reizen in de Filippijnen kost tijd maar is
vaak ook ontzettend leuk. Waar anders in de wereld zit je het ene moment
boven op een jeepney, dan weer in een tricycle en vervolgens weer op een
boot met karaokeinstallatie, en dat alles op een dag. We beginnen vroeg
vandaag, om half negen stappen we in een taxi die ons naar de
busterminal brengt. We moeten met de bus naar Dumaguete en onze
taxichauffeur weet precies welke busterminal dat is. Niet dus, want we
belanden bij de noordterminal terwijl we naar het zuiden reizen. Toen we
het aan de chauffeur vroegen leek hij nog zo zeker van zijn zaak! Bij de
zuidterminal staat al een bus klaar naar Dumaguete. We gooien onze
tassen in de bus, drinken nog iets en om half tien gaan we rijden. De
omgeving in Negros is prachtig, ontzettend groen, wuivende palmbomen,
rijstvelden, maïsvelden, overal waar je kijkt. Om 15.00 uur zijn we in
Dumaguete waar we een tricycle vinden die ons naar de haven brengt. Er
blijkt vandaag nog een boot naar Siquijor te gaan, dus we hebben geluk.
De boot gaat om half vijf, we mogen nog anderhalf uur wachten. Maar een
boekje lezen en wachten. Na een uurtje wordt iedereen opgeroepen om naar
de balie te komen met het bootticket. De stoelnummers worden namelijk
uitgedeeld?! Waarom dit niet meteen wordt gedaan als je een kaartje
koopt is ons een raadsel, maar het houdt de mensen wel aan het werk hier.
Na een uurtje varen zijn we in Siquijor Town, nog niet helemaal onze
eindbestemming want we willen naar het Kiwi Dive Resort, aan de
noordkant van het eiland. Weer in een jeepney die ons naar Larena brengt.
In Larena stappen we in een tricycle met nog twee Filippijnen en een zak
rijst. Om half zeven, na tien uur reizen, zijn we op onze eindbestemming
gearriveerd. Toch is het reizen niet zo vermoeiend als in India of
Indonesië, waar reizen vaak heel erg veel energie kost. De Filipino’s
zijn een aardig volkje, ze vragen niet constant om je aandacht (zoals
India), zijn erg behulpzaam en uitermate beleefd in omgang.
Dag
547 t/m 549: vrijdag 2 september t/m zondag 4 september (Siquijor)
Siquijor
is geen groot eiland, langs de kust loopt een geasfalteerde weg en die
is ongeveer 70 kilometer lang. In twee uur kun je dus met een brommertje
over het eiland crossen. We huren dus een dag een brommertje en doen een
Maxima en Willem-Alexandertoer over het eiland. Heel veel zwaaien dus.
Het eiland is prachtig en de mensen ontzettend vriendelijk. Siquijor
heeft geen grote steden, geen ATM, geen Jollibee (het Filippijnse
antwoord op de Mac Donalds). Alleen maar kleine schattige dorpjes en
nauwelijks verkeer op de weg. Als je de honden en kippen niet meetelt
die je constant moet proberen te ontwijken. Er loopt ook nog een weg
dwars over het eiland, van oost naar west. De weg is verschrikkelijk
slecht maar de omgeving is prachtig. Het is opvallend hoe schoon de
Filippijnen is ten opzichte van andere Aziatische landen. Mensen ruimen
hun afval op (je ziet overal prullenbakken), er ligt geen peuk op de
grond en zelfs het meest armzalige huisje heeft een keurige voortuin. De
rest van de dagen op Siquijor maken we nog een paar mooie duiken. Veel
zacht koraal en heel veel vissen. Soms lijkt het wel alsof je een
Chinees aquarium binnen zwemt. Een van de duik gaat echt op zijn
Filippijns. Met een kleine jeepney waar bovenop een klein bootje is
gebonden rijden we naar een strand 20 kilometer verderop. Daar wordt het
bootje, formaat badkuip, in het water geladen en worden wij, Toshi de
Japanner en de bootman in het bootje geladen. De divemaster zwemt naast
het bootje mee naar de divesite. Tel daarbij op dat er vier tanks op de
boot liggen, we halen net de divesite voordat het bootje bijna zinkt! Op
Siquijor komen we Eric en Merel tegen, zij hebben net als wij een weblog
bij BNN (http://weblogs.bnn.nl/eric_merel_go_asia).
Zij zijn voor drie weken in de Filippijnen en zo kunnen we handig
informatie uitwisselen en bijkletsen. Na drie dagen besluiten we
Siquijor te verlaten en naar Bohol te gaan.
Kiwi
Dive Resort: kamers van 390 ps
Duiken Kiwi Dive Resort: 22 $ per duik
Dag
550: maandag 5 september (Alona Beach)
Om
naar Bohol te komen moeten we eerst weer terug naar Dumaguete (Negros).
Er gaat ook een rechtstreekse boot van Siquijor naar Bohol maar die
vertrekt ‘s ochtends om half vijf, een beetje te vroeg voor ons. De
boot vertrekt om tien uur maar we vrezen het ergste. We hebben namelijk
de sloomste tricycle van heel het eiland en zijn dus te laat in de haven.
We verwachten eigenlijk de boot net te zien wegvaren maar tot onze stomme
verbazing is er geen boot. Die ligt in het droogdok voor onderhoud.
Schijnt regelmatig te gebeuren op deze route! We kunnen nu om half een
de autoferrie pakken. We installeren ons maar in het restaurant vlakbij
de haven waar we wachten op de boot, die keurig om half een vertrekt.
Na 1,5 uur varen zijn we in Dumaguete. We moeten weer 1,5 uur wachten
voordat de boot naar Bohol vertrekt en gaan in de kantine zitten waar
we al snel een PGFje (PraatGraagFilipijntje) tegen het lijf lopen. De
Filipino’s zitten namelijk nooit om een praatje verlegen, mits ze niet
aan het bellen of SMS’en zijn. Geen probleem voor Anouk want die klets
ook heel graag en heel erg veel (ja, Marcel heeft het zwaar tijdens
het reizen). Dit keer treffen we de havenmeester, 40 jaar en ongetrouwd.
Hij wil wel graag trouwen maar zijn werk komt op de eerste plaats en
dat is moeilijk te combineren met een vrouw die ook op de eerste plaats
wil komen. Anouk legt hem uit dat vrouwen eigenlijk maar rare wezens
zijn. Ze willen een man met geld maar ze willen ook op de eerste plaats
komen. De havenmeester is het helemaal met Anouk eens en zijn dag is
weer helemaal goed. We zitten zo te kletsen dat we onze boot bijna missen
en we moeten nog rennen om een kaartje te kopen en naar de boot te lopen.
Het is een luxe speedboot met televisie (uiteraard met karaoke) die
ons in een uurtje naar Tagbilaran brengt. Op de kade staat al een heel
ontvangstcomité op ons te wachten maar we negeren ze en lopen snel door
om even verderop weer in een tricycle te stappen. Van Eric en Merel
hadden we de tip gekregen om op de Causeway Bridge te gaan staan en
vanuit dara een bus te pakken naar Alona Beach. Stukken goedkoper dan
met de tricycle en die bus komt toch elk half uur voorbij. Goede tip,
het werkt alleen niet tijdens het spitsuur. Alle bussen en jeepneys
zitten overvol, echt overvol. Mensen zitten op het dak en hangen met
de benen buiten de deur. Ondertussen komt er een PGFje naar buiten gewandeld
die ziet ineens twee blanken op zijn oprit staan en wordt nieuwsgierig.
We leggen ons probleem uit en hij wil zijn vrouw wel vragen om ons even
af te zetten in Tagbilaran op het busstation. Typisch Filipijns, ze
doen er alles aan om het jou naar je zin te maken. We besluiten maar
een tricycle te pakken naar Alona Beach. Onze nieuwe vriend regelt voor
ons een dealtje met een bevriende tricycle en na drie kwartier rijden
zijn we in Alona Beach waar we nog ruim een uur door het donker moeten
zoeken naar een betaalbare en veilige accomodatie. Uiteindelijk vinden
we bij Beach Rock Resort een kamer met ontbijt die we na stevig onderhandelen
krijgen voor 700 peso. We gaan snel nog wat eten en om 22.00 uur zijn
we alweer terug op onze kamer. In Alona Beach is namelijk niet echt
sprake van een nachtleven.
Boot
Bohol: 480 peso (altijd vragen om studentenkorting)
Beach Rock Resort: 700 peso (incl. ontbijt)
|