Reisverslag mei: Bolivia

La Paz, Coiroco, Rurrenabaque, Pampas, Sucre, Potosi, Uyuni

Genoemde prijzen zijn in Bolivianas. 1 Euro is ongeveer 9,1 Bs.

Dag 59: zondag 25 april (Puno - La Paz)

We worden opgehaald met een taxi, een agent die voor de gelegenheid het zwaailicht van de auto heeft gedraaid. We stappen in de bus en na een uur rijden belanden we in het gevreesde dorp Ilave. Ze zijn nog steeds aan het staken maar vandaag doen ze het rustig aan, alleen de brug is geblokkeerd. Het is een grote puinhoop met bussen en taxi´s die aan de ene kant van de brug staan te wachten tot ze weer om kunnen draaien. Aan de andere kant van de brug staan minibussen te wachten om de mensen verder richting de grens te vervoeren. En daartussen lopen duizenden mensen, kippen, kinderen en pakezels. Het lijkt wel een oorlogsgebied met verbrande autobanden op de brug zelf. In de voorgaande weken hebben we horrorverhalen gehoord over deze plaats, toeristen die met stenen bekogeld werden, maar vandaag valt het gelukkig mee. We kunnen veilig oversteken en reizen verder naar de grens met Bolivia. De grensovergang naar Bolivia verloopt soepel en om 11.00 uur plaatselijke tijd zijn we in Bolivia. We rijden via Copacabana naar La Paz. De route is ntzettend mooi want we rijden steeds naast het hoogste meer ter wereld (Lake Titicaca), ongelooflijk hoe helder het water is. We steken het meer over per boot en de bus wordt op een pondje gezet. De reis verloopt voorspoedig en om 17.00 uur zijn we in La Paz. Het is wel even chrikken als we La Paz binnenrijden want we komen in het bovengelegen stadsgedeelte van La Paz binnen en dit ziet er nogal armoedig uit. Maar als we naar beneden rijden komen we in het oude centrum van La Paz uit en dat ziet er een stuk beter uit. We nemen onze intrek in hotel Sagarnaga.

Oversteek Lake Titicaca: 1,50  Bs per persoon
Hotel La Paz (Sagarnaga): 90 Bs inclusief badkamer (afdingen!!)

Dag 60: maandag 26 april (La Paz)

Anouk heeft na zeven dagen nog steeds diarree dus onze eerste prioriteit vandaag is de apotheek. Maar hoe leg je nu uit dat je diarree hebt als je geen Spaans spreekt. Anouk steekt er achterwerk maar naar achter en zegt dat er al zeven dagen aqua uitkomt (na eerst goed rondgekeken te hebben of er niemand anders in de apotheek is). De vrouw begrijpt het probleem en geeft een antibioticakuur mee omdat niks anders meer helpt. We drinken wat koffie bij Café Alexander en verkennen de stad. We brengen een bezoek aan de heksenmarkt waar ze onder meer lama foetussen verkopen, geen lekker gezicht! La Paz heeft opvallend veel bedelaars maar we geven ze geen geld, ´s avonds liggen ze hier allemaal dronken op straat. We hebben nog nooit zoveel dronken mensen bij elkaar gezien als hier in La Paz. De rest van de dag gebruiken we om de stad te verkennen want in tegenstelling tot Puno (Peru) is het hier heerlijk weer.

Café Alexander: Eten 10 – 20 Bs

Dag 61: dinsdag 27 april (La Paz)

Aangezien we nog maar weinig musea bezocht hebben in Zuid-Amerika gaan we vandaag eens een museum bezoeken. We zoeken natuurlijk wel meteen iets leuks uit en gaan naar het Coca museum. Een klein museum maar ze hebben goede informatie over de historie van de cocoplant en de tot stand koming van cocaïne. Echt een aanrader dit museum als je ooit naar La Paz gaat. We hebben zin in lekker eten en pakken een taxi naar de ambassadewijk waar we bij de Japanner belanden. Eens in de zoveel tijd wil je als backpacker zijnde luxe en lekker eten. En we moeten eerlijk zijn, het was heerlijk. Wel een vreemd gezicht, al die mensen in driedelig pak en wij zitten daar tussen in onze afritsbroek.

Entree Coca museum: 7 Bs
Taxi centrum La Paz: 6 Bs
Japans eten: 175 Bs

Dag 62: woensdag 28 april (Coiroco Death Road)

Een actief dagje vandaag, we gaan mountainbiken. En niet zomaar mountainbiken maar we gaan via death road naar beneden. Van 4000 meter naar 1500 meter boven zeespiegel. Een weg langs kliffen die soms wel 600 meter diep zijn en waar elk moment een vrachtwagen om de hoek kan komen. En dat 64 kilometer lang. Het eerste stuk gaat hard want dit is alleen maar asfalt, onderweg halen we de vrachtwagens zelfs in. Daarna een klein stukje naar boven en dan is daar Death Road. Ongeasfalteerd, stof happen en onder watervallen doorrijden. En ondertussen strekt het Yungas gebergte zich uit. Van het uitzicht kun je niet echt genieten omdat je je ogen op de weg moet houden maar we stoppen regelmatig voor een fotostop, een rustpauze of het checken van de remmen. Om 15.00 uur zijn we beneden en daar staat koud bier op ons te wachten. Altijd lekker na het stof happen!! We pakken de bus naar Coiroco en we belanden in hotel Esmeralda. Niet echt een aanrader dit hotel. Het ligt supermooi, heeft een mooi zwembad en het uitzicht over de Yungas is geweldig. Maar de eigenares is de meest onvriendelijke persoon die je in heel Zuid-Amerika kunt vinden.

Mountainbiken Gravity Tours: 50 US $ (www.gravitybolivia.com)
Hotel Esmeralda Coiroco: 8 US $ p.p.p.n.
Internet Coiroco: 12 - 15 Bs per uur

Dag 63: donderdag 29 april (Coiroco)

Het is zo´n mooi weer en het uitzicht is nog steeds prachtig dus we blijven nog een dag langer in Coiroco om bij het zwembad rond te hangen. Niet verkeerd na dat fietstochtje van gisteren. Echter de sandflies hebben zich ook verzameld bij het zwembad en steken ons helemaal lek (de stand 40 – 10 voor Marcel). ´s Middags wandelen we naar het dorpje (maar liefst vijf straten) en kopen een busticket voor de bus naar Rurrenabaque. Dit busritje duurt meer dan 20 uur, mits het weer goed is, dus er staat ons nog wat te wachten.

Bus Coiroco – Rurrenabaque: 50 Bs
Taxi naar het busstation: 5 Bs

Dag 64: vrijdag 30 april (Coiroco)

Het regent pijpenstelen en de Yungas ziet er ineens een stuk minder aantrekkelijk uit met al die wolken. Maar goed dat we vandaag vertrekken. Keurig om 13.00 uur vertrekt onze taxi naar het busstation. Nou ja, busstation, drie houten keten langs een doorgaande weg. We staan te wachten met zes toeristen en na een uurtje komen er nog zes andere toeristen bij. Zij hebben hun busticket bij een andere maatschappij gekocht en na twee uur wachten worden zij opgehaald. En wij.............wij wachten..............en wachten............en wachten. Na zes uur wachten houden we het voor gezien, deze bus komt niet meer. Onze eerste echte kennismaking met het Boliviaanse transport. De beslissing nemen om met zijn zessen terug te gaan naar Coiroco is een maar om dan ook nog eens een taxi te vinden is twee. Na nog eens anderhalf uur wachten vinden een pick-up truck die ons wel naar boven wil brengen voor een kleine bijdrage. We stappen in en weten meteen wat deze mensen vervoeren in hun auto, mest! We gaan dus weer terug naar Coiroco en nemen een kamer in hotel Kory. Een veel betere keuze dan hotel Esmeralda. Bij het busstation krijgen we ons geld terug en we eten bij een Duits restaurant. Soms is Europees voedsel zo lekker!

Hotel Kory: 50 Bs exclusief badkamer
Restaurant Stubbe: 20-30 Bs voor een maaltijd

Dag 65: zaterdag 1 mei (Coiroco – Rurrenabaque)

De bus was gisteren geen succes dus vandaag besluiten we met zijn zessen een jeep te huren richting Rurrenabaque. Er is maar liefst een toeristenburo in Coiroco, Inca Land. Zij kunnen een jeep laten komen uit La Paz die ons naar Rurrenabaque brengt maar dan moeten wel meteen voor drie dagen een Pampas toer erbij boeken. Omdat er niks anders op zit besluiten we dit maar te doen. We krijgen zelfs nog een royale korting van 2 dollar, het kan niet op bij Inca Land. Terug te keren naar La Paz was ook geen optie want daar beginnen ze maandag 3 mei met een grote staking en in landen als Bolivia kan dat soms wel een week duren. Dit houdt in dat je niet kunt reizen vanwege de wegblokkades. We nemen dus de jeep die ons keurig om 14.30 bij ons hotel ophaalt. De weg naar Rurrenabaque is verschrikkelijk, meer hobbels dan verharde weg. Na twee uur rijden komen we bij een brug die 20 dagen geleden ingestort is en nog niet gerepareerd is. Het water staat niet zo hoog dus al het verkeer (bus, truck, personenwagen en jeep) rijdt door de rivier. Bij elke brug hierna doen wij een schietgebedje dat de brug niet inzakt. Het uitzicht is prachtig, eerst de bergen en dan dwars door de jungle.

Jeep + Pampas tour: 83 US $ p.p. incl. 1 gratis hotelovernachting

Dag 66: zondag 2 mei (Rurrenabaque)

Drie lekke banden, ontelbare stops en twee lokale bars later zijn we om 04.00 uur eindelijk in Rurrenabaque. We duiken ons hotel in en gaan naar bed want we moeten over een paar uur al weer met de Pampas toer mee. Als we om 07.30 uur klaar staan blijkt de toer pas om 10.00 uur te vertrekken. Dit is voor ons de druppel. De twee Ieren, Sean en Anitha, die bij ons in de Jeep hebben gezeten besluiten een dag later naar de Pampas te vertrekken en wij vinden dit een goed idee. We stellen de Pampas een dag uit en duiken het plaatselijke zwembad in. Rurrenabaque is een stoffige stad met onverharde wegen, geen pinautomaat (neem voldoende dollars mee) en er is niks te beleven met uitzondering van de jungle en de Pampas. Er zijn twee goede dingen in Rurrenabaque, het zwembad. Schoon, groot, een terras, een grasveld en een bar met koud bier. En dan is er natuurlijk nog de Moskkito Bar met een happy hour van 19.00 tot 21.00 uur. We informeren of ze hier morgen ook gaan staken maar het is morgen te warm, misschien gaan ze dinsdag staken.

Entree zwembad: 15 Bs
Moskkito Bar: 20 –25 Bs voor een cocktail (50% happy hour)
Hostal Beni: 70 Bs inclusief badkamer (schoon, goed, vriendelijk hotel)

Dag 67-69: maandag 3 mei t/m woensdag 5 mei (Pampas)

De Pampas staat bekend om het feit dat je er veel wilde dieren zegenkomt, krokodillen, kaaimannen, roze dolfijnen, apen, anacoda´s, etc. Maar wij hebben weer eens pech. Het is het einde van het regenseizoen en het water staat behoorlijk hoog zodat de oevers bijna niet zichtbaar zijn. De eerste dag is het schitterend weer, de zon schijnt heerlijk maar de tweede dag begint het te regenen en het houdt niet meer op. Dit is wel een domper op de feestvreugde. We zien wat kaaimannen, veel vogels en we zwemmen met roze dolfijnen. Helaas hebben de dolfijnen hun dag niet en blijven ze op veilig afstand van de toeristen. We gaan ook nog een stukje wandelen door de Pampas maar het water komt tot ons middel dus wij besluiten om te keren. We hebben een verschrikkelijke gids. Hij kan ons niks vertellen over de Pampas alleen dat er vogels zijn die eieren leggen (als of wij dat al niet wisten). De Pampas toer bij Inca land is geen aanrader. Wat wel leuk is in de Pampas is de Sunset bar, een bar in the middle of nowhere. Marcel weet nog punten te scoren bij de twee Engelsen jongens in onze groep als hij van een zaklantaarn en een leeg blikje bier een waterpijp bouwt. Ze worden zo stoned als een garnaal en zijn helemaal gelukkig. Komt Marcels HTS-opleiding toch nog van pas.

Dag 70: donderdag 6 mei (Rurrenabaque)

We moeten vandaag ons ticket regelen terug naar La Paz maar dat is een probleem. We willen niet weer in de bus of in de jeep omdat we nog verder moeten reizen dan Bolivia en die weg nog een keer overleven we echt niet, zo levensgevaarlijk. Er is echter een probleem, het regent al twee dagen aan een stuk en er zijn geen vluchten vertrokken. Een chaos want iedereen wil weg uit dit gat. We hebben geluk en vinden nog twee vluchten op de TAM-vlucht van a.s. zaterdag wat dus wel inhoudt dat we maar een dag naar de jungle kunnen. We boeken onze toer bij Anacoda tours en duiken maar weer de Moskkito bar in. Anitha is jarig en dat wordt om 24.00 uur uitgebreid gevierd met champagne en nog meer alchohol. We rollen terug naar het hotel na een leuke avond stappen!

Vliegticket La Paz: 45 US $
Jungle Tour Anacoda: 13 US $ per dag

Dag 71: vrijdag 7 mei (Rurrenabaque jungle)

Iedereen is op tijd bij het kantoor om te vertrekken maar waar zijn Sean en Anitha? Na een half uur wachten gaat Marcel eens een kijkje nemen in het hotel en wie lagen daar nog op een oor te slapen? Juist ja, de Ieren. Drinken en de jungle gaat niet samen maar ze stappen toch in de boot. Na drie uur varen zijn we in het kamp waar een gids ons een uurtje mee neemt de jungle in om van alles uit te leggen over de planten. Verwacht hier geen wilde dieren te zien maar het was wel heel interessant. We hebben een goede gids, hij ziet voetsporen van dieren waar wij zo over heen zouden stappen en hij vertelt ons precies waar we de magic mushrooms kunnen vinden. We keren terug na het kamp en na een heerlijke lunch trekken we opnieuw de jungle in om papagaaien te spotten. We zien er verschillende, een leuk gezicht want ze vliegen altijd in paren (man en vrouw). Na deze tocht door de jungle keren we terug naar de boot, terug naar Rurrenabaque en terug naar de Moskito Bar.

Dag 72: zaterdag 8 mei (La Paz)

Ons TAM-vlucht terug naar La Paz is bijzonder. Het is namelijk een militair vliegtuig en we hebben een kapitein in militair uniform die ons een drankje brengt. Normaal gesproken zijn deze vluchten niet zo betrouwbaar als de andere luchtvaartmaatschappij (Amazonia) want als ze niet vol zitten vertrekken de TAM-vluchten niet. Wij hebben echter geen problemen en landen veilig in La Paz waar het meteen een stuk kouder en benauwder is (door de hoogte). Nadat we geland zijn pakken we een taxi richting het busstation om een busticket te kopen voor Sucre. Bij het busstation blijkt dat afdingen in Bolivia niet altijd noodzakelijk is. Anouk heeft nog maar 200 Bolivianos in de portemonnee en het ticket voor de bus (Royal Class) kost 120 Bolivianos per stuk. Geen probleem zegt de verkoopster en we krijgen twee tickets voor 200 Bolivianos. De rest van de middag vermaken we ons in La Paz in het internetcafé, we bellen nog even naar huis (ook hier spotgoedkoop) en in het restaurant. Om 19.00 uur stappen we in onze super-de-luxe bus met maar drie stoelen in elke rij en de mogelijkheid om je eigen ligbed te creëren. We krijgen ook dekens en dat is wel nodig ook, het is ijskoud in de bus. Maar al deze luxe is opnieuw geen garantie in het Boliviaanse transport. Na een half uur rijden (en net buiten La Paz) krijgt de bus stukken en we moeten twee
uur wachten voordat we weer verder kunnen rijden. 

Taxi vliegveld - Centrum La Paz: 20 bs per persoon
Busticket La Paz : Sucre: 100 bs (normaal 120 bs)
Internationaal bellen: 1 bs per minuut

Dag 73: zondag 09 mei (Sucre)

Om 09.00 uur zijn we in Sucre en we pakken een kamer in hotel Vera Cruz. We pakken meteen de bus naar Tarabuco. Dit dorpje ligt 65 km buiten Sucre en staat bekend om zijn zondagse markt. Voor het eerst in Bolivia worden we achterna gezeten door kleedjesverkopers. We wandelen wat rond maar de markt is niet echt wat wij er van verwacht hadden, meer toeristen als markt. Ook de lunch is geen succes. Marcel krijgt soep en de rest van de bestelde maaltijd vergeten ze als er een groot reisgezelschap binnen komt. We betalen de soep en laten de rest van de maaltijd maar zitten. We pakken de bus terug naar Sucre nadat we eerst een half uur gewacht hebben totdat deze vol zit. Terug in Sucre wandelen we naar Joyride, een Nederlands café. We eten Nederlandse kroketten met een frietje speciaal. De serveerster kijkt haar ogen uit als wij mayonaise, ketchup en uien op onze friet gooien maar als we
haar laten proeven vind ze het best lekker. En Marcel is zielsgelukkig hier met een Palmpje en een flesje Hoegaarden. Maar voordat hij de kans krijgt bij café Joyride te blijven wonen, sleept Anouk hem mee terug naar het hotel. Tijd om te gaan slapen, morgen moeten we weer verder, naar Potosi. We moeten er namelijk even de vaart inzetten, we willen nog zoveel zien in Argentinië en Chili dat we niet veel tijd meer hebben voor Bolivia. Erg jammer, want Sucre is een leuke stad waar je met gemak een paar dagen kunt blijven.

Hotel Vera Cruz: 40 bs (excl. bad)
Bus Sucre - Tarabuco: 6 bs p.p.
Hoegaarden: 25 bs

Dag 74: maandag 10 mei (Potosi)

Vandaag is het Marcels beurt om de kaartjes te kopen en meteen gaat het al mis. Twee buskaartjes voor Potosi voor 40 bs, dat is een beetje veel gezien het feit dat we gisteren maar 6 bs kwijt waren voor een rit van ruim twee uur. De weg tussen Sucre en Potosi is goed (lees: geasfalteerd) en om 12.00 uur zijn we dan ook veilig in Potosi. We boeken meteen een toer naar de mijnen van Potosi voor 13.00. Na een snelle lunch melden we ons weer bij het toeristenbureau en samen met twee Canadese toeristen en onze gids vertrekken we richting de mijnen. Op weg naar de mijnen krijgen we eerst beschermende kleding, een helm en een lamp en gaan we op weg naar de winkel om wat dagelijkse boodschappen te halen. Dynamiet, sigaretten, coca bladeren en pure alcohol voor de mijnwerkers. Anouk voelt zich niet echt veilig met die zak dynamiet op schoot en legt dit mooi achter in de kofferbak van de taxi. Bij de mijnen aangekomen laten we iemand buiten het dynamiet opblazen om te kijken hoe dat ! nu precies werkt. Een enorme knal en een klein rookpluimpje is het gevolg. We duiken de mijnen in, niet echt gemakkelijk want we moeten eerst een stukje lopen en dan door allerlei gaten kruipen. Onderweg moeten we goed kijken waar we lopen want soms lopen er gangen naar beneden en dan zit er ineens een gat in de grond. De mijnwerkers werken hier nog steeds onder dezelfde omstandigheden en met hetzelfde gereedschap als in het koloniale tijdperk van de Spanjaarden. De twintigste eeuw is nog niet doorgedrongen tot deze mijnen. En dat alles voor een salaris van 30 bs per dag per persoon. Er zit voor deze mensen ook niks anders op, in Potosi is geen ander werk en het zijn de originele bewoners van Bolivia die dit werk doen, het probleem is dat zij ook geen Spaans spreken. Daarnaast doe zij dit al heel hun leven, net als hun voorvaderen, het is ook een deel van hun cultuur. We hebben een beetje pech want alle mijnwerkers hebben siësta. We zien maar een mijnwerker (met bolle wangen van de coca bladeren) maar de rest horen we wel! Normaal zijn de toers ’s ochtends en blazen ze ‘s middags het dynamiet op. Wij horen dus allemaal dynamiet ontploffen verderop in de mijnen. Wiens idee was het ook alweer om ’s
middags naar de mijnen te gaan, Marcel. Om 17.00 uur zijn we terug in Potosi en na een snelle hap gaan we naar het busstation voor de bus naar Uyuni. Opnieuw is Marcel gefopt met de bustickets. Voor 40 bs per persoon heeft hij tickets gekocht voor de meest gammele bus van heel Zuid-Amerika. Als Anouk het busticket laat zien aan de Boliviaanse medepassagiers vertellen ze haar dat de locals 20 tot 25 bs betalen. Wat een afzetters bij busmaatschappij Emperado! De Boliviaan voor ons spreekt Engels dus Anouk informeert nog even voor de zekerheid of er een gratis diner of biertje bij zit voor die prijs maar hij snapt het grapje niet. Vol medeleven kijkt hij ons aan en zegt dat dit niet het geval is en ondertussen zien we hem denken, gekke toeristen! De weg naar Uyuni is verschrikkelijk en de bus zit overvol. Tot 01.00 uur
’s nachts zitten we stijf met onze tassen op schoot (bang dat ze de tassen opensnijden) en doen geen oog dicht. Overal zitten mensen en onder ons bankje liggen zelfs kinderen te slapen. Aangekomen in Uyuni is het ijskoud en worden we belaagd door mensen die ons toers en hotelkamers willen verkopen. Wij lopen ze voorbij en pakken een kamer in hotel El Salvador.

Bus Sucre - Potosi: 20 bs (maar kan voor minder)
Toer Potosi: 40 bs p.p.
Bus Potosi - Uyuni: 40 bs (normaal 20 a 25 bs)
Hotel El Salvador: 30 bs (exclusief bad)

Dag 75: dinsdag 11 mei (Uyuni)

Om 08.00 uur wordt er op de deur geklopt en om 10.00 uur nog een keer. Het is de eigenaar van het hotel of we niet een toertje willen boeken naar de zoutvlaktes. Als ook de douche alleen nog maar koud water produceert is voor Anouk de maat vol en we verkassen naar een ander hotel, hotel Avenida. Volgens een van de toeristen het warmste hotel in Uyuni. En dat is ook wel nodig ook want het is hier ijskoud. Verder is Uyuni een stadje dat helemaal niks voorstelt en alleen maar drijft op de toeristen die hier komen om de beroemde zoutvlaktes te zien. We worden dus ook overal op straat aangesproken of we niet een toer willen boeken naar de Salar de Uyuni. We sturen een pakket naar huis met wat spullen maar we hebben er beide geen vertrouwen in dat dit ooit aankomt want het lijkt wel een middeleeuwse toestand bij het postkantoor, ze hebben zelfs niet eens plakband om de doos dicht te plakken. Maar als het mocht aankomen in Nederland dan eet Marcel zijn schoen op (en daar
houden we hem aan). Bij Wara del Altiplano boeken we een driedaagse toer naar de zoutvlaktes. Morgen om 10.30 uur vertrekken we. ’s Avonds eten we bij de Pizzeria om de hoek, de enige plaats in Uyuni die een kachel heeft dus het is druk met toeristen daar.

Hotel Avenida: 70 bs (inclusief bad en heel veel warme dekens)
Toer Salar de Uyuni: 55 dollar pp voor drie dagen

Dag 76 t/m 78: woensdag 12 mei tot vrijdag 14 mei (Salar de Uyuni)

Volgens velen zijn de zoutvlaktes een van de mooiste bezienswaardigheden van Zuid-Amerika en wij kunnen dit alleen maar beamen. Met zes personen kruipen we in de krappe jeep en rijden we de eerste dag naar de zoutvlaktes. Uiteraard stoppen we eerst bij de souvenirshops waar we lama beeldjes en asbakken gemaakt van zout kunnen kopen. Wij kopen echter niks want we zijn blij dat we net een pakket naar huis gestuurd hebben en dat onze rugzakken weer een beetje leeg zijn. Met de jeep rijden we over de zoutvlaktes en het lijkt op een grote sneeuwvlakte. Een zonnebril is geen overbodige luxe hier want het zout weerkaatst de zon net als sneeuw. We worden er helemaal vrolijk van als we al dat zout zien. De lucht is kraakhelder en strakblauw en dan die witte vlakte eronder, schitterend! We huppelen hier een half uur rond en rijden verder naar de `ogen van de zoutvlakte`. Dit is een waterbron waaruit het zoute water ontspringt. Na de waterbron bezoeken we het cactuseiland. Een merkwaardig gezicht, midden in die witte vlakte zie je ineens een eiland met daarop allemaal cactussen. We wandelen rond op het eiland maar op 4.000 meter hoog een uurtje gaan hiken valt niet mee en we moeten regelmatig stoppen om op adem te komen. Terug bij de jeep staat er een overheerlijke lunch op ons te wachten met broodjes guacamolo, kaas, worst en tomaat. Om 16.00 uur zijn we bij het Salt hotel waar we overnachten. Dit hotel ligt niet op de zoutvlakte, dat hotel is tegenwoordig gesloten en wordt alleen nog maar als museum gebruikt. De toeristen vervuilden de zoutvlakte te veel. Maar het is wel een bijzonder hotel, helemaal gemaakt van zout. We wandelen naar de mummies die ze hier gevonden hebben in de bergen. Niet echt spectaculair vinden wij omdat wij zelf al de Nazca mummies in
Peru hebben gezien. Terug in het hotel duiken we na het eten om 21.00 uur ons bed al in want morgen moeten we weer vroeg op. De volgende dag pakken we een warme douche in het hotel. Onze laatste kans op een warme douche want het hotel waar we vanavond slapen is erg basic en heeft zelfs geen stromend water. Na het ontbijt rijden we door een desolaat landschap en kijken we rond bij verschillende meren. Bij sommige meren vind je flamingo’s die hier heel het jaar leven. Raar gezicht want het is hier steenkoud en je zou deze beesten in warme oorden verwachten. Echt fotogeniek zijn ze echter niet, ze staan alleen maar met hun kop omlaag te eten, erg jammer. Onderweg krijgen we natuurlijk ook weer een lekke band en moeten we stoppen om deze te verwisselen. Geen probleem, dit zit in Bolivia altijd in de toer inbegrepen. Soms denken we dat ze het expres voor de toeristen doen! Om 16.00 uur komen we aan bij Laguna Colorado waar we overnachten. De kamer is erg basic, we delen met zes personen een klein hokje zonder verwarming en met een kapot raam en ’s nachts daalt de temperatuur tot -15 graden. Na het eten duiken we direct ons bed in om maar niet te veel af te koelen. We hebben buiten nog wel even naar de sterren gekeken, je kunt ze goed zien omdat de lucht zo helder is hier. De derde dag staan we om 05.00 uur op om de zonsopgang te zien. We kijken rond bij de geisers, onvoorstelbaar zoals die uit de aarde ontspringen. We rijden door naar de hotsprings maar wij vinden het te koud om onszelf in ons badpak te hijsen en in het water te duiken. Na het ontbijt gaan we kijken bij wat vreemde rotsformaties midden in de woestijn en na nog wat meren te hebben bekeken (waarvan er eentje vol ligt met ijs) rijden we naar de grens met Chili.

Entree cactuseiland: 6 bs pp
Entree mummies: 6 bs pp
Warme douche hotel: 5 bs pp

Bolivia in het kort!

Hoogtepunt

Salar de Uyuni, de zoutvlaktes, zondermeer een van de beste dingen die we ooit gezien hebben en natuurlijk de downhill mountain biking in La Paz.

Dieptepunt

Ook Salar de Uyuni, de tweede nacht was het zo koud, -15 graden en geen stromend water. Verschrikkelijk.

Internet

Goedkoop, rond 5 bs per uur. In plaatsen als Coiroco en Rurrenabaque is het een stuk duurder (12 – 16 bs) vanwege de satelietverbinding.

Telefoon

Net als in Peru kun je via internet spotgoedkoop bellen, voor 1 bs per minuut. Dan kun je algauw een half uur met Europa bellen voor nog geen drie Euro.

Hotel

40 – 50 bs, La Paz is iets duurder. Maar……….het kan nog goedkoper, overnachten in Bolivia . Er zijn plaatsen waar je voor twee dollar kunt slapen.

Coca Cola

6 - 8 bs

Bier

9 bs

Taxi

Nooit meer dan 10 bs in de stad, binnen La Paz betaal je 6 bs per rit. Van en naar het vliegveld is wel duur, 20 bs.

Busticket stad

Geen idee, we deden bijna alles te voet en heb enkele keren een taxi gepakt.

Busticket land

Goedkoop, ons duurste ticket was nog geen tien dollar maar dat was wel een superluxe nachtbus.

Bankzaken

Pinnen is goed mogelijk behalve in afgelegen gebied zoals Rurrenabaque en Coiroco. Neem voldoende dollars mee, die kun je trouwens ook uit de automaat halen in Boliva.  Weer een waarschuwing, ook hier kregen we een foutmelding op de automaat en geen geld maar is er wel geld van onze rekening afgeschreven!

Eten

Aangezien de hygiene in de Boliviaanse keuken ver te zoeken is en wij allebei ziek waren geweest in Peru, hebben wij vaak bij toeristenrestaurants gegeten. Geen nood, voor 2 – 3 Euro kun je voortreffelijk eten.

Algemeen

Bolivia is een supermooi land en als je een beetje gewend bent aan de hoogte zeker de moeite waard. Zelfs La Paz de hoofstad, heeft zijn charme. Voor degene die Spaans willen leren, we kunnen Bolivia van harte aanbevelen. Nog nooit een land meegemaakt waar ze zo langzaam Spaans praten, je valt er bijna bij in slaap.

Terug naar Reisverslagen            Verder naar Argentinië, Chili, Uruguay en Brazilië