Reisverslag augustus: Brunei

 

3 Bruneise dollars is een Euro. Overigens kun je ook overal met Maleisische ringgit betalen. De koers is dan als volgt: 5 RM = 2 B$.

Dag 523: Maandag 8 augustus (Bandar Seri Begawan)
Brunei, een van de kleinste landen ter wereld (5.765 vierkante kilometer, ter vergelijking, Nederland is bijna 5x zo groot). Bekend om de Sultan, Sir Hassanal Bolkiah, de derde rijkste man ter wereld dankzij de olievelden die Brunei rijk is. Weer de ferrie op want Brunei is een uur varen vanaf Labuan. Om 09.00 uur zitten we op de ferrie, we vertrekken wat later dan gepland maar uiteindelijk zijn we om half elf in Brunei. Helaas hebben we nu wat minder tijd in Brunei, maar het zal eens mee zitten de laatste dagen! Met zo’n rijke sultan zou je gouden straten en diamanten lantaarnpalen verwachten maar dat valt mee. Brunei lijkt erg veel op Maleisië qua omgeving. Maar voor de inwoners van Brunei is er wel een verschil dankzij al dat oliegeld. Brunei is belastingvrij, gezondheidszorg is gratis (en geen wachtlijsten), hypotheken worden verstrekt zonder rente, school is gratis (evenals het eten op school en het busvervoer naar school). Voor zover je een indruk kunt krijgen van een land in een bliksembezoek van een paar uur proberen we hier toch een indruk te geven. Mensen zijn vriendelijk en behulpzaam, relaxt en goed geschoold (bijna iedereen spreekt een aardig woordje Engels). Brunei is schoon en goed georganiseerd. De sultan zelf is een druk baasje. Hij is sultan, premier, minister van Financiën, hoofd van de islam in Brunei en hij heeft zich zelf nog wat neventaken toebedeelt. Met enige regelmaat verschijnt hij in het openbaar, zonder dit bezoek vooraf aan te kondigen (zaklopen op koninginnedag doen ze hier niet aan). Op vele gebouwen zie je enorme afbeeldingen van de sultan hangen. Over het algemeen is hij erg geliefd bij het volk. Over zijn broer, prins Jefri is men minder te spreken. Die had een beetje last van grootheidswaanzin en deed daarvoor een greep in de staatskas. Die daarna 16 miljard dollar lichter was! Vanaf de ferrie pakken we de bus naar BSB waar we bij de busterminal Danny tegen het lijf lopen. Danny is een Brunei in hart en nieren en is zo enthousiast over zijn geboorteland dat hij de hele dag op het busstation toeristen opvangt. Zijn takenpakket: een zelf opgeschreven tijdschema voor de bussen (zelfs lokale mensen vragen hem om advies), geeft info over Brunei, deelt gratis kaarten van de omgeving uit, geeft aan wat de bezienswaardigheden zijn en hij geeft ook nog rondleidingen door de stad. Allemaal voor niks omdat hij zo enthousiast is over zijn eigen land en hij dit wil overbrengen op andere mensen. Danny is een begrip in Brunei, lokale mensen die gestrande toeristen ontmoeten verwijzen ze door naar Danny. Mocht je ooit verdwalen in Brunei, gaan naar de busterminal en vraag naar Danny. We gaan eerst kijken bij de Omar Ali Saifuddien moskee. Helaas mogen we nog niet naar binnen omdat men binnen nog bezig is met het gebed. We gaan even snel ontbijten en daarna op zoek naar het paleis van de sultan. We raken echter de weg kwijt en vragen twee dames de weg. Ze brengen ons naar de haven voor de watertaxi. De dames werken bij een verzekeringskantoor en hebben lunchpauze van maar liefst anderhalf uur. En dat terwijl ze gewoon van acht tot vijf werken. Brunei is duur (vandaar dat we hier ook niet overnachten) en de watertaxi is niet goedkoop. Vijf Euro voor een bootritje van vijf minuten. Onze bootman begrijpt ons ook niet helemaal en zet ons af op de kade voor het paleis, in plaats van even langs het paleis te varen zodat we een mooi uitzicht hebben. We hadden al gezegd dat het ons de laatste dagen niet mee zat. We wandelen naar de openbare weg waar vandaan je geen uitzicht hebt op het paleis. We zien geen bushalte maar een stukje verderop staat wel een vrouw op de stoep. Staat u misschien op de bus te wachten? Dat blijkt inderdaad het geval en ze neemt ons mee op sleeptouw naar de busterminal. Ze betaalt zelfs ons buskaartje voor ons, dat is nog eens aardig. Ze brengt ons ook nog even naar de ingang van de moskee. Onderweg vertelt ze dat ze in het paleis van de sultan werkt in de huishouding. Niet verbazingwekkend, want het paleis heeft meer dan 7.000 kamers. De halve bevolking van Brunei zal wel in het paleis werken. We nemen een kijkje in de moskee. De moskee is in 1958 gebouwd voor het bedrag van vijf miljoen dollar en het is allemaal goud wat er blinkt. We nemen even een kijkje binnen waarbij we een zwarte toga aan moeten trekken. En dan is het alweer tijd om terug te gaan naar de ferrie, onze tijd in Brunei zit er alweer op. Terug in Labuan verkassen we naar een ander hotel, Labuan Inn, zonder muizen hopelijk! 

Boot Labuan – Brunei: 30 RM
Bus terminal BSB: 2 B$
Hotel Labuan Inn: 59 RM

Dag 524: Dinsdag 9 augustus (Labuan)

We slapen uit en besluiten ‘s middags een kijkje te gaan nemen bij het waterpark, vijf minuten buiten de stad. Volgens de jongens van de receptiebalie in het hotel erg leuk met jetski’s, restaurants, etc. We pakken een taxi maar het zit ons weer niet mee……… het waterpark is dicht. We gaan dus maar even op het strand liggen en een boekje lezen. Soms zit het mee, soms zit het tegen. Een wereldreis kun je niet altijd plannen.

Dag 525: Woensdag 10 augustus (Kota Kinabalu)

Met de ferrie weer terug naar KK waar we de laatste voorbereidingen treffen voor ons vertrek naar de Filippijnen. Morgen om 14.00 uur zitten we op het vliegtuig naar Manilla. Als alles mee zit! 

 

Terug naar Reisverslagen                             Verder naar Filippijnen